| |
Wat is
allergie ?
Elke mens heeft een verdedigingssysteem dat hem in normale
omstandigheden beschermt tegen infecties. Wanneer men een allergie
heeft, reageert dit verdedigingssysteem abnormaal op stoffen uit onze
omgeving. De stoffen waarop mensen een allergische reactie krijgen,
worden allergenen genoemd. Het zijn dus niet de allergenen die ziek
maken, wel de reactie ertegen, waardoor er ziekteverschijnselen
ontstaan. Er zijn veel stoffen in de omgeving waaraan men allergisch kan
worden. Het gaat niet alleen om stoffen die we inademen, bijvoorbeeld
uitwerpselen van de huisstofmijt of stuifmeelkorrels, maar ook om
stoffen die we eten, bijvoorbeeld melkproducten, eieren, noten,
groenten,fruit, granen, vis en schaaldieren. Soms kunnen geneesmiddelen
een allergie veroorzaken. Men kan ook een reactie krijgen op het gif van
bijen en wespen of reageren op het contact met bijvoorbeeld latex in
handschoenen, ballonnetjes, rubberen slangetjes en buisjes. Men kan ook
allergisch zijn aan cosmeticaproducten, onderhoudsproducten of aan
nikkel in juwelen.
Ongeveer een kwart van de mensheid lijdt aan enige vorm van allergie.
In de westerse samenleving neemt allergie in ernst en omvang snel toe.
Zo is het aantal allergiepatiënten in Nederland in de afgelopen twintig
jaar verdubbeld. Dat betekent dat bijna iedereen er zelf of in de
eigen omgeving wel mee te maken heeft.
Het immuunsysteem
Virussen, bacteriën en parasieten kunnen
een gezond mens ziek maken.
Een onschuldige neusverkoudheid wordt door een virus verspreid; maag- en
darmklachten kunnen worden veroorzaakt door bedorven voedsel. Het
menselijk lichaam laat niet zonder protest iets vreemds toe, zeker niet
wanneer dit voor het lichaam schadelijk is. Het lichaam heeft een
verdedigingssysteem tegen infecties door virussen, bacteriën en
parasieten: het afweersysteem, meestal immuunsysteem genoemd.
Herkenning
Het
immuunsysteem is in staat tot specifieke herkenning van een onbeperkt
aantal verschillende moleculen die het lichaam binnenkomen. Het
immuunsysteem gebruikt dit herkenningsvermogen om de aanwezigheid vast
te stellen en vervolgens de verwijdering te bewerkstelligen van
virussen, bacteriën, parasieten en cellen die niet in het lichaam
thuishoren, zoals transplantaten en tumorcellen. Dit is de basis van
onze bescherming.
De herkenningstaak wordt uitgevoerd door witte bloedcellen (met name de
lymfocyten) en door antistoffen (of antilichamen). Beide kunnen in
vrijwel alle weefsels van het lichaam doordringen en specifiek het
lichaamsvreemde molecuul herkennen. Het immuunsysteem onthoudt welke
vreemde moleculen het heeft herkend, zodat bij een hernieuwd contact met
het lichaamsvreemde molecuul, een snellere en hevigere reactie optreedt.
Dit heet: immunologisch geheugen.
Vreemde stoffen hebben veel mogelijkheden om ons lichaam binnen te
komen. Het totale oppervlak waarmee ons lichaam aan de buitenwereld
wordt blootgesteld bestaat uit 2 m² huid, 80 m² longweefsel en 300 m²
darmweefsel.
Wanneer virussen of bacteriën het lichaam binnendringen worden deze
bekleed met antistoffen. De infectie wordt zo efficiënt door
afweercellen opgeruimd.
Bij een allergie reageert
het immuunsysteem niet alleen op schadelijke indringers, maar ook op
onschadelijke stoffen op de huid, in de voeding en in de lucht.
De
schade in het lichaam wordt dan niet veroorzaakt door de binnendringende
stof, maar door de veel te hevige reactie van het eigen immuunsysteem.
Stoffen die een allergische reactie veroorzaken worden allergenen
genoemd.
Allergenen zijn bijna altijd eiwitten. De antistoffen die het lichaam
bij het eerste contact met een allergeen aanmaakt zijn bij allergische
mensen vooral zogenoemde IgE antistoffen. Deze reageren met het
allergeen.
Als zulke antistoffen in het bloed aanwezig zijn is men allergisch; men
is overgevoelig geworden. Dit proces heet allergische sensibilisatie.
Wanneer het lichaam daarna opnieuw in aanraking komt met het allergeen
dat de allergische reactie veroorzaakte, wordt er onder andere histamine
gevormd uit mestcellen in de huid en in de slijmvliezen van de
luchtwegen en het maag-darmkanaal. Het lichaam ontwikkelt dan heel snel
(binnen 10-20 minuten) klinische klachten van de allergie.
|
|
|
|
|
|