Deze
vis komt uit Zuid-Afrika, Zambia en het zuiden van Zaïre. Het
vrouwtje, dat groter is dan het mannetje, wordt zes cm. lang. Dit
kleine visje heeft een langgerekt lichaam. In de aquaria is hij
schuw en blijft in de buurt van de bodem of de middelste waterlagen.
Maar als hij niet wordt afgeleid, is hij levendig en zwemt hij
vrolijk rond. hij kan de aanwezigheid van andere vissen verdragen en
in glazen aquaria met een inhoud van ten minsten tien liter gehouden
worden. U kan de vis allerlei soorten voer geven. Het water moet
zacht zijn en de watertemperatuur moet tussen de 24 en 26 graden C.
liggen. Eén keer paaien levert zo'n 250 eieren op. De eieren komen
binnen de 24 uur uit bij een temperatuur van 25 graden C. en de
jongen beginnen na drie dagen te zwemmen; vanaf het begin eten ze de
naupliën van de Cyclops. Na drie weken zijn de jonge vissen 18 tot
20 mm lang geworden; dan krijgen ze de eerste twee dunne
dwarsstrepen op de zijkant van hun lichaam. Vanaf de vierde maand
zijn het mannetje en het vrouwtje gemakkelijk uit elkaar te houden.
De mannetjes blijven kleiner en een stuk slanker. |
|
|
|
|
|
|
|