De arend wordt eerbiedig de "koning van het luchtruim" genoemd. De arend (adelaar)
heeft altijd grote indruk op de mens gemaakt en werd daarom vaak afgebeeld op wapendoeken van koningen. Veel
landen gebruiken hem ook als symbool.
De arend houdt zich meestal verre van mensen en leeft in
rotsachtige gebieden, steppen en bossen. Daar cirkelt hij overdag in het rond en bespiedt met zijn scherpe blik
zijn prooi. Hij eet bijvoorbeeld konijntjes en hazen maar ook andere zoogdieren.
Tot de inheemse arenden behoort de steenarend. De
mannetjes zijn 1,80 tot 2,00 meter groot, de vrouwtjes maximaal 2,20 meter.
De paren blijven hun hele leven samen en gebruiken hun
horst (nest) gedurende meerdere jaren. Het nest wordt voortdurend verbeterd en groter gemaakt. Het roofvogelnest
kan wel 2 meter hoog worden en een doorsnede van 2 meter bereiken. Sommige paren hebben ook meerdere horsten die
ze om beurten gebruiken.
Het vrouwtje legt twee eieren en broedt ongeveer 45 dagen.
Het sterkste jong gooit dikwijls het zwakkere uit het nest of hij dringt voor tijdens het voederen, zodat het
andere jong verhongert. De nakomelingen worden door beide ouders liefdevol verzorgd en verdedigd.
Andere arenden zijn de zeearend, goudarend, keizersarend,
bastaardarend en de wigstaartarend.