| |
Een boeiend
maar complex beeld....
Autisme uit zich in eerste instantie het opvallendst in het gedrag. De
drie kernproblemen van autisme situeren zich op het gebied van
communicatie, op sociaal vlak en in het flexibel denken en handelen. Dit
noemt men de “triade”.
Mensen met autisme hebben moeite in de omgang met anderen omdat sociale
regels heel wisselend (naargelang de context) én onzichtbaar zijn.
Sommigen proberen heel veel contact te leggen met anderen, maar deze
contactname komt vaak stroef, bizar of vreemd over. Het ontbreekt hen
aan sociale finesse, vaak zijn ze in sociale relaties ook heel naïef.
Dit gemis aan intuïtief sociaal gevoel, proberen ze soms goed te maken
door middel van intelligentie en logica, of door imitatie van anderen.
Vanaf de kinderleeftijd krijgen ze heel wat labels mee: koppig,
gedragsgestoord, onbeleefd, excentriek, bizar, egoïstisch, vreemd,…
Sommige mensen met autisme praten niet, anderen “papegaaien”, nog
anderen zijn juist vlotte praters die over een uitgebreide woordenschat
en grammatica beschikken. De problemen op communicatief vlak kunnen zich
dan ook op subtiele wijze uiten, maar vaak is hun communicatie
oppervlakkig, met een repetitieve inhoud. Omwille van hun associatief
denken zit er vaak weinig lijn in hun verhaal. Mensen met autisme hebben
niet alleen moeite met het zich op een verstaanbare manier te kunnen
uiten, ook het begrijpen van de communicatie van anderen loopt
kwalitatief anders.
Stroef handelen en een beperkt gedrags- en interessepatroon uit zich
vooral in een moeilijke aanpassing aan nieuwe situaties; mensen met
autisme hebben moeite met veranderingen. Als reactie op stress kunnen
stereotiepe bewegingen voorkomen. Ze ontwikkelen ook heel wat routines.
Moeilijk te herkennen en een andere informatieverwerking....
Zoals hierboven reeds beschreven, bestaat er geen kenmerk dat typisch en
uniek is voor autisme. Autisme uit zich op duizenden verschillende
manieren. En hoe ouder - of hoe intelligenter - iemand met autisme is,
hoe meer hij geleerd heeft de stoornis te compenseren en camoufleren. De
diagnosticus moet dan ook over een grote klinische ervaring beschikken
om de diagnose te kunnen stellen. Autisme toont zich immers vooral langs
de binnenkant: in de andere manier van waarnemen, informatie verwerken
en betekenis geven.
Mensen met autisme nemen de wereld op een andere manier waar. Vaak
richten ze zich op (onbelangrijke) details, en zien het geheel niet,
waardoor ze ook tot een andere betekenisverlening komen. Ze kunnen heel
weinig rekening houden met de context, en ze gaan over- of
ondergeneraliseren. Men noemt deze andere informatieverwerking een
zwakte in de “centrale coherentie”. Precies omdat ze de wereld anders
waarnemen en interpreteren, komen ze vaak tot een ander, vreemd, bizar,…
gedrag dat gebaseerd is op deze (andere) betekenisverlening.
Autisme en normale intelligentie.
Het is niet toevallig dat de diagnose autisme in combinatie met
normale intelligentie voor verwarring zorgt. Deze mensen leren immers
dankzij hun intelligentie hun problemen voor een stuk te verbergen. Een
buitenstaander is dan ook vlug misleid: “Het is toch allemaal zo erg
niet…”, of: “Dan ben ik ook autistisch!”. Toch heeft de stoornis in het
dagelijkse leven heel wat verregaande gevolgen. Autisme is immers ook
bij hen een pervasieve ontwikkelingsstoornis: het gaat niet om wat
eigenaardig gedrag, excentriciteit of moeite met sociaal contact.
Omgaan met mensen met autisme
Veel taal wordt door mensen met autisme letterlijk begrepen, of
deels, of helemaal niet begrepen. De essentie van een boodschap kunnen
ze vaak ook moeilijk halen uit lange, ingewikkelde zinnen.
Gelaatsuitdrukkingen, lichaamstaal en sociale aanwijzingen werken vaak
niet. Ook het denken in abstracte begrippen is voor hen vaak niet
eenvoudig. Naar communicatie toe betekent dit dat boodschappen liefst zo
concreet mogelijk overgebracht worden, zonder veel figuurlijk
taalgebruik en zonder verbale overlast. Zeg duidelijk wat je bedoelt.
Visuele hulpmiddelen, zoals geschreven woorden en planning, of
tekeningen, foto’s, voorwerpen,… kunnen ter ondersteuning of ter
vervanging van verbale communicatie (levens-)noodzakelijk zijn.
Mensen met autisme hebben moeite om zich te organiseren; ook hier kan
ondersteuning en duidelijkheid helpen.
Mensen met autisme zijn, omwille van hun handicap, egocentrisch. De
meeste hebben ontzettend grote moeilijkheden om de reacties van anderen
te begrijpen. Probleemgedrag is vaak een reactie op beangstigende of
verwarrende ervaringen en dus niet persoonlijk bedoeld.
Mensen met autisme zijn vaak hypergevoelig aan bepaalde sensoriële
prikkels, zelfs “gewone” niveaus van geluid en visuele prikkels kunnen
hen sterk afleiden of storen. Ook dit is sterk verschillend van individu
tot individu.
Enkele cijfers over het voorkomen van autisme....
De cijfers variëren nogal per studie en naargelang de diagnose die
men betrok in de onderzoeken. Recente prevalentiecijfers die uitgaan van
de diagnose autismespectrumstoornis geven aan dat het over ongeveer 1 op
200 personen! Wanneer de diagnostische criteria verengd worden tot de
autistische stoornis gaat het over 1 op 1000. De hogere cijfers, in
vergelijking met vroeger, zijn vooral te verklaren door een betere
detectie en diagnostiek, en een verbreding van de definities en
criteria. Er is dus geen wetenschappelijk bewijs voor een hogere
prevalentie dan vroeger!! Mannen hebben 3 à 4 maal meer kans dan vrouwen
om een diagnose te krijgen. Wat het al dan niet samengaan met een
verstandelijke handicap betreft: momenteel gaat men ervan uit dat dit in
slechts 50% van de gevallen zo is. |
|
|
|
|
|