| |
De
bergeend of tadorna tadorna
Zwerf- en standvogel; wintergast. De voor de bergeend zo
typische kleur is te zien of de foto. Jonge vogels zijn lichter,
hebben witachtige wangen en geen borstband. In de vlucht te
herkennen doordat boven- en onderkant van de vleugels wit zijn
op een donkere rand na. Het zijn zwijgzame vogels. Verspreiding
en woongebied : bij ons als broedvogel langs de kust, in
toenemende mate ook in het binnenland. In de Waddenzee tussen
Weser en Eems verzamelen zich tussen juli en midden september
rond de 100.000 bergeenden voor de rui. Voortplanting : broedt
meestal in konijneholen. Acht tot tien eieren. Het vrouwtje
broedt ongeveer dertig dagen. De jongen worden vaak door een
aantal vrouwtjes gezamelijk verzorgd. Voedsel : kleine
waterdieren. |
|
|
|
|
|
|