|

1. Fysische geografie
De
eilanden zijn meest laag en vlak, met slechts aan sommige
noordoostkusten enige duinvorming. Het hoogste punt, een duintop van 63
meter, bevindt zich op Cat Island. Het klimaat is mild: temperatuur van
gemiddeld 21 °C in de winter en 27 °C in de zomer en een jaarlijkse
neerslag van ca. 1150 mm, die voor het grootste deel in de zomermaanden
valt. De overheersende windrichting is noordoost in de winter en
zuidoost in de zomer. In de periode van juli tot november komen soms
zware orkanen voor.
Op de eilanden Grand Bahama, Great Abaco, Andros en New Providence
bevinden zich enkele naaldbossen; elders bestaat de vegetatie in
hoofdzaak uit struikgewas en enkele lage bomen. De dierenwereld is
vooral vertegenwoordigd door hagedissen, kikkers en slangen (waarvan
geen enkele giftig). Van de zoogdieren komen er de agoeti (een
knaagdier) en diverse soorten vleermuizen voor. De flamingo is de
nationale vogel.
2. Bevolking
De bevolking is volledig geconcentreerd op slechts twintig eilanden. Het
grootste deel (ca. 75%) woont op het relatief kleine (207 km2) eiland
New Providence en op Grand Bahama (1373 km2). De bevolking is voor 72%
van Afro-Caribische herkomst; 14% is mulat en mesties en 12% blank. De
jaarlijkse bevolkingsgroei is (1995) 1, 7%. Van de bevolking leeft 64%
in de steden. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte is 72 jaar.
De landstaal is Engels. De bevolking is overwegend protestants: 29%
baptisten en 5% methodisten. De Anglicaanse Kerk is staatskerk, 15%
behoort daartoe; ca. 15% van de bevolking is rooms-katholiek. De
grondwet garandeert godsdienstvrijheid.
3. Bestuur en samenleving
De Bahamas vormen een parlementaire monarchie binnen het Britse
Gemenebest. De eilanden worden centraal bestuurd vanuit Nassau.
Staatshoofd is de Britse vorst(in), die volgens de grondwet van 1973
vertegenwoordigd wordt door een gouverneur. Sinds de onafhankelijkheid
is dat een Bahamees. De wetgevende macht berust bij de Senaat, die
bestaat uit 16 door de gouverneur benoemde leden, en het Huis van
Afgevaardigden met 49 direct gekozen leden. Om de vijf jaar vinden
verkiezingen plaats voor de wetgevende vergadering. Staatsburgers boven
de achttien jaar hebben zowel actief als passief kiesrecht. De Bahamas
zijn lid van de Verenigde Naties, van de Organisatie van Amerikaanse
Staten (OAS), de CARICOM en geassocieerd lid van de Europese Unie. Er is
geen permanent leger; de 'Royal Bahama police force' vormt een
paramilitaire organisatie.
De Progressive Liberal Party (PLP) was 25 jaar lang verreweg de grootste
partij in het Huis van Afgevaardigden, maar in 1992 verloor zij haar
meerderheid vanwege jarenlange corruptieschandalen in samenhang met
drugssmokkel. De enige andere politieke partij van belang is de Free
National Movement. De vakcentrales zijn vrijwel alle verenigd in de
Commonwealth of the Bahamas Trade Union Congress (CBTUC).
4. Economie
In
vergelijking met de Caribische eilanden zijn de Bahamas zeer welvarend
te noemen, hoewel de welvaart sterk ongelijk verdeeld is. Het nationaal
inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt (1994) US $ 11.790. Een
belangrijk probleem vormt de in de jaren zeventig sterk gegroeide
werkloosheid, die in 1995 ruim 10% van de beroepsbevolking trof,
aanzienlijk minder dan voorheen. De belangrijkste economische sector is
het toerisme (1993: 31% van het bnp; 31% van de werkgelegenheid; 1993:
3,68 miljoen toeristen). Dankzij het gunstige fiscale klimaat (geen
inkomstenbelasting, geen vennootschapsbelasting) hebben de Bahamas zich
ontwikkeld tot een belangrijk financieel centrum. Freetown bezit moderne
haveninstallaties en verschillende industrieën. De voornaamste
exportproducten zijn ruwe olie en chemische producten (81% van de
uitvoer) schaaldieren, zout, hout, rum, cement en aragoniet.
Geïmporteerd worden (vnl. uit Saoudi Arabië, de Verenigde Staten en
Nigeria) o.m. voedings- en genotmiddelen en halffabrikaten. In 1966 is
er een decimaal geldstelsel ingevoerd, dat gebaseerd is op de
Bahamadollar, waarvan de waarde ongeveer overeenkomt met die van de
Amerikaanse dollar. De landbouw is, in tegenstelling tot de visserij die
vrijwel in de hele binnenlandse behoefte voorziet, van weinig belang.
Nassau en Freetown beschikken over een internationale luchthaven;
daarnaast zijn er ruim vijftig landingsbanen die gebruikt worden voor
binnenlands verkeer.
5. Geschiedenis
De Bahamas zijn ontdekt door
Christopher Columbus: vrijwel algemeen houdt men Watlingseiland voor
San Salvador, waar Columbus op 12 okt. 1492 is geland. De Spanjaarden
hebben de eilanden niet gekoloniseerd. Wel hebben zij de autochtone
bevolking overgebracht naar Haïti, om hen daar in de mijnen te laten
werken. In 1629 veroverden de eerste Engelsen de Bahamas, in de 17de
eeuw nestelden zich er ook zeerovers. In 1729 kwam het gezag over de
eilanden rechtstreeks bij de Britse Kroon te berusten. In 1838 werd de
slavernij afgeschaft. In 1964 kregen de Bahamas intern zelfbestuur, in
1973 werden ze volledig onafhankelijk.
De grootste politieke partij, de Progressive Liberal Party (PLP)
behaalde bij de parlementsverkiezingen van juni 1982 55% van de stemmen.
In 1984 waren er demonstraties wegens de corruptie bij de overheid en de
heroïnehandel; in 1986 zegden de Verenigde Staten hulp toe bij het
bestrijden van de drugshandel. In juni 1987 won de PLP opnieuw de
verkiezingen; bij deze verkiezingen zou gefraudeerd zijn. In febr. 1988
werden bij een drugsproces in de Verenigde Staten beschuldigingen geuit
jegens de premier van Bahamas, Sir Lynden Oscar Pindling; hij zou in
drugssmokkel verwikkeld zijn. In aug. 1992 won de oppositionele Free
National Movement (FNM) de verkiezingen, waarmee een eind kwam aan het
bewind van Pindling, die sinds de onafhankelijkheid (1973) premier was
geweest. Premier werd Hubert Ingraham, voormalig lid van de PLP, die
streefde naar liberalisering van de economie en de bestrijding van de
corruptie. De voormalige minister van Buitenlandse zaken en Justitie,
Orville Turnquest, werd begin 1995 benoemd tot de nieuwe
gouverneur-generaal.
Telefoongids
Bahamas
Postcodes
Bahamas
|