De
Indiase maanvlinder komt voor van India tot in China en
Indonesië. De vlinders kunnen een spanwijdte van twaalf cm.
bereiken. Hun lange staarten breken doorgaans na de eerste
vlucht al af. Maanvlinders hebben een nerveuze dansende manier
van vliegen. Ze zijn niet erg kieskeurig in de keuze van hun
waardplanten. Op allerlei bomen en struiken, waaronder ook
rododendron, leggen ze hun eitjes. De dikke groene rupsen zijn
versierd met harige rode wratjes. Voor ze verpoppen spinnen ze
een cocon tegen een blad van de waardplant.