| |
De
familie Estrildidae van de Zangvogels, verwant aan de familie
Wevervogels. De 107 soorten bewonen tropische gebieden; zij
vallen op door het bijzonder mooie verenkleed en hun levendig
gedrag; zij passen zich ook gemakkelijk aan gevangenschap aan.
Vele zijn dan ook bekend en geliefd als kooivogels, zoals het
blauwfazantje - zie tekening (Uraeginthus bengalus) en de
ekstertjes.
De niet melodieuze zang heeft daarbij niet of nauwelijks
betekenis. Alle Astrilden zijn kleine vogeltjes, totaal 7,5 tot
hoogstens 15 cm lang. Ze zwerven vaak in grote troepen rond, bij
voorkeur in open grasland, langs bosranden, soms ook in
rietmoerassen. Vele soorten broeden in kolonies. De nesten zijn
groot, overdekt en met een zij-ingang. De 4–10 eieren zijn
zuiver wit.
Soorten en verspreiding
Van de 28 Estrilda-soorten, voorkomend van Afrika tot Australië,
is vooral bekend de tijgervink (E. amandava), 9,5 cm, die in
Azië in dichte zwermen in rietmoerassen en andere vochtige
gebieden leeft; deze wordt in grote aantallen voor de handel
gevangen. De 30 Lonchura-soorten, hier bekend onder de namen
mannetjes, nonnen, rietvinken of muskaatvinken, leven in Afrika,
Zuid-Azië tot aan de Carolinen en zuidwaarts tot in Australië.
Vaak vormen ze grote zwermen in graanvelden; zo is de
zwartkopnon (L. malacca atricapilla), 11,5 cm, voor de
rijstverbouwers op Malakka en de Filippijnen een echte plaag,
evenals de rijstvogel (Padda oryzivora) dat is in zijn
oorspronkelijk gebied (Java, Bali) en in de gebieden waar hij
(met behulp van de mens) zich ook heeft gevestigd: de rest van
Zuidoost-Azië, Oost-Afrika en Sint-Helena.
Amadinen noemt men 23 soorten (in drie geslachten), verspreid
over Zuidoost-Azië tot in het Australische gebied. De Goulds
amadine (Poephila gouldiae), 13 cm, is een prachtig gekleurde
vogel, met verlengde middelste staartpennen, die spits toelopen.
Nauw verwant hiermee is de zebravink (Taeniopygia guttata), 10,5
cm, algemeen in Australië; deze is zeer geschikt als kooivogel,
evenals de bandvink (Amadina fasciata).
De negen papegaai-amadinen (Erythrura), felgroen met rood en
blauw, hebben een lange, toegespitste staart; zij komen voor op
de Filippijnen, Malakka, Nieuw-Guinea, in noordelijk Australië
en op eilanden in de Grote Oceaan. |
|
|
|
|
|
|