Dit groot geaderd
witje komt voor in noordelijk Afrika, Europa en Azië. Het is een
opvallende vlinder met zwarte aderen op de bijna doorzichtige
vleugels. De waardplanten zijn meidoorn en sleedoorn. De rupsen
leven met grote aantallen bij elkaar in een spinselnest. Ze eten
en groeien tijdens de zomer en overwinteren gezamelijk in het
spinsel. Als in het voorjaar de knoppen van de waardplant
uitlopen, kunnen de rupsen verder groeien. Er is jaarlijks maar
één generatie. De vlinders, die maar één tot twee weken oud
worden, vliegen in juni en juli. Ze hebben een voorkeur voor
bosranden.