Er
zijn zeer, zeer veel soorten begonia, meer dan vijftienhonderd.
Daaronder zijn er vooral die als kamerplant worden gehouden. De
begonia is bij ons vooral bekend als eenjarige. Om wat zicht te
houden op de veelheid begonia's zijn ze ingedeeld in groepen. Zo
zijn er bladbegonia's, knolbegonia's, dikstengelige begonia's,
struikbegonia's, winterbloeiende begonia's en Tuberhybride-begonia's.
De indeling berust op het wortelgestel en de groeiwijze. Een begonia
- ook wel scheefblad genoemd - is veelal groenblijvend. Begonia's in
huis worden vooral gehouden om het mooie blad. Het blad van de
meeste begonia's is asymmetrisch van vorm.
Hier wordt alleen Begonia grandis subsp. evansiana behandeld. Deze
begonia is ingedeeld bij de knolbegonia's. De soort komt van nature
voor in China, op hoger gelegen heuvels in Zuidoost-Azië en het
zuiden van Japan. In landen rondom de Middellandse Zee is deze
begonia ook nog wel eens te bewonderen. Hij is min of meer
winterhard en overleeft een paar graden vorst, mits de plant in het
najaar een afdekking krijgt met veel blad of stro. Begonia grandis
subsp. evansiana heeft rode blad- en bloemstelen. De onderkant van
het blad is koperkleurig tot bronze. Het blad is aan de bovenkant
licht tot donkergroen, hetgeen samenhangt met een plaats in de zon
of de schaduw. Het liefst groeit de plant in de halfschaduw. In dat
geval is het blad mooi donkergroen, wat goed contrasteert met de
rode bladstengels en de witroze tot donkerroze bloemen.
De bloemen verschijnen de gehele zomer onafgebroken aan hangende,
tuilvormige trossen. Het zijn betrekkelijk grote bloemen van twee
tot drie centimeter groot en ze geuren ook licht. In de winter
sterven de bovengrondse delen af. Deze begonia past vooral in de
buurt van een vijver, maar kan ook heel goed in een verhoogd
gedeelte van een border worden gebruikt. Daarvoor is een plaats
boven aan een muur of in een rotstuin te prefereren. |
|
|
|
|
|
|
|