| |
De
auerhoen of tetrao urogallus
Een
standvogel. De enorme haan is groter dan een gas. Hij
onderscheidt zich van het beduidend kleiner korhoentje door de
waaiervormige (niet liervormige) staart, witte vlekken op de
schouder, in de vlucht geen witte vleugelband, stevige gele
hoekige snavel en relatief kleine rollen boven het oog (rozen).
Minder op bomen, meer op berkehout.
Verspreiding en woongebied : in Europa vooral in het
noordoosten, verder in groepjes. bij ons alleen nog in de bossen
van het hoger middel- en hooggebergte, in de Alpen nauwelijks
nog onder de duizend meter. Als uitgesproken standvogel zeer
veeleisend met het oog op de veelzijdigheid van de woonomgeving.
Voortplanting : het grondnest wordt goed verstopt in dichte
bosschages. Legtijd tussen midden april en midden mei. Eén
legsel - de vijf tot twaalf eieren zijn donker gevlekt en
gestipt op een geligbruine ondergrond. De hen broedt alleen
25-27 dagen en voert ook de jongen alleen tot in september.
Voedsel : hoofdzakelijk vegetarisch; de jongen eten alleen grote
hoeveelheden kleine dieren. In de zomer is het menu heel
gevarieerd : knoppen, bladeren, zaden, bessen, zwammen; in de
winter eten ze voornamelijk naalden en knoppen van dennen en
sparren. (foto : baltse haan) |
|
|
|
|
|
|