|
Algemeen
Angola ligt in zuidelijk Afrika tussen Namibië en de Democratische
Republiek Congo. Angola's kust ligt aan de zuidelijke Atlantische
Oceaan. Angola grenst aan Congo, Democratische Republiek Congo, Namibië
en Zambia. De oppervlakte van Algerije is 1.246.700 vierkante kilometer.
Algerije is daarmee ongeveer 37 keer zo groot als Nederland.
De laaggelegen kuststrook varieert in breedte van 25 tot 150 kilometer.
Ten oosten daarvan stijgt het land abrupt naar 1200 meter: het
Bié-plateau. Dit plateau beslaat tweederde van Angola en is bedekt met
grasland savannes en in het oosten met onvruchtbaar Kalahari-zand. In
het zuidwesten van het land ligt de woestijn. Angola's hoogste pieken
bevinden zich in het centrum van het Bié-plateau: de Moco (2620 m) en de
Meco (2538 m).
Klimaat
Angola ligt in de equatoriaal tropische zone. Het klimaat wordt
getemperd onder invloed van de oceaan. Bovendien zijn er zijn grote
klimaatverschillen tussen west en oost en tussen noord en zuid. Het
koelere en droge seizoen duurt van mei tot oktober, het hete en
regenachtige seizoen duurt van november tot april.
Planten
In de Namib-woestijn, gelegen in het zuidwesten van het land, groeit een
unieke plant de tumboa (Weltwitschia mirabilis). Deze plant heeft twee
brede bladeren van enkele meters lengte die op de woestijngrond liggen.
De baobab (apebroodboom) komt ook voor in Angola.
Dieren
Typische savannedieren leven op het Bié-plateau zoals leeuwen, hyena’s,
olifanten, wildebeesten, zebra’s en antilopen. Ook apen, nijlpaarden en
krokodillen hebben hier hun leefgebied. Voor het voortbestaan van de
sabelantilope, de gorilla, de zwarte neushoorn en de Angola-giraffe
wordt gevreesd. Vogelsoorten, waaronder flamingo’s, komen in grote
hoeveelheden voor.
Bevolking
In Angola wonen bijna 11 miljoen mensen (2003).De bevolkingsdichtheid is
laag en bedraagt ongeveer 11 inwoners per vierkante kilometer.
De natuurlijhke bevolkingsgroei bedraagt 1,97%.(2003)
Geboortecijfer per 1000 inwoners is 45.57 (2003)
Sterftecijfer per 1000 inwoners is 25.83 (2003)
De levensverwachting is 37,0 jaar. (mannen 36,1 en vrouwen 37,8 jaar
(2003)
Bevolkingssamenstelling:
De bevolking bestaat uit negen grote Bantu-groepen (met uitzondering van
een Portugese minderheid in Luanda en een kleine groep Kung-nomaden).
Deze negen Bantu-groepen zijn verdeeld in ongeveer honderd stammen. De
Ovimbundu en Bakongo zijn daarvan de grootste.
Taal
Officieel is Portugees de taal van Angola ver der worden er vele
bantoetalen (o.a. Umbundu, Kikongo) gesproken.
Godsdienst
De meeste Angolen hangen inheemse godsdiensten aan. Verder zijn er
Rooms-Katholieken (38%) en Protestanten (15%)
Staatsinrichting
Vanaf het vertrek van de Portugezen tot de democratiseringsprocessen
begin jaren 90, was het politieke systeem in Angola gebaseerd op het
sovjet systeem. In 1991 werd het eenpartijstelsel vervangen door een
meerpartijenstelsel, waarbij verschillende (kleine) partijen maar ook
UNITA vertegenwoordigd zijn in de Nationale Vergadering (Assembléia
Nacional). Deze Nationale Vergadering heeft 220 zetels. De leden worden
volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging gekozen, in
principe voor een termijn van vier jaar. Op 29-30 september 1992 werden
echter de laatste verkiezingen gehouden, zowel voor het parlement als
voor de president, die tevens de eerste meerpartijenverkiezingen waren.
Sindsdien zijn nieuwe verkiezingen steeds uitgesteld in verband met de
burgeroorlog.
Eerst in april 1997 werd een regering van nationale eenheid (GURN)
benoemd op basis van de verkiezingsuitslagen van 1992. In augustus 2001
maakte de regering bekend dat zij van plan was om algemene presidentiële
en parlementsverkiezingen te organiseren. Hoewel de situatie met de dood
van Savimbi en het daaropvolgende vredesproces sterk gewijzigd is, staan
democratische verkiezingen nog steeds op de agenda. Om logistieke
(census, bereikbaarheid van de binnenlanden, enz.) en democratische
redenen (verkiezing nieuwe UNITA-leider, eventuele opvolger Dos Santos
voor de MPLA) worden deze verkiezingen niet voor oktober 2005 verwacht .
De overheid is gecentraliseerd, met een belangrijke rol van de
president. De president van Angola is staatshoofd, hoofd van de regering
en het Angolese leger. Hij benoemt (en ontslaat) de overige leden van
het kabinet, hij benoemt de rechters van het Hooggerechtshof en schrijft
verkiezingen uit. Sinds januari 1999 staat de president direct aan het
hoofd van het kabinet, en is de functie van eerste minister opgeheven.
Aan het hoofd van de provincies staat een gouverneur, bijgestaan door
een vice-gouverneur, die beiden door de president benoemd worden. Het
rechtssysteem is gebaseerd op Portugees burgerlijk recht en op
gewoonterecht. De onafhankelijkheid van de rechtspraak is in de grondwet
vastgelegd.
Politieke situatie
Na de onafhankelijkheid van Portugal in 1975, werd Angola geteisterd door een bloedige en langdurige
burgeroorlog tussen de zittende MPLA-regering en rebellen van de Unita. Beide partijen kregen buitenlandse hulp,
de MPLA vooral van Cuba, de Unita van het Apartheidsbewind in Zuid-Afrika. In 1991 wist de VN een vredesakkoord
te bereiken, maar toen de verkiezingen van het volgende jaar niet gewonnen werden, begon de Unita opnieuw met
gewapende strijd.
In 2002, na de dood van Unita-leider Jonas Savimbi, werd een staakt-het-vuren bereikt, en sindsdien worden
pogingen gedaan tot wederopbouw van het land. MPLA en Unita zijn een ontwerp voor een nieuwe grondwet
overeengekomen, en hoewel de Unita nog niet volledig ontwapend is, en zich nog met diamantsmokkel bezighoudt,
zijn de VN-sancties tegen Unita opgeheven.
Belangrijke problemen die het land momenteel het hoofd moet bieden, zijn de terugkeer van vluchtelingen, de
re-integratie van Unitarebellen in de bevolking en de vermindering van de eenzijdige economische afhankelijkheid
van aardolie.
Economie
Voor
de onafhankelijkheid in 1975 was het vrij goed gesteld met de economie
van Angola. De commerciële landbouwbedrijven waren voornamelijk in
handen van Portugese boeren. Met het vertrek van de Portugezen in 1975
en het begin van de burgeroorlog stortte de economie zo goed als in. Van
1975 tot 1990 volgde de Angolese overheid een marxistische planeconomie,
waarbij uiteindelijk zo'n 25% van de bedrijven in staatshanden waren. In
1989 werd het Programa de Recuperação Económica (economisch herstel
programma) geïntroduceerd maar dit ging pas van start in 1990, met de
instelling van een meer marktgericht beleid. Hervormingen kwamen echter
nauwelijks van de grond.
In april 2000 werd met het IMF een overeenkomst aangegaan voor een
‘Staff Monitored
Programme’ (SMP), in het kader waarvan gewerkt werd aan
macro-economische hervormingen, transparantie van het overheidsbudget en
een beter sociaal beleid. Dit programma was slechts van korte duur. KPMG
heeft opdracht gekregen een diagnose uit te brengen over de
olie-industrie in Angola. Belangrijkste struikelblok voor een nieuw
akkoord met het IMF, is de weigering van de Angolese autoriteiten om
openheid te verschaffen over staatsinkomsten en – uitgaven. Voorwaarden
aan de Angolese wens voor een nieuw Staff Monitored Program werden
recentelijk door de IMF in Washington besproken. Resultaten daarvan zijn
tot op heden onbekend.
Ondanks de enorme rijkdom aan natuurlijke voorraden als goud, diamanten,
olie en uitgebreide bossen, heeft het land een zeer lage BBP per capita.
Van de Angolese bevolking is 80 tot 90% voor haar levensonderhoud
afhankelijk van de landbouw, toch bedraagt dit uiteindelijk maar 12% van
het BBP. Het grootste aandeel van het BBP (zo'n 70%) wordt geleverd door
de olieproductie.
De infrastructuur is zo goed als vernietigd, en miljoenen landmijnen
zorgen ervoor dat een groot deel van het land onbereikbaar is. Veel
boeren durven niet meer naar hun landbouwgrond terug te keren zodat een
belangrijk deel van het voedsel geïmporteerd moet worden. Dat er toch
nog een redelijke economische groei is, komt voornamelijk door de
toename in olieproductie en de hoge olieprijs.
Angola heeft in principe voldoende inkomsten om een behoorlijke
volkshuishouding te voeren. Als gevolg van de oorlog en het ontoereikend
economisch beleid, bevindt de economie zich in een slechte staat. De
overheidsfinanciën zijn verdeeld over verschillende boekhoudingen,
waarvan sommige geheim, die gerelateerd zijn aan het bureau van de
president, de nationale oliemaatschappij Sonangol, en de Nationale Bank,
en worden niet centraal geregistreerd of gecontroleerd. Er is weliswaar
sprake van economische groei, maar andere macro-economische indicatoren
zijn ongunstig (hoge schuldenlasten, inflatie, begrotingstekort, etc).
Er is sprake van een lage arbeidsproductiviteit, hoge werkloosheid en
lage inkomens en een laag niveau van onderwijs, gezondheidszorg en
andere sociale voorzieningen. Het grootste deel van de bevolking leeft
onder de armoedegrens.
Telefoongids Angola
Postcodes Angola
|