| |
Wat is
Anorexia Nervosa?
De naam anorexia nervosa (verkort tot anorexia) betekent letterlijk
'gebrek aan eetlust door nerveuze oorzaken'. Deze naam is eigenlijk
misleidend, omdat de patiënten die hieraan lijden geen gebrek aan
eetlust hebben, maar juist doelbewust proberen hun eetlust en
hongergevoel te onderdrukken. Anorexia zou eigenlijk beter 'magerzucht'
of 'lijnziekte' genoemd kunnen worden, want de patiënten hebben een
onweerstaanbare drang om af te vallen. Ze zijn er als het ware aan
verslaafd en gaan ermee door, zelfs als zij al sterk zijn vermagerd.
Alles wat te maken heeft met eten, gewicht en lichaamsomvang is een
obsessie voor anorexia-patiënten. Ze tellen voortdurend calorien en
tobben over wat ze wel of niet moeten eten. Voedsel wordt slechts als
'toegestaan' beschouwd als het weinig calorien bevat; vooral suikers en
vetten zijn taboe.
Vaak eten anorexia-patiënten iedere dag dezelfde dingen volgens een
zichzelf opgelegd ritueel. Iedere afwijking van dit strikte regime kan
paniek oproepen en wordt daarom op alle mogelijke manieren vermeden.
Sommige patiënten kunnen dit regime niet voortdurend volhouden en hebben
bij tijd en wijlen last van eetbuien, waarbij ze in korte tijd veel eten
naar binnen werken. Na zo'n eetbui voelen ze zich erg wanhopig en willen
het eten zo snel mogelijk weer kwijt. Dit doen ze dan vaak door zelf
opgewekt braken of door het gebruik van laxeermiddelen. Om nog meer af
te vallen dwingen anorexia-patiënten zichzelf vaak tot overmatige
lichamelijke activiteit. Sommige patiënten beoefenen bijvoorbeeld twee
uur per dag aerobics, joggen dagelijks 10 kilometer of doen iedere avond
op hun kamer 500 buikspieroefeningen.
Hoewel de patiënten erg mager - soms zelfs extreem mager - kunnen
worden, blijven zij zichzelf dik voelen. Er is dus sprake van een sterk
vertekend lichaamsbeeld. Het is zelfs zo dat naarmate het gewicht lager
wordt patiënten steeds banger worden om aan te komen. Een pondje erbij
wordt dan als een regelrechte ramp ervaren.
Hoewel anorexia-patiënten wel bij anderen opmerken dat die te mager
zijn, blijven zij hun eigen toestand tegenover zichzelf en anderen vaak
lang ontkennen. Ze proberen hun eetgedrag en de lichamelijke gevolgen
daarvan voor anderen verborgen te houden uit angst voor druk die anders
op hen uitgeoefend zal worden om aan te komen. Anorexia- patiënten
kunnen daarom lang volhouden dat er niets met hen aan de hand is.
Wat zijn de gevolgen van Anorexia Nervosa?
De lichamelijke gevolgen
Anorexia-patiënten kunnen door hun eetgedrag erg vermageren. Door de
ondervoeding en vermagering kunnen veel lichamelijke klachten optreden.
Bij vrouwen stopt de menstruatie, want de hormonen die voor de
menstruatiecyclus zorgen nemen af tot het niveau van voor de puberteit.
Het uitblijven van de menstruatie gaat gepaard met tijdelijke
onvruchtbaarheid.
De ademhaling en de hartslag worden trager. Ook de bloeddruk daalt. Dit
komt doordat het lichaam bij dalend gewicht en verminderde voedselinname
zoveel mogelijk overschakelt op besparing in de stofwisseling. Als
gevolg hiervan voelen de patiënten zich dikwijls erg moe, duizelig,
lusteloos, depressief.
Doordat er weinig eten wordt verbrand, daalt de lichaamstemperatuur en
hebben de patiënten last van koude, blauwe handen en voeten. Ook kan,
als gevolg van de lage lichaamstemperatuur, een donsachtige beharing in
het gezicht, op de armen, borst en rug ontstaan.
De conditie van het gebit en de haren verslechtert. Er kan haaruitval
optreden. De huid wordt droog en schilferig en verslapt.
Door de beperking van de voedselinname kan verstopping optreden. Dit is
voor een anorexiapatiënte vaak een reden om in paniek te raken en haar
toevlucht te nemen tot braken of laxeermiddelen.
Bij extreme vermagering ontstaat vaak een vochtophoping (oedeem) in de
onderbenen.
Als patiënten sterk vermageren wordt spierweefsel afgebroken.
Het honger- en verzadigingsmechanisme raakt volkomen verstoord. De
patiënten voelen op den duur niet meer wanneer ze honger hebben of
negeren het hongergevoel.
Anorexia-patiënten slapen vaak slecht. Meestal slapen zij moeilijk in of
zijn al vroeg weer wakker. Vaak lossen zij dit probleem op door 's
morgens vroeg al weer met werk, studie of andere activiteiten te
beginnen.
Door het ontoereikende of eenzijdige dieet kunnen tekorten aan bepaalde
mineralen en vitamines ontstaan. Bij patiënten die laxeer- en/of
plasmiddelen gebruiken en/of regelmatig braken kunnen ernstige
stoornissen in de electrolytenhuishouding ontstaan, in het bijzonder een
tekort aan kalium. Dit kan leiden tot nier- en leverbeschadigingen,
spierkrampen, hartritmestoornissen en zelfs hartstilstand.
Bijna alle lichamelijke symptomen verdwijnen wanneer de patiënten weer
een stabiel, normaal gewicht hebben bereikt. Als de ziekte echter vele
jaren duurt, kan onherstelbare schade aangericht worden. Zeker omdat
anorexia-patiënten zelf vaak de ernst van hun lichamelijke toestand
ontkennen, is dit risico aanwezig. Bij vrouwen die langdurig niet
menstrueren, kan op den duur botafbraak (osteoporose) ontstaan. Hierdoor
neemt de kans op botbreuken toe. Al met al is het beslist niet
overdreven om anorexia nervosa als een lichamelijk gevaarlijke ziekte te
beschouwen.
De sociale gevolgen
Mensen met anorexia voelen zich vaak geïsoleerd en verlaten. De omgeving
begrijpt niet dat de patiënten hun lichaam heel anders ervaren dan
anderen het zien. De vermagering en het abnormale eetdrag roepen veel
onbegrip en bezorgdheid op bij familie en vrienden. Daarom proberen zij
hun eetstoornis zo veel mogelijk verborgen te houden en zullen zij
allerlei smoesjes en uitvluchten verzinnen. Hierdoor kunnen zij door hun
omgeving als leugenachtig of onbetrouwbaar worden ervaren.
Anorexia-patiënten zijn eigenlijk voortdurend bezig met het plannen en
geheimhouden van hun eetgedrag. Dit veroorzaakt veel stress. Iets
gewoons als een etentje of een verjaardagsfeestje kan anorexia-patiënten
erg nerveus maken. Door de stress worden ze kwetsbaar, onzeker,
dwingerig of snel geïrriteerd en hebben ze last van grote
stemmingswisselingen. Ze moeten van zichzelf aan een heleboel regels
voldoen en worden in hun denken en doen erg in beslag genomen door hun
ziekte.
Anorexia-patiënten gaan zich op den duur steeds meer afzonderen van de
mensen om hen heen. Ze zijn uiteindelijk alleen nog maar bezig met wèl
of niet eten, met dik of dun zijn, of met hardlopen, fietsen of zwemmen.
Hoewel ze vaak grote moeite doen om zich zo aangepast mogelijk te
gedragen, zijn zij zo door hun ziekte geobsedeerd, dat zij haast niets
meer voor andere mensen of zaken kunnen voelen. Zij komen daardoor al
gauw in een sociaal isolement. |
|
|
|
|
|