Deze
vlinder heeft een bijzonder groot verspreidingsgebied. Hij komt
onder andere voor in het noordelijk deel van India, in Birma,
Thailand, Laos, Vietnam en het zuidelijke deel van China. Er
worden acht ondersoorten onderscheiden, waarvan vooral de
ondersoort uit India zeer zeldzaam is.
Hij valt op door de lange, smalle voorvleugels die met name bij
het mannetje uitgesproken zijn. Verder hebben ze bijzonder
gevormde, gemakkelijk afbrekende staarten van hun
achtervleugels. Het felgeel gekleurde achterste deel van het
achterlichaam is een waarschuwing voor vogels dat de vlinder
oneetbaar is. De vlinders bezoeken veel bloemen van de Lantana.