|
De
Alpen zijn reeds sedert prehistorische tijden door mensen
bewoond. Bekend zijn o.m. de paalwoningen, gevonden in de meren
aan de noord- en zuidzijde van de Alpen, welke toebehoorden aan
de Illyriërs. Deze beschaving hield zich in de ijzertijd reeds
bezig met de ontginning van koper (Kitzbühel, Mitterberg) en
zout (Hallstatt).
De huidige bevolking van het Alpengebied valt uiteen in vijf
taalgroepen. De grenzen van de verschillende taalgebieden
corresponderen echter geenszins met de aanwezige staatsgrenzen.
Ongeveer een derde van de bevolking spreekt Duits, ca. een kwart
Frans en ca. een vijfde Italiaans. In Slovenië wordt Slavisch
gesproken, in delen van Graubünden Raetoromaans. Het overgrote
deel van de bevolking is rooms-katholiek. Slechts in enkele
Zwitserse kantons is de bevolking in meerderheid protestant.
Nederzettingsvormen
De regionaal verschillende bedrijfsvoering, klimaattypen en
topografische omstandigheden vormen een belangrijke verklaring
voor de verschillende soorten nederzettingen die men in de Alpen
aantreft. In de regenrijke, sterk versneden noordelijke Alpen,
waar de veehouderij exclusief aanwezig is, overheersen
alleenstaande boerderijen (Einzelhöfe). Dergelijke afzonderlijke
hoeven vormen samen met enkele andere hoeven een kerkdorp. Bij
de kerk vindt men vaak een school, een herberg en enige
woonhuizen. Men noemt deze gehuchten ‘Weiler’. In de zuidelijke
Alpen, met intensieve akkerbouw en bredere dalen, overheerst het
compacte, gesloten dorp. Grote steden zijn zeldzaam in de Alpen;
slechts Grenoble en Innsbruck kunnen worden genoemd. De groei
van de industrie en het toerisme heeft een aantal agrarische
nederzettingen in snel tempo onherkenbaar veranderd.
De regionale verscheidenheid in bouwmaterialen uit zich in de
aanwezige bebouwing. In de noordelijke Alpen overheerst hout als
bouwmateriaal; zuidelijk steen. Daarnaast treden in de
huizenvorm regionaal sterke verschillen op die voor een deel
zijn te verklaren door het verschil in bedrijfsvoering.
|