Azië, het grootste
continent ter wereld, ongeveer 44 miljoen km2, met 3,3
miljard inwoners. Met Europa vormt het het
vastelandcomplex Eurazië. De grens tussen Europa en Azië
loopt van noord naar zuid door het Oeralgebergte,
vervolgens langs de grens van Kazachstan tot de
Kaspische Zee en aan de westkust daarvan langs de
noordgrens van Azerbajdzjan en Georgië naar de Zwarte
Zee.
|
 |
Landschap en
klimaat
Globaal
gesproken vormt in Azië een groot oost–west verlopend bergland de
scheiding tussen een noordelijk en een zuidelijk deel, waarbij het
zuiden in hoofdzaak wordt gevormd door een aantal grote
schiereilanden (Arabië, Voor-Indië, Achter-Indië). De gebergtezone
is zeer breed (in Centraal-Azië tot 3200 km). Ten noorden ervan
ligt het grote gebied van laagvlakten, tafel- en
bekkenlandschappen, dat geheel Siberië, China en Mongolië omvat.
Men vindt in Azië zowel de hoogste bergtop van de aarde (Mount
Everest, 8848 m) als de diepste depressie (spiegel van de Dode
Zee, -394 m), terwijl de bodem van het Bajkalmeer (1287 m onder de
zeespiegel) de diepste continentale inzinking vormt. (Foto
: de Chinese muur - één van de zeven wereldwonderen)
Het afwateringsgebied naar de Atlantische Oceaan omvat ca. 11, 3
miljoen km2 (Ob, Jenisej, Lena), dat naar de Grote Oceaan 9, 4
miljoen km2 (Amoer, Huang He en Yangzi Jiang) en dat naar de
Indische Oceaan 7, 4 miljoen km2 (Mekong, Salween, Irrawaddy,
Menam, Ganges/Brahmaputra, Indus, Eufraat en Tigris). Een gebied
van 12, 7 miljoen km2 watert niet af naar zee, maar naar de grote
binnenmeren en de talrijke zoutmeren of zoutmoerassen.
Door de grote uitgestrektheid en hoogteverschillen vertoont Azië
vrijwel alle klimaten die op aarde voorkomen. De continentale
klimaten overheersen; Japan, grote delen van China, het Indische
schiereiland en enkele hooggelegen delen van Indonesië hebben een
gematigd regenklimaat, terwijl op het Indische subcontinent, in
Achter-Indië en Indonesië tropische regenklimaten voorkomen.
De krachtigste winden in Azië waaien tijdens tropische cyclonen .
Deze komen het meest voor in het gebied van de Filippijnen, aan de
kusten van China en Japan, waar zij taifoens worden genoemd, in de
Golf van Bengalen en in de Arabische Zee.
Plantengroei en dierenwereld
Het
uiterste noorden van Azië heeft een arctische vegetatie met
toendra's, bewoond door o.a. sneeuwhoen, sneeuwhaas, lemming,
rendier, en is broedgebied voor vele vogels. Ten zuiden van de
boomgrens beginnen de Siberische naaldwouden (tajga), bewoond door
o.m. wolf, vos, lynx, bruine beer, marterachtigen, herten en vele
standvogels, en steppen. In Klein-Azië, Syrië, Iran, het Arabisch
schiereiland, Afghanistan, Baluchistan, Turkestan, Tibet en
Mongolië draagt de vegetatie een woestijn- en steppekarakter.
China en Japan vormen het Oost-Aziatische gebied van de
altijdgroene gewassen. In het zuiden gaan de subtropische
regenwouden geleidelijk over in de tropische (Voor-Indië,
Achter-Indië, Indonesië, Filippijnen). In tropisch Azië is ook de
mangrove een oorspronkelijke formatie. Sri Lanka heeft vele
endemische soorten.
Diergeografisch
hoort Azië tot Arctogaea: het noordelijk deel tot Palaearctis, de
Arabische landen tot Aethiopis en het deel ten zuiden van de
Himalaja vormt, met de Aziatische eilanden, Orientalis. In
steppengordels en woestijnen huizen kolonievormende, gravende
knaagdieren, antilopen, paardachtigen, voorts nog kamelen en in
het zuiden tijgers, jakhalzen en steppevossen. In de berglanden
horen thuis kraagberen, sneeuwpanters, kleine panda's, jakken,
schapen en vale gieren. In het tropisch oerwoud leven o.a. beren,
neushoorns, tapirs, wilde zwijnen, kantjils, Indische olifanten,
halfapen en apen, ook mensapen, met behulp van huidplooien
zwevende eekhoorns, verder vogels, hagedissen, gifslangen, kikkers
en padden en talrijke insecten.
Bevolking
Veruit de gro otste
bevolkingsgroep wordt gevormd door de Mongolide rassen (Tungiden,
Siniden, Palaemongoliden en Siberiden). Tot de Europide rassen in
engere zin behoort vnl. de Russische (Slavische) bevolking van
Siberië, in ruimere zin ook de Indiden in India. In Voor-Azië
overheersen de eveneens Europide, maar onderling sterk vermengde
Armenide, Oriëntalide en mediterrane volken. Tot de Melaniden, een
ondergroep van de negride rassen, worden de Dravidische volken van
Zuid-India gerekend. Tot de negrito's worden gerekend de
dwergvolken (de bewoners van de Andamanen, de Aëta's op de
Filippijnen, de Semang op Malakka en de dwergpapoea's op
Nieuw-Guinea)
Van de vele in Azië gesproken talen zijn de belangrijkste de
Indo-Europese, de Maleise, de Indo-Chinese en de Altaïsche talen.
De voornaamste godsdiensten zijn boeddhisme, islam en hindoeïsme.
Daarnaast zijn over vrijwel geheel Azië primitieve religies
verbreid, waarvan de betekenis echter afneemt. Het percentage
christenen is zeer laag. |