Angkor is
één van de belangrijkste archeologische vindplaatsen in Azië. Het
archeologische park beslaat meer dan 400 vierkante km en bevat
unieke restanten van verschillende hoofdsteden van het Khmer
keizerrijk, daterend van de negende t/m de vijftiende eeuw. Beroemde
overblijfselen zijn o.a. de tempel van Angkor Wat en Angkor Thom en
de Bayon tempel met zijn ontelbare gebeeldhouwde decoraties.
Angkor is de naam van de oude hoofdstad van het Khmer-rijk dat in de
achtste eeuw na Christus werd gesticht. De vruchtbare aarde en de
ingenieuze irrigatiesystemen legden de basis voor het rijk, dat zich
in haar gouden periode over delen van Vietnam, China, Thailand, Laos
en Cambodja uitstrekte. Op het hoogtepunt van haar bloei telde
Angkor meer dan honderd tempels en was het het administratieve en
religieuze centrum van het rijk. In de twaalfde eeuw woonden ruim
een miljoen mensen in het gebied. Naast periodes van grote bloei en
welvaart kende Angkor ook veel tegenspoed. Het Khmer-rijk telde veel
machtige vijanden en Angkor werd meermaals bijna met de grond gelijk
gemaakt. In de vijftiende eeuw verlieten de Khmer de stad en
vestigden ze hun machtsbasis in Phnom Penh, de huidige hoofdstad van
Cambodja. De jungle nam bezit van de stad en Angkor raakte
eeuwenlang in de vergetelheid.
Begin de jaren 1900 ontdekte een Franse expeditie de overgroeide
ruïnes en bracht het vergane keizerrijk opnieuw in de
belangstelling.