|
Wouden en
weiden ....
 De
Ardennen ... de toerist die hier kalmte en rust komt zoeken, kan genieten
van verfrissende wandelingen door de immense bossen, van een symfonie van
kleuren als in de herfst het goud en bruin van eiken en beuken oplicht
tussen het sombere groen van de sparren. Hier hult de horizon zich 's avonds
in een blauwige nevel zo ver het oog kan reiken. Hier wordt het geduld van
de visser nog beloond met een rijke buit aan forel als hij zijn hengel
uitwerpt in de riviertjes die de weiden doorkruisen. De aandachtige
wandelaar die zich nog wat van zijn aardrijkskundelessen herinnert, weet dat
hij een massief betreedt dat meer dan 600 miljoen jaar oud is. Nadat de oude
plooiingen door de erosie waren gepolijst en geëffend tot een schiervlakte,
zorgde een recente opheffing - recent in de geologische betekenis, want deze
opheffing valt samen met de vorming van de Alpen - voor een verjonging van
het reliëf. Aan deze ontwikkeling hebben wij ook die diepe valleien die
tijdens de zomer zowel als tijdens de winter de charme van dit uitmuntende
vakantiegebied uitmaken, te danken.
Wat een contrast tussen beide seizoenen. De winters zijn hier hard, want het
gebied ligt hoog en de zee is veraf. Hevige sneeuwstormen, strenge vorst en
dikke mist teisteren de streek en de Ardennen houden zich dan schuil,
sluiten zich dan af, leiden dan een geheim leven. Maar tegelijkertijd zijn
ze gastvrij voor de skiërs en sneeuwliefhebbers die er van de goede winters
profiteren. Tijdens de zomer geniet de wandelaar op de hoogten van St.
Hubert of op het plateau van Les Tailles volop van de frisse koelte van het
kreupelhout en voelt hij er zin in, dan kan hij er het fijne aroma van de
bosbessen proeven of zijn dorst lessen aan de bronnen die als kristalheldere
watervalletjes uit de kwartsietrotsen sijpelen.
Kwartsiet ? Dat is het uiterst harde gesteente dat samen met de schiefer
(lees leisteen) heel de geologische kaart van de Ardennen kleurt. Het
kwartsiet is verantwoordelijk voor de zandige bodems waarop bossen floreren.
De schiefer levert een kleigrond die gunstig is voor de weidevorming. En
inderdaad, als men de Ardennen doorkruist, dan ontdekt men een immens bebost
massief, doorsneden met graslanden. De Ardennees heeft het beste uit zijn
bossen en weiden gehaald. Hij werd veekweker en zijn beroemde boter,
gerookte ham en gedroogde worsten brachten een mooie duit in het laatje. Hij
werd houthakker, want hout was voor deze doorwinterde bosbewoner een
belangrijke grondstof. Eeuwenlang was het de voornaamste brandstof en de
energiecrisis zorgde voor een heropleving van de houtkachel.
Nu de jongeren de streek verlaten, gaan de Ardennen zich op het toerisme
toeleggen. Een weldoordachte infrastructuur die het landschap respecteeert,
kan de authenticiteit van het gebied helpen vrijwaren. Kans op slagen is er
volop. Daarvoor zorgen de oude hoeves opgetrokken in de steen die ter
plaatse voorhanden was en bedekt met van die typische leien daken die als
zwarte vlekken afsteken tegen het wit van de muren. Ook de kleine dorpen met
hun huisjes die samendrommen omheen de kerk, hebben een grote
aantrekkingskracht.
In de vakantieperiode is er keuze te over : wandelingen over berg en dal,
ritjes te paard, loerjachtpartijen op herten en reeën, grote klopjachten op
everzwijn, .... en wie wat sportiever is aangelegd kan met de kajak de
kronkelige Ourthevallei verkennen vanaf de stuwdam van Nisramont tot het
kleine dorpje Hotton.
Maar wil u de echte ziel van de Ardennen kennen, dan moet u eens één van de
eindeloze vertelavonden meemaken, bij het knetterende haardvuur, genietend
van een sneetje ham, licht gerookt met jeneverbessen, luisteren naar de
verhalen over Magonette en Gena, de beruchte struikrovers. Onweerstaanbaar
zijn de legenden van de mysterieuze Ardennen, een wereld bevolkt met heksen
en 'nutons' : speelse, grappige wezentjes die de bossen en grotten bewonen.
Klinkt daar niet de jammerende kreet van één of ander spook ? En dat gehuil,
is dat niet de klacht van prinses Berthe, de gravin van La Roche-en-Ardenne
? |