Deze
staalblauwe vis is een veel voorkomende soort die leeft in de
wateren van de ongerepte wouden en savannen in Nigeria en het westen
van Kameroen. Het mannetje is grotere dan het vrouwtje; hij is
ongeveer zes cm. lang en heeft grote vinnen met een blauwe tot
groene glans. Het lichaam van het mannetje is bedekt met dertig tot
negentig donkerrode vlekken die in onregelmatige, langgerekte lijnen
over zijn lichaam lopen. Vanwege de vaak verschillende kleuren van
het lichaam was deze vis jarenlang moeilijk te determineren. Er
bestaat een groot verschil in het kleurpatroon tussen de twee in het
wild levende soorten, waarvan de één in Nigeria voorkomt en de
andere in Kameroen. Kweken in aquaria is gemakkelijk. De vis legt
zijn eieren zowel op de bodem als op planten. De diameter van de
eieren van sommige populaties varieert van 1 tot 1,5 mm. De
ontwikkeling voltrekt zich zonder onderbreking. Bij een temperatuur
van 25 graden C. komen ze na 12 tot 20 dagen uit en de jonge vissen
beginnen direct te zwemmen. Ze zijn vraatzuchtig en eten
fijngewreven levend voer. De jongen groeien snel.