Afrika,
werelddeel (continent) ten zuiden van Europa, deels op het
noordelijk, deels op het zuidelijk halfrond gelegen, 30,3
miljoen km2, 648 miljoen inwoners. Tot Afrika behoren slechts
enkele eilanden, waarvan Madagaskar het grootst is. De inheemse talen kunnen worden ingedeeld in de hoofdgroepen
van de Hamitisch-Semitische (Afro-Aziatische),
Niger-Kordofanische, Nilo-Saharische en Khoisantalen. De
belangrijkste drie soorten van religies zijn inheemse
stamreligies, islam en christendom.
|
 |
Landschap en
klimaat
Afrika bestaat vnl. uit een grote hoogvlakte, met berggebieden
alleen in het noorden (Atlasgebergte ) en in het zuiden (Drakensberge).
In het oosten een in noordzuidrichting verlopend, 6000 km lang
breukgebied. Ten zuiden van het Atlasgebergte strekt zich over de
gehele breedte de Saharawoestijn uit; ten zuiden hiervan liggen
het Sahel- en Soedangebied. In Oost-Afrika, tussen de Rode Zee en
de rivier de Zambezi, ligt een breukzone, een vulkanisch gebied
waarin het hoogste punt van het continent voorkomt (Kilimanjaro,
tot bijna 6000 meter). Hier komen ook Afrika's grootste meren
voor: Victoriameer, Tanganyikameer, Malawimeer en Tsjaadmeer. De
grote rivieren ontspringen alle in de gebergten en stromen naar de
kust, waar ze watervallen en stroomversnellingen vormen op de rand
van het plateau. De grootste rivieren zijn Nijl (met Kagera),
Congo, Niger, Zambezi en Oranjerivier. Ongeveer een derde van het
continent (Sahara, Midden-Soedan, Kalahari) is afvoerloos.
Afrika behoort vrijwel geheel tot de tropen, met uitzondering van
het uiterste noorden en zuiden, waar een subtropisch klimaat
heerst. In de hogere streken komen lagere temperaturen voor. Met
een gemiddelde jaartemperatuur van meer dan 28 °C in het grootste
deel van het continent is Afrika het meest tropische werelddeel.
De meeste neerslag komt voor in het gebied rond de evenaar en aan
de kust van Guinea; in grote gebieden geven de droge passaatwinden
slechts regen bij stijging tegen de gebergten. De woestijngebieden
(Sahara, Kalahari) zijn vrijwel regenloos. Het gebied ten zuiden
van de Sahara (de zgn. Sahellanden) heeft reeds enkele jaren te
kampen met extreme droogte en overbeweiding waardoor de
Saharawoestijn zich naar het zuiden uitbreidt.
Plantengroei en
dierenwereld
Tropisch Afrika heeft regenwoud (vnl. in het westen) en savannen
(grassenbegroeiing met verspreide bomen en doornstruiken), in
droge gebieden overgaand in boomloze steppen en woestijngebieden.
In de regenwouden leven o.m. apen (meerkatten, laaglandgorilla,
chimpansee), dwergantilopen, okapi, dwergnijlpaard, Congopauw,
papegaaien en neushoornvogels. In de savannen vindt men o.m.
zebra's, antilopen, giraffen, struisvogels, leeuwen en
jachtluipaarden, in wat bosrijker delen olifanten, buffels,
neushoorns, hyena's en aasgieren. In de woestijnen komen hier en
daar gazellen voor, alsmede bijv. woestijnvos,
woestijnspringmuizen, springbokantilope, klipdassen en tenreks.
Bevolking
Tot de oudste volken van Afrika behoren de pygmeeėn, die thans nog
slechts in het oerwoudgebied van Centraal-Afrika voorkomen, en de
Khoisanvolken (vnl. Bosjesmannen en Hottentotten) in zuidelijk
Afrika. Het merendeel van de bevolking bestaat uit negride volken
(Bantoe- en Soedannegers) die in Midden- en Zuid-Afrika wonen. De
in oorsprong uit Voor-Aziė afkomstige Hamieten, die zich over
Noord-, West- en Noordoost-Afrika hebben verbreid, zijn sterk
gemengd met negride volken. De ethiopiden, een Oosthamitische
groep volken op het Ethiopisch plateau, vormen een overgangsgroep
naar de niet-negride volken, zoals de Arabieren en de Europeanen,
die zich in de loop van de koloniale geschiedenis hebben gevestigd
in Zuid- en in Noord-Afrika. Vnl. in de havensteden en
kustgebieden van Zuid- en Oost-Afrika hebben zich Aziatische
volken gevestigd. |