De doodshoofdvlinder
hoort thuis in Afrika en het zuidwestelijk deel van Azië. Vanuit het Middelandse
Zeegebied trekt de vlinder naar het noorden, Europa binnen. De trekkende vlinder
vliegen in juli en augustus. Een tweede generatie, nakomelingen van de
migranten, vliegen vanaf begin september. De voedselplant van de rupsen is de
aardappelplant, terwijl ook andere soorten nachtschade gegeten worden. De rups
verpopt zich in een holletje onder de grond. De roltong van de doodshoofdvlinder
is kort en stevig. Hij kan er nectar mee drinken, maar ook honingraten in
bijenkorven mee doorboren en de honing opzuigen. De vlinders maken bij
verstoring soms piepende geluiden om belagers in verwarring te brengen.