Het bruin
blauwtje, dat in grote delen van Europa en Azië voorkomt,
dankt zijn naam aan de bruine kleur van zowel het mannetje als
het vrouwtje. De vlinders zijn dan ook gemakkelijk te verwarren
met de bruingekleurde vrouwtjes van andere soorten blauwtjes. Er
zijn ieder jaar twee tot drie generaties. De overwintering vindt
plaats als halfvolwassen rups, die verscholen ligt in de
strooisellaag. De voedselplanten van de rupsen zijn reigersbek
en zonneroosje. In het voorjaar groeit de rups snel en verpopt
ook in de strooisellaag. De vlinders zijn te zien van mei tot
oktober.