header orakel worldwidebase

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Biologische
antropologie

 

Terug naar menswetenschappen >>

 




 

 

 

 

 


 

 

Het meten van de menselijke soort. De moderne antropologie vindt zijn oorsprong in de Europese kolonisatie van de Nieuwe Wereld. Het uiterlijk, de gewoonten en geloofsovertuiging van de oorspronkelijke bevolking van Amerika maakten grote indruk op de Europese intellectuelen. Gestimuleerd door reisverslagen over de 'nobele wilden' begonnen denkers van de Verlichting elementaire theorieŽn te formuleren over wat het verschil is tussen de mens en de rest van het dierenrijk, en wat het betekent om mens te zijn.
In de 19de eeuw brachten de theorieŽn van Charles Darwin de studie van de mens in een enorme stroomversnelling. Biologen voelden het als een uitdaging om meer te weten te komen over de oorsprong van de mens. Wetenschappers en filosofen popelden om het evolutiemodel op andere gebieden toe te passen, waaronder de ontwikkeling van de beschaving en de cultuur. De hedendaagse antropologie kent twee verschillende maar nauw gerelateerde takken. Biologische antropologie of antropobiologie houdt zich bezig met de plaats van de mens in de natuur - de afstamming, ontwikkeling, genetica en andere karakteristieken van de menselijke soort. Culturele antropologie onderzoekt de manier waarop mensen leven - hun gewoonten, relaties en religies.
Biologisch antropologen zien de mens als een biologisch fenomeen en ontleden onze soort met behulp van anatomie, fysiologie en zoŲlogie. Ze hebben een groot deel van deze eeuw onderzoek verricht naar de uiterlijke verschillen van mensen en populaties. Een dergelijk in kaart brengen van fysieke kenmerken laat bijvoorbeeld zien dat het waarschijnlijker is dat de oorspronkelijke bewoners van ScandinaviŽ, het Baltisch gebied en het oostelijk deel van Groot-BrittanniŽ blond haar en blauwe ogen hebben dan de mensen elders in Europa. Het kan ook het continue proces van fysiologische aanpassingen aan de omgeving aan het licht brengen : als gevolg van natuurlijke selectie zijn Tibetaanse dorpelingen beter aangepast geraakt aan het wonen op grote hoogte, en zijn nomadische volkeren in de Sahara beter bestand tegen een droog en heet klimaat.
De ontdekking in 1953 van het DNA - het eiwit dat onze genen draagt - was een grote doorbraak voor de antropologie. Het belangrijkste onderzoek spitst zich toe op de studie van genetische patronen en verbanden tussen verschillende populaties over de ganse wereld. Antropologen kunnen ook historisch genenmateriaal vergelijken met moderne geven. Al met al kunnen deze technieken het definitieve bewijs leveren over onze oorsprong en de manier waarop de mens de aarde is gaan bevolken.
 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009