Australië
(Eng.: Australia, v. Lat. australis = zuidelijk; oorspr.
Terra australis
incognita = het Onbekende Zuidland), het kleinste van de bewoonde continenten, gelegen ten
zuidoosten van Azië. Het continent wordt aan de oostzijde bespoeld door de Grote Oceaan
(Koraalzee, Tasmanzee), aan de overige drie zijden door de Indische Oceaan. Het heeft een
oppervlakte van 7.682.300 miljoen km2, met (1995) 18.322.000 inw. (2,4 inw. per km2).
Het continent Australië vormt het overgrote deel van het
territorium van de Commonwealth of Australia, een zelfstandige staat binnen het Gemenebest
van Naties. Direct door de Commonwealth of Australia bestuurd worden de twee interne territoria,
Australian Capital Territory (ACT) en Northern Territory en de externe territoria Norfolk Island,
Cocos (Keeling) Islands, Heard en McDonalds Islands, Coral Sea Islands Territory, Ashmore en
Cartier Islands Territory, Christmas Island en Australian Antarctic Territory. Federale hoofdstad:
Canberra. Munteenheid is de Australische dollar ($A), verdeeld in 100 cents. Nationale feestdag is
26 jan., Australia Day.
|
 |
Algemeen
Australië
heeft een compacte en afgeronde vorm, met maar weinig sterke
geledingen. Zo zijn er maar twee noemenswaardige schiereilanden:
Cape York-schiereiland en Arnhemland. Verder zijn er nog wat grote
zeebochten waaronder de Carpentariagolf, de Joseph Bonapartegolf
en de Van Diemengolf in het noorden en de Grote Australische
Bocht, de Spencergolf en de St.-Vincentgolf in het zuiden.
De gemiddelde hoogte van 360 meter is op die van Europa na de
laagste van alle continenten. Slechts 6% ligt hoger dan 700 meter
boven de zeespiegel.
Het Australische landschap is gevormd tijdens de vroegste
geschiedenis van de aarde, en de ouderdom van sommige rotsen is op
3 miljard jaar vastgesteld. Australië wordt daarom wel het oudste
continent genoemd. De laatste geologische veranderingen hebben
zich in het Perm voorgedaan, zo'n 230 miljoen jaar geleden. Er
ontstonden toen bergketens waarvan de toppen boven de sneeuwgrens
liggen. Later zijn er op de westelijke en oostelijke uitlopers nog
wat lagere plateaus ontstaan. Het huidige Australië is ca. 50
miljoen jaar geleden ontstaan toen het zich losmaakte van het
grote zuidelijke continent Gondwanaland, een landmassa bestaande
uit Afrika, Zuid-Amerika en India. Gedurende de laatste 100 tot
200 miljoen jaar is het continent langzaam geërodeerd, wat het
landschap grotendeels vlak en de bodem betrekkelijk schraal hebben
gemaakt.
In het oosten van het Australië ligt het bergland, dat met een
steile rand afdaalt naar een vruchtbare kustvlakte die wisselend
van breedte is. Vele rivieren doorbreken dit bergland en stromen
door nauwe kloven naar de oceaan. Het bergland bestaat uit
hoogvlakten, middelgebergten, bekkens en dalen, doorsneden door
rivieren die deels diep ingesneden, deels brede, vlakke dalen
vormen. De ruggengraat van het gebied is de Great Dividing Range,
een bergketen die zich aan de andere kant van de Straat Bass
voortzet in de bergen van Tasmanië. Het hoogste punt van Australië
is de Mount Kosciusko (2230 m) in de Australian Alps (New South
Wales) en andere hoge toppen in dit gebied zijn Mount Bogong in
Victoria (1986 meter) en Mount Ossa op Tasmanië (1617 meter).
In New South Wales zijn sporen van vroeger vulkanisme te vinden
(maren, explosiekraters). De laatste actieve vulkaan van
Australië, gelegen in Victoria, kwam pas 6000 jaar geleden
definitief tot rust. Richting het westen gaat het bergland zeer
geleidelijk over in de grote vlakten van het centrale laagland. De
gemiddelde hoogte bedraagt daar slechts 180 m en op de diepste
punten komt men zelfs tot beneden de zeespiegel uit. Het wordt
door lage heuvelruggen in drie grote bekkens verdeeld: het
noordelijke Carpentariabekken waar rivieren stromen die via
uitgestrekte mangrovemoerassen de Carpentariagolf bereiken; verder
het grote centrale Eyrebekken (9620 km2), waarin het Eyremeer (-12
m) het laagste punt van het continent vormt. Het is een van de
droogste gebieden van de aarde en bestaat deels uit zandwoestijnen
waaronder de Simpson Desert; de rivieren die hier stromen
verdwijnen op een gegeven moment in de roodachtige zand- en
leembodem. Het grootste bekken is het Murray-Darlingbekken en
wordt van het Eyrebekken gescheiden door de Grey Range en de Main
Barrier Range. Hier stroomt ook de enige altijd watervoerende
rivier van Australië, de Murray, waarvan het water afkomstig is
van de Snowy Mountains. De Murray is het grootste rivierenstelsel
van Australië en mondt na 2600 kilometer uit in een baai in South
Australia. Tussen de Murray en de Darling ligt een kale, vrijwel
boomloze, zouthoudende vlakte. Deze vlakte wordt alleen
onderbroken door wat galerijwouden langs de droge beddingen van
enkele rivieren, die uitsluitend in de regentijd water voeren.
Ook heel geleidelijk gaat het centrale laagland in het westen over
in het grote westelijke plateau. Dit gebied is ca. 500-700 m hoog,
zeer vlak met hier en daar wat bergen o.a. de Macdonnell Ranges
die door het Amadeusmeer gescheiden worden van de Musgrave Ranges.
In het uiterste westen ligt de Hamersley Range en in het
noordwesten en noorden de lage tafelgebergten van Kimberley en
Arnhemland.
Op het Kimberley-plateau bevindt zich Bungle Bungle, een gebied
van 8000 km2 met duizenden 200 meter hoge bijenkorfachtige
zandsteenmassa's met grotten erin. Daartussen liggen uitgestrekte,
uit langgerekte roodachtige duinenreeksen bestaande zandwoestijnen
(Tanami Desert, Great Sandy Desert, Great Victoria Desert),
begroeid met wat woestijngras, woestijneiken en acacia's.
In dat gebied liggen vele zoutpannen en -meren en droge, bochtige
rivierbeddingen.
Enkele eilandbergen zoals Ayers Rock of Uluru (Moeder Aarde), een
van de grootste monolieten op aarde (3,5 kilometer lang, 348 meter
hoog en een omtrek van ca. 10 kilometer), en Mount Olgas of Kata
Tjuta (veel hoofden) werden door hun typische vorm tot heilige
plaatsen voor de aboriginals. De rotsformaties van Mount Olgas
waren ooit misschien een enkele monoliet als Ayers Rock, die later
uitsleet tot de huidige 36 koepels die van elkaar gescheiden
worden door nauwe kloven en iets bredere dalen. Twee lager
liggende gebieden dringen diep in dit plateaulandschap door: in
het noorden het Canning Basin en in het zuiden de volstrekt vlakke
Nullarbor Plain (Nullarbor is Latijn voor "geen bomen"). Het is
een uitgestrekte kalksteenvlakte (200.000 km2 en daarmee het
grootste aaneengesloten kalksteengebied ter wereld), de zeebodem
van een 20 miljoen jaar oude zee, met grotten, gaten en
ondergrondse rivieren, ontstaan door regenwater dat door het
poreuze gesteente sijpelt. Het is er droog en er groeit bijna
niets dan planten die goed tegen extreme droogte kunnen, zoals
blauwe ganzenvoet en melde. Ook in het westen grenst het plateau
met een steile rand aan de kustvlakte, die hier, in tegenstelling
tot de oostkust, droog is met slechts weinige rivieren, die in
zoute strandmeren uitmonden.
Langs de noordoostelijke kust strekt zich het 2000 kilometer lange
Groot Barrière Rif uit, het grootste koraalrif ter wereld,
bestaande uit meer dan 2000 met elkaar verbonden koraalriffen en
71 koraaleilanden met meer dan 400 soorten koraal. Het Groot
Barrière Rif is het grootste door levende wezens gebouwde
constructie ter wereld en bestrijkt een gebied dat ruim vijf keer
zo groot is als Nederland. Dit levende en groeiende rif, opgebouwd
uit algen en skeletten van minuscule koraalpoliepen, varieert in
breedte van 15 kilometer in het noorden tot 300 kilometer in het
zuiden, en biedt onderdak aan 1500 soorten vissen, schildpadden,
doejongs (zeekoeien), haaien, kwallen, zeeslangen, dolfijnen en
walvissen.. Het Ningaloo Reef is het grootste kustrif ter wereld
en volgt de kust over een lengte van 260 kilometer. De kust wordt
tot op soms 100 meter genaderd.
Aan de zuidkust van Queensland ligt Frasier-eiland, met zijn
lengte van 123 kilometer en gemiddelde breedte een van de grootste
eilanden van Australië en tevens 's werelds grootste zandeiland.
Het eiland is sinds 1992 opgenomen op de Werelderfgoedlijst van de
Unesco.
In Shark Bay ligt het 110 kilometer lange Shell Beach. Dit strand
is een van de enige twee stranden ter wereld die bestaan uit
niet-gefossiliseerde schelpen. De laag schelpen kan een dikte van
wel 10 meter bereiken.
De Millstream Falls bij Ravenshore is in de regentijd de grootste
waterval van Australië. Het diepste meer van Australië, Lake St.
Clair, ligt op Tasmanië en is 200 meter diep.
Tussen Barrow Creek en Tennant Creek in het Northern Territory
liggen de Devil's Marbles, honderden granieten keien die over een
aantal kilometers verspreid langs de kant van de weg liggen.
Sommige van de grotere keien balanceren op andere.
Wave Rock is een bizarre rotsformatie in de buurt van de stad
Hyden in Western Australië. De rots heeft de vorm van een
brandingsgolf van 15 meter hoog en meer dan 100 meter lang. De
kleurige, verticale strepen versterken de gelijkenis met een golf.
De Fitzroy-rivier is 600 kilometer lang en mondt uit in de zee bij
King Sound, ten noorden van Derby. In de rivier zwemmen roggen,
longvissen, en de zaagvis, maar ook ongevaarlijke krokodillen. In
het natte zomerseizoen zwelt de Fitzroy-rivier op tot een machtige
stroom, die het gehele gebied onder water zet.
Klimaat
De seizoenen in Australië zijn tegengesteld aan die van het
Noordelijk Halfrond. De lente duurt van september tot november, de
zomer van december tot februari, de herfst van maart tot mei en de
winter van juni tot augustus. De seizoenen zoals we die in Europa
kennen zijn alleen in het zuiden duidelijk aanwezig.
Door zijn ligging heeft Australië voor het grootste gedeelte een
subtropisch klimaat.
Alleen in het uiterste noorden heerst een tropisch klimaat. Dat
gebied kenmerkt zich door droge, hete zomers en zeer neerslagrijke
winters. Van oktober tot eind november loopt het zogenaamde
'vroege stormseizoen'. De luchtvochtigheid neemt dan al toe, maar
de neerslaghoeveelheden vallen nog erg mee. December en januari is
de tijd van de 'vroege moesson', dan kan het al heel nat zijn,
maar er komen ook nog droge periodes voor, afhankelijk van de
passaatwinden. Februari en maart is de tijd van de 'late moesson',
die gepaard gaat met zeer zware regenval. Het 'late stormseizoen'
van april en mei kenmerkt zich door sterke windstormen. In juni en
juli is het klimaat zeer aangenaam in met de laagste
luchtvochtigheid en een dalende temperatuur. Heet en droog is het
in augustus en september. De zwaarste buien komen in de buurt van
Darwin voor, in het uiterste noorden van Australië. In de
regentijd komen er ook regelmatig cyclonen voor, gemiddeld ca.
vijf per jaar. Gemiddeld valt hier ca. 1470 mm neerslag. Mount
Bellenden Ker in het Bellenden Ker National park in het vruchtbare
tropische gedeelte van Queensland is de natste plek van Australië.
In 1979 viel er 11.250 mm regen.
Midden-Australië of the "outback" (70% van het Australische
continent) kent een echt woestijnklimaat. Op sommige plaatsen
regent het praktisch nooit. In de zomer kunnen de temperaturen
zeer hoog oplopen. In de winterperiode kan het 's nachts flink
afkoelen. Alice Springs heeft de hoogste gemiddelde
dagtemperaturen die dan oplopen in december/januari tot 35 à 36°C.
De temperaturen kunnen daar soms tot boven de 45°C oplopen. De
hoogste temperatuur ooit gemeten is 53,1°C in Cloncurry in 1880.
Het gehucht Marble Bar houdt het warmterecord met 161
opeenvolgende dagen boven de 37,8°C. In Midden-Australië valt
minder dan 250 mm neerslag per jaar en het droge seizoen duurt
meer dan acht maanden. Rond dit gebied met zeer weinig regenval
ligt een semi-aride zone waar zoveel regen valt dat er schapen en
runderen gehouden kunnen worden.
Het noorden van New South en het zuiden van Queensland hebben een
subtropisch klimaat met het hele jaar door aangenaam weer, hoewel
het in de zomer behoorlijk warm kan worden. Grote steden als
Sydney, Perth en Adelaide hebben een mediterraan klimaat met warme
zomers en milde winters.
Victoria en Tasmanië in het zuiden hebben een gematigd klimaat. In
de winter kan het vrij koud worden met sneeuwval in de hogere
gebieden. De rest van het jaar is het zonnig en warm met kans op
hittegolven in Victoria. De laagste gemiddelde dagtemperaturen van
Australië komen voor in Hobart, Tasmanië in januari/februari met
21 à 22°C. De gemiddelde neerslag in Victoria en Tasmanië bedraagt
ca. 760 mm per jaar.
Canberra in het zuidoosten van Australië kent 's winters de
laagste temperaturen. Van juni tot en met augustus liggen de
minimumtemperaturen rond de 1°C. De gemiddelde maximumtemperatuur
in Sydney varieert van 15,9° tot 25,8°C en die van Melbourne ligt
tussen de 13,3° en 25,8°C. Adelaide heeft de laagste totale
neerslag van alle hoofdsteden en de gemiddelde temperatuur
varieert van 12,5° tot 21,5°C. In de zomer kan het in Perth
dagemlang tussen de 30° en 40°C zijn. Brisbane heeft een
subtropisch klimaat en het is er het hele jaar warm. 's Winters is
de gemiddelde temperatuur 20,4° en 's zomers 29,4°C. Darwin kent
een nat seizoen van november tot april en de rest van het jaar is
het er droog. Het is het hele jaar door warm en de temperaturen
liggen tussen de 19° en de 30°C.
Zowel aan de noordwest- als aan de noordoostkust van Australië
komen in de zomer en het najaar tropische cyclonen voor (Willy
Willies). Een van de ergste stormen in de geschiedenis vond plaats
op 25 december 1974, toen een cycloon en overstromingen de stad
Darwin vernielden en er 20.000 mensen dakloos werden.
Planten
Vele tientallen miljoenen jaren geleden was een groot deel van
Australië bedekt met regenwouden. In de ijstijd verdween het water
en droogde het continent uit, behalve in Queensland. In de plaats
hiervan kwamen nieuwe planten zoals de eucalyptus en de acacia. De
Australische plantenwereld vormde vanaf die tijd een apart
florarijk, Australis genaamd. Vele soorten komen alleen op dit
continent voor.
Door
de Europeanen werden vele bossen gekapt om te dienen als
weidegronden en voor de houtwinning. Ook zaden van geïmporteerde
planten en dieren die het land kaalvraten hadden een negatief
effect op de inheemse plantenwereld. De meeste plantengroei komt
voor in regengebieden als het noordoosten, het zuidwesten, het
zuidoosten en Tasmanië. Het binnenland is vooral heel erg droog
maar kan na een flinke regenbui een korte tijd een bloemen- en
plantenzee worden. Vooral de rood-zwarte Sturt's desert pea is dan
onovertroffen mooi. In de duinwoestijnen groeit vooral egelgras en
dikbladerige zoutkruiden op de zoute vlakten. Het Australische
borstelige gras met de witte pluimen wordt Spinifex genoemd en
komt in de steppen en woestijnen voor. Ondanks alles komen er in
geheel Australië zo'n 25.000 verschillende soorten bloeiende
planten voor.
Een van de belangrijkste planten van Australië is de eucalyptus of
gomboom. Er komen ongeveer 700 soorten in de wereld voor waarvan
95% in Australië. De meest voorkomende soorten zijn te vinden in
Western Australia, Victoria, New South Wales en Queensland.
Tasmanië, South Australia en Northern Territory kennen de minste
soorten. Er zijn kleine varianten zoals de "mallee" en de "snow
gums", maar ook soorten die meer dan 50 meter hoog kunnen worden,
zoals de "mountain ash", de "jarra" en de karriboom. Economisch
zijn de bomen belangrijk voor timmerhout en voor de productie van
eucalyptusolie.
Ook van de acacia komen in Australië zo'n 700 soorten voor. Ze
variëren van bodembedekkers en struiken tot bomen die wel tien
meter hoog kunnen worden. Acacia's zijn overal te vinden, zowel in
het droge binnenland als in de regenwouden. De meest voorkomende
soorten zijn te vinden in Victoria en Queensland. De nationale
kleuren goud en groen dankt Australië aan de "wattle", de
Australische acacia.
De melaleuca of papierstam is in Australië met 150 soorten
vertegenwoordigd, waarvan de meeste inheems. Zowel kleine struiken
als bomen met een witte, steeds afbladderende bast komen voor, tot
10 meter hoog. De meeste soorten komen in Western Australia en New
South Wales voor. In Northern Territory komen geen melaleuca's
voor.
Banksia's zijn struiken en bomen tot 15 meter hoog die het hele
jaar door groen blijven. Ze groeien vaak in gebieden waar de
omstandigheden niet al te gunstig zijn, b.v. op arme kustgrond,
zanderige heidegrond en onvruchtbare zandsteenaarde in
berggebieden. Het bijzondere van deze planten is dat ze zich
alleen kunnen vermenigvuldigen tijdens bosbranden! Alleen dan
lopen de temperaturen dusdanig hoog op dat de zaden uit hun
omhulsels springen.
Grevillea's komen in vele varianten voor die vaak nauwelijks op
elkaar lijken. Er zijn 250 soorten die dicht bij de grond groeien
maar ook 30 meter hoog kunnen worden. De bloemen worden ook wel "spinnenbloemen"
genoemd en de bladeren verschillen per soort van vorm en kleur.
Baobabs of apenbroodbomen komen alleen in Western Australia en
Northern Territory voor. Ze kunnen 20 meter hoog worden maar de
stam kan een omvang van 20 meter bereiken. Ze komen ook voor in de
droge gebieden doordat de enorme stam grote hoeveelheden water kan
opnemen.
"Grass trees" komen overal in Australië voor. De dikke zwarte stam
kan 6 meter lang worden en op het einde groeien op gras lijkende
bladeren, vandaar de naam. Deze stokoude boomsoort komt al 100
miljoen jaar alleen in Australië voor en overleeft de meest
extreme omstandigheden zoals droogte, overstromingen en vuur.
Casuarina's komen ook overal voor en hebben naaldachtige bladeren.
De nationale bloem van Australië is de "kangaroo paw", de
kangoeroepoot. Tasmanië is het domein van de zuidelijke beuken en
van een van de langstlevende bomen op aarde, de "Huon pine".
Verspreid over het hele continent komen ca. 470 soorten orchideeën
voor.
Het westen van Australië is in veel opzichten anders dan de rest
van Australië, ook wat de plantengroei betreft. De staat huisvest
ongeveer 8000 soorten bloeiende planten zoals de grondorchidee, de
rode en groene kangoeroevoet, de blauwe leschenaltia's, de
dryandra, de banksia en vleesetendeplanten als de drosera of
zonnedauw.
Australië is het enige continent waar alle drie de onderklassen
van de zoogdieren voorkomen: de echte zoogdieren, buideldieren en
de eierleggende zoogdieren.
Het vasteland van Australië behoort net als Nieuw-Guinea,
Tasmanië, Nieuw-Zeeland en een aantal eilandengroepen in de Grote
Oceaan, tot het dierengeografische hoofdgebied Notogaea en wordt
ook wel de Australische Regio of het Zuiderrijk genoemd. De zeer
bijzondere fauna laat de merkwaardige geschiedenis van Australië
zien na het uiteenvallen van het zuidelijke supercontinent
Gondwana. Anderzijds heeft de geïsoleerde ligging van Australië
gezorgd voor een dierenwereld die nergens ander op de wereld
voorkomt.
De stromatolieten in Shark Bay, Western Australia, zijn miljoenen
jaren oud en de meest primitieve levensvormen ter wereld. Het
lijken stenen, maar zijn in werkelijkheid langzaam groeiende
sponzige planten, gevormd door minuscule eencellige algen.
Zoogdieren
Onder de zoogdieren ontbreken vrijwel alle hoger ontwikkelde
orden; de ca. 235 soorten bestaan voor de helft uit buideldieren (Marsupialia)
en eierleggende zoogdieren (Monotremata of snaveldieren) en voor
de andere helft uit moderne zoogdieren (Placentalia). De laatste
categorie bestaat uitsluitend uit vleermuizen en knaagdieren. Tot
deze categorie behoort ook de dingo, een verwilderde hond die al
lang voor de komst van de blanken werd ingevoerd. De dingo kan
niet blaffen, maar des te luider huilen.
De vele buideldieren zij kunnen ontstaan als gevolg van geringe of
ontbrekende concurrentie voor wat de ecologische mogelijkheden
betreft. Door het ontbreken van concurrerende moderne zoogdieren
zijn de buideldieren in Australië gaan klimmen, zwemmen, graven,
enzovoort, en hebben zich op verschillende typen van voedsel
gespecialiseerd. Onder de buideldieren komen daarom insecteneters,
knaagdieren, roofdieren en andere typen voor. Van de zestien
families buideldieren in de wereld leven er dertien uitsluitend in
Australië. Jonge buideldieren zijn bij hun geboorte nog niet
volledig ontwikkeld en daarom houdt het moederdier ze bij zich in
een huidplooi, de buidel, tot de jongen sterk genoeg zijn om zich
zelfstandig in de buitenwereld te bewegen.
Daarnaast is door toedoen van de mens een aantal diersoorten van
elders ingevoerd die de oorspronkelijke fauna verdrongen hebben of
bezig zijn dat te doen. Het beruchtste dier is ongetwijfeld het
konijn, in 1859 ingevoerd als jachtwild en al snel uitgroeiend tot
een ware plaag. In Centraal-Australië leven kuddes dromedarissen,
die door ontdekkingsreizigers naar Australië zijn gehaald.
Buffelkuddes worden aangetroffen in het noorden van Australië, ten
oosten van Darwin. Op Fraser Island leven wilde paarden of
brumbies die afstammen van de paarden die in de negentiende eeuw
van het vasteland kwamen.
Kangoeroes en kangoeroe-achtigen als wallabies, wallaroes
(bergkangoeroes) en pademelons zijn buideldieren. De grootset
soort is de rode reuzenkangoeroe die tot twee meter groot kan
worden. Er zijn ongeveer vijftig soorten waaronder de
bergkangoeroe, de quokka of ratkangoeroe, de kleinste soort die
alleen nog voorkomt op Rottnest Island in Western Australia. Aan
de oostkust is de meest verspreide soort de grijze reuzenkangoeroe
Het vogelbekdier is een van de merkwaardigste verschijningen in de
dierenwereld. Het dier heeft de snavel van een eend, de staart van
een bever en zwemvliezen tussen de tenen; bovendien legt het dier
eieren, maar zoogt de jongen. Het zeer schuwe dier komt nog vrij
veel voor op Tasmanië en ten oosten van de Great Dividing Range.
Op de hoge bergtoppen van de Mount Bogong, Mount Buller en Mount
Hotham in Victoria leeft de zeldzame bergpygmeebuidelrat, een
uniek alpien buideldier
De koala of buidelbeer is geen beer maar een buideldier, en leeft
bijna uitsluitend van bepaalde soorten eucalyptusbladeren van o.a.
de rode riviergomboom en de blauwe gomboom. Deze bladeren bevatten
zoveel water dat hij geen extra water nodig heeft. De koala leeft
vooral de staten Victoria, New South Wales, Queensland en in
mindere mate South Australia. De naam koala is ontleend aan de
taal van de aboriginals en betekent "die dat niet drinkt".
De wombat is verwant aan de koala, alleen leeft dit buideldier op
de grond.Ze komen voornamelijk voor op Tasmanië en in de
zuidwestelijke kuststrook. Het zijn vegetariërs die slecht tegen
de warmte kunnen en daarom vaak 's nachts op zoek naar gaan naar
wortels, bladeren en boomschors. De wombat is het enige knaagdier
onder de buideldieren.
De mierenegel of echidna is een eierleggend zoogdier, komt in
geheel Australië voor en eet mieren en termieten.
Opossums zijn buide lratten
die er uitzien als grote eekhoorns. Sommige opossums hebben een
vlieghuid waarmee ze in staat zijn om van boom naar boom te
vliegen. Ook buideleekhoorns leven in bomen en kunnen door de
lucht zweven.
De Tasmaanse duivel (foto) is een zwart roofdier die leeft
in kleine holen, in de rotsen of in oude boomstronken op Tasmanië.
Op het vasteland is hij uitgeroeid door de dingo, en ook op
Tasmanië wordt het dier met uitsterven bedreigd. De Tasmaanse
tijger is een roofdier met dwarsstrepen op de rug en voor het
laatst officieel op Tasmanië gezien in 1930. Men neemt aan dat het
dier uitgestorven is. In mei 2002 werd bekend dat Australische
wetenschappers de uitgestorven Tasmaanse tijger weer tot leven
willen wekken. Professor Mike Archer vond in een museum een goed
bewaard embryo van het dier. Uit onderzoek bleek het DNA nog
intact te zijn. De professor denkt dat hij het beest kan klonen.
De numbat is een termieteneter en een buideldier zonder buidel. De
jongen klemmen zich vast aan de vacht van de moeder. Het dier is
zeer zeldzaam en komt alleen nog voor in het zuiden en westen van
Australië.
De gewone borstelstaartbuidelrat is een lekkernij voor de
aboriginals. Het diertje is zo wijd verspreid dat het bijna een
plaag is. Ze wonen al in en om bijna alle Australische steden en
nestelen in holen in tuinen en zelfs op zolders.
Kangaroo Island ligt voor de kust van South Australia en daar
leven o.a Nieuw-Zeelandse zeehonden en een voor Australië zeldzame
zeeleeuwenkolonie.
In Shark bay komt de doejong voor, een zeekoe en 's werelds enige
plantenetende zeezoogdier.
De kleinste vleeseter is de geelvoetige antechinus. Dit diertje
weegt maar 50 gram n is te vinden in de "bush", de onontgonnen
natuur, in de buurt van de steden aan de oostkust. De kleine
diertjes hebben een zeer snelle stofwisseling en zijn daardoor
altijd op zoek naar voedsel, insecten, kleine vogels en
hagedissen. De geslachtsdaad is voor het diertje zo'n grote
inspanning dat hij enkele dagen later sterft.
Vogels
De Australische vogelwereld kent ongeveer 650, vaak zeer
bijzondere soorten. Endemisch zijn o.a. paradijsvogels en
prieelvogels (beide ook op Nieuw-Guinea), de liervogels,
honingzuigers en de struisvogelachtige emoe. De emoe is een
loopvogel en na de struisvogel de grootste vogel (1,5 meter groot)
ter wereld die overal voorkomt behalve aan de oostkust en op
Tasmanië. De emoe komt voor op het wapen van
Australië.
De kasuaris is verwant aan de emoe, maar veel kleiner van stuk.
Hij komt vooral voor in de regenwouden van Queensland en als hij
bedreig wordt spring hij omhoog en maakt met de poten een
schoppende beweging. De liervogel is ook een loopvogel met
prachtige staartveren en leeft in de bossen van het zuidoostelijk
berglandschap.
Australië is zeer rijk aan papegaaien (55 soorten; tweede op de
ranglijst na Brazilië), parkieten, kaketoes (rosékaketoe, zwarte
raafkaketoe, geelstaartkaketoe), lori's, ijsvogels en duiven.
Daarnaast komen nog vele eigenaardige vormen voor als de zwarte
zwaan en de reuzenijsvogel of kookaburra (ook wel lachende hans).
Prieelvogels bouwen een "prieeltje" waarmee ze het wijfje proberen
te lokken en wordt verder versierd met bij voorkeur blauwe
steentjes, stukjes glas en andere prullaria. Het bouwwerk wordt
niet als nest gebruikt.
Roofvogels zijn wouwen, haviken, Australische adelaars,
zeearenden, visarenden, en valken. In de moerassen komen reigers,
de brolgakraan, eksterganzen, lepelaars, ibissen en de lotusvogel
voor. Langs de kust leven bekende verschijningen als albatrossen,
pelikanen met zwarte vleugels, meeuwen, stormvogels, eenden,
zwarte zwanen en sternen. De "Fairy penguin" is de kleinste
pinguïnsoort ter wereld en komt voor op Kangeroo Island (South
Australia) en Phillip Island (Victoria)
De grote, hoenderachtige thermometervogel legt de eieren onder een
hoop zand. De dikte van de zandlaag wordt aangepast aan de
temperatuur, waardoor die altijd constant blijft.
Reptielen, amfibieën, insecten
Australië kent bijna 400 soorten reptielen waaronder krokodillen,
meer dan 100 slangen (waaronder naast zeer giftige ook grote
wurgslangen, pythons), meer dan 200 hagedissen, waaronder o.a. 15
varanen, de grootste plaatselijke concentratie van deze familie
van reuzenhagedissen en (endemische) zoetwaterschildpadden. De
reuzenvaraan of goanna kan wel twee meter lang worden. Ook de
perentiehagedis kan enkele meters lang worden.
De meeste slangensoorten zijn ongevaarlijk maar bruine slang,
doodsadder, taipan en tijgerslang zijn giftig. Bekende hagedissen
zijn de groteske bergduivel of moloch en de kraaghagedis. Er komen
twee soorten krokodillen voor in Australië, de riviermondkrokodil
of zoutwaterkrokodil (ook wel boeaja genoemd) en de kleinere
Johnston- of zoetwaterkrokodil. De eerste soort kan wel zeven
meter lang worden, de tweede soort wordt maximaal vier meter.
Zes van de zeven zeeschildpadsoorten komen bij Australië voor o.a.
de groene schildpad en de dikkopschildpad.
De amfibieën omvatten uitsluitend kikvorsen en padden. De
miniatuurkikker is een maagbroeder wat betekent dat ze haar jongen
in haar maag grootbrengt. In het droge midden van Australië leeft
een paddensoort die zich volzuigt met water en vervolgens onder de
grond verdwijnt om de lange,droge tijd te overleven. De
gigantische "Queensland cane toad" is ingevoerd om een parasiet
die het suikerriet aantastte te bestrijden, maar is ondertussen
een plaag geworden.
In totaal komen er ongeveer 55.000 soorten insecten voor, waarvan
bijna 20.000 kevers. Ook de andere ongewervelde dieren zijn vaak
zeer eigenaardig, bijvoorbeeld de reuzenaardworm die wel drie
meter lang kan worden.
Van de ca. 1500 spinnensoorten zijn kogelspinnen en
trechterspinnen uitermate giftig. Termieten komen vooral voor in
het noorden van Australië, waar ontelbare, soms drie meter hoge
termietenheuvels worden aangetroffen. Een ware plaag voor mens,
dier en gewas vormen de vele vliegen, muggen en sprinkhanen.
Vissen
De zeeën rond Australië herbergen een zeer rijke fauna, waarvan
die van het Great Barrier Reef (een reeks van koraaleilanden)
wereldwijde faam geniet. Talloze zeedieren zijn in hun
verspreiding beperkt tot de zeeën rond Australië. Gevaarlijk zijn
de blauwgeringde achtarm, een octopussensoort, de "box jellyfish"
of kubuskwal (ook wel sea wasp genoemd), egelvissen, steenvissen,
roggen, het Portugees oorlogsschip (kwallensoort) en de
doornenkroon, een soort zeester. In de Australische wateren komen
ca. 20 soorten haaien voor. De gevaarlijkste voor de mens zijn de
tijgerhaai en de witte haai. De walvishaai is de grootste vis ter
wereld en leeft onder meer in het Ningaloo Marine Park van Western
Australia.
Marlins zijn zwaardvissen die tot 700 kilo zwaar kunnen worden. De
snapper is de meest gevangen vis in Australië.
Bijzonder van vorm en kleur zijn de anthias, die bijna lichtgevend
is, de helderrode anemoonvis, de driebandanemoonvis en de
Maori-lipvis. De merkwaardig uitziende pegasusvis is een van de
symbolen van de Australische zeeën.
Zoetwatervissen zijn weinig soortenrijk (minder dan 200 soorten)
en bijvoorbeeld karperachtigen ontbreken helemaal. De opvallendste
vorm is de archaïsche Australische longvis of barramundi van
Queensland, een overblijfsel van een eens wijd verspreide groep
van zoetwatervissen.
Telefoongids
Australië
Postcodes Australië |