header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Birma

 

Terug naar overzicht AziŽ >>

 



 

 

 

Birma (officieel: Pye Tawngsu Myanma Naingngan Pye; kortweg: Myanma Pye; Eng.: Union of Myanmar), republiek in Zuidoost-AziŽ, 676.552 km2, met 45,5 miljoen inw. (67 inw. per km2); hoofdstad Rangoon. Munteenheid is de kyat, verdeeld in 100 pyas. Nationale feestdag is 4 januari, Onafhankelijkheidsdag.

The map of Myanmar

1. Fysische geografie
Landschappelijk bestaat Birma voornamelijk uit noord-zuid verlopende bergketens, voortzettingen van het Himalajasysteem, waarmee zij ook geologisch verwant zijn. In het noorden liggen de Manipur en het Patkaigebergte (ca. 4000 m hoog), meer naar het zuiden het Chingebergte met als zuidelijke voortzetting het Arakan-Yomagebergte, het Pegu-Yomagebergte, het Shanhoogland en het Shangebergte. Tussen deze ketens liggen de langgerekte dalen van de grote rivieren Irrawaddy, Sittang en Salween. In het zuiden vormt de Irrawaddy een uitgestrekte delta, waarin geÔsoleerd enkele vulkanen liggen (vnl. slijkvulkanen).
Klimatologisch onderscheidt Birma zich van de overige delen van Zuidoost-AziŽ ten gevolge van de noordelijker en gemiddeld hogere ligging. Er heerst een tropisch moessonklimaat met een gemiddelde temperatuur van maximaal 39 įC, minimaal 15 įC. Afgezien van de kuststreken kent Birma, in tegenstelling tot de rest van Zuidoost-AziŽ, een droge tijd; de regentijd duurt van mei tot oktober. De neerslag is aan de westkust zeer groot (5000 mm per jaar) en neemt meer naar het binnenland, afhankelijk van het reliŽf, af tot 625 mm. In gebieden met een gemiddelde hoogte van 1000 m komt vorst voor; boven 2000 m ligt ongeveer twee maanden (december en januari) per jaar sneeuw.
De plantengroei in het noorden en deels het westen bestaat uit tropisch regenwoud (waarin veel teakhout), meer landinwaarts overheerst gemengd eiken- en naaldwoud, terwijl het centrale deel wordt gevormd door moessonwoud met in de kern een droog steppegebied met doornstruiken. In het zuiden (de Irrawaddy- en Salweendelta) ligt het met rijst beplante cultuurland. Langs vrijwel de gehele kust liggen mangrovebossen.
De dierenwereld van Birma behoort tot die van de OriŽntaalse Regio en bestaat vnl. uit die van het regenwoud. Deze fauna is zeer rijk en omvat o.a. grote planteneters als wilde runderen, herten en olifanten (die o.a. in de bosbouw een gestadig afnemende rol spelen), apen (o.a. gibbons) en roofdieren als tijger en panter. Met natuurbescherming is nog nauwelijks een begin gemaakt.


Sunset at Ayeryarwady River
 
Morning Cleaners at a Temple Ferry Boat on Yangon River Busy Yangon Street


2. Bevolking
Verreweg de grootste groep is die van de Birmanen. De tien belangrijkste etnische minderheden vormen 30% van de bevolking, waaronder de Karen, Shan, Kachin, Mon, Arakanezen en Wa. Chinezen vormen de grootste allochtone bevolkingsgroep.
De bevolkingsgroei bedraagt jaarlijks gemiddeld 1, 9%; het dichtstbevolkt zijn de rivierdalen. Ca. 25% van de bevolking leeft in de steden, waarvan de grootste zijn: Rangoon (2,5 miljoen inw.), Mandalay (535.000 inw.) en Moulmein (225.000 inw.).
OfficiŽle taal is het Birmees. Daarnaast worden vele andere talen gesproken. Engels is handelstaal. Birma kent vrijheid van godsdienst. Ca. 90% van de bevolking is boeddhist en hangt de theravada- (of hinayana)richting aan; 5% is christen (vooral baptisten) en 4% is islamiet (soennieten). De stamreligies van de bergvolkeren zijn sjamanistisch.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Bestuur en politieke partijen
De grondwet van 1974 werd in 1988 na de militaire coup buiten werking gesteld. Een nieuwe grondwet, die o.a. moet voorzien in een scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht en de invoering van een meerpartijenstelsel, was in 1997 nog in voorbereiding. Ondertussen ligt alle macht bij het leger, dat het land bestuurt door een uit 21 militairen bestaande Staatsraad voor het Herstel van Rust en Orde. De ministerraad is het uitvoerende orgaan van deze raad. Voorzitter van de Staatsraad is de president. Het in vrije verkiezingen (in 1990) gekozen ťťnkamerparlement (Pyithm Hluttaw) heeft als enige taak het voorbereiden van een nieuwe grondwet. Veel van de afgevaardigden zijn echter ondergedoken uit angst voor arrestatie. De eenheidspartij is de National Unity Party (NUP, voorheen BSPP). De grootste oppositiepartij is de National League for Democracy, die in 1990 60% van de stemmen haalde, maar systematisch door het regime wordt tegengewerkt.
3.2 Administratieve indeling
Birma is verdeeld in zeven uniestaten.
3.3 Lidmaatschap van internationale organisaties
Birma is lid van de Verenigde Naties en van het Colomboplan. Birma voert een neutralistische politiek en rekent zich tot de groep van niet-gebonden landen.

4. Economie
Sinds de machtsovername door de militairen in 1962 heeft Birma een centraal geleide economie. Nationaliseringen hebben plaatsgevonden in de sectoren van industrie, transport, binnen- en buitenlandse handel en geldwezen; ook het monopolie van de rijsthandel berust bij de overheid. Met behulp van meerjarenplannen die voorzien in industrialisering, landhervorming, aanleg en verbetering van wegen en vliegvelden tracht de regering de ontwikkeling van de economie te beheersen en te stimuleren. De doelstellingen van de ontwikkelingsplannen worden echter niet bereikt. Het ontwikkelingsplan voor 1986-1990 heeft als doelstellingen de economische zelfvoorziening te verhogen, investeringen te stimuleren, het exportpakket te diversificeren, het begrotingstekort te verlagen en de afhankelijkheid van de buitenlandse financiŽle hulp te verminderen. Bedroeg de groei van het bnp van 1980 tot 1992 0,8%, in 1995/1996 was deze al 7,7%. De inflatie was van 1985 tot 1994 25% (in 1995 32,6%). De wisselkoers van de kyat is sterk overgewaardeerd. Aangezien de overheid de gevraagde consumptiegoederen niet kan leveren staat zij de zwarte markt toe om de onvrede onder de bevolking niet te vergroten.
De economie van Birma berust op landbouw (rijst), mijnbouw, de winning van hout (teak) en aardolie. Van de beroepsbevolking (1987: 15,13 miljoen) is 70% werkzaam in de landbouw, 9% in de industrie en 22% in andere sectoren. Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking bedroeg in 1992 $ 250.
Verreweg het belangrijkste gewas is rijst, vnl. verbouwd in de Irrawaddy- en Sittangdelta's. Overige gewassen: suikerriet, peulvruchten en katoen. Aan de Tenasserimkust zijn rubberplantages. Sinds het midden van de jaren zestig kampt de landbouw en vooral de rijstverbouw met twee grote problemen: de prijs op de wereldmarkt voor rijst is gezakt en de binnenlandse particuliere vraag is gestegen bij een stagnerende productie. De veehouderij staat in dienst van de akkerbouw. Belangrijk is de bosbouw, m.n. de winning van teakhout en hardhout. Overexploitatie leidt op grote schaal tot ontbossing.
In de mijnbouw en energievoorziening neemt de aardoliewinning een belangrijke plaats in. Voorts worden lood, zilver, wolfraam, tin, jade, robijnen en saffieren gedolven. Waterkracht- en aardgascentrales leveren 90% van de elektriciteitsvoorziening. De krachtcentrales zijn eigendom van de overheid.
De industrie is vooral gericht op de verwerking van mijnbouw- en landbouwproducten, m.n. rijst, suikerriet en textiel. De productie van eindproducten en halffabrikaten is niet van betekenis voor de export. Er zijn aardolieraffinaderijen in de steden rond Rangoon. De verschillende delfstoffen worden veelal ter plaatse geraffineerd. Rangoon is het belangrijkste industriecentrum. In 1964 werden alle handelsondernemingen genationaliseerd. Het tekort aan consumptiegoederen, vooral geÔmporteerde goederen, steeg, evenals de prijzen. De afgelopen tien jaar is er sprake van een tekort op de handelsbalans (1985: $ 202,1 miljoen). De uitvoer omvat: rijst (30% van de exportwaarde), teak, peulvruchten, vis en katoen. De invoer: machines, kunstmest en sinds 1980 aardolie. De belangrijkste handelspartners zijn China, Singapore en MaleisiŽ.
De betalingsbalans kampt met een chronisch tekort ondanks de financiŽle hulp van de Asian Development Bank. Japan en Duitsland zijn de grootste donorlanden. Rente en aflossing van de schuld aan het buitenland bedroegen in 1986 51% van de exportwaarde. Sinds de nationalisatie van het bankwezen in 1963 is de Union of Burma Bank de centrale bank.
Van oudsher is de binnenscheepvaart het belangrijkste middel van transport in de Irrawaddydelta. De belangrijkste zeehavens zijn die van Rangoon, Bassein, Moulmein en Sittwe. De spoorwegen zijn een staatsmonopolie. In Arakan, aan de westkust, en Tenasserim, de smalle landtong in het zuiden, zijn geen spoorwegen. De beruchte Birma-Siam-spoorweg loopt van Ban Pong in Thailand naar Thanbyuzayat ten zuiden van Moulmein. Tot de onafhankelijkheid was het wegennet beperkt tot de delta's van de Irrawaddy en de Sittang. Er wordt gewerkt aan de constructie van een samenhangend wegennet. Het luchtverkeer is in handen van de Burma Airways Corporation (BAC), die de nationale en internationale verbindingen onderhoudt. Rangoon en Mandalay hebben internationale luchthavens.


5. Toeristische gegevens
In de jaren zeventig heeft Birma geleidelijk zijn grenzen beperkt geopend voor het toerisme. De grootste trekpleisters zijn Pagan (de beroemde Pagan-tempel is bij een aardbeving in 1975 verwoest), Rangoon (o.m. de Shwe-Dagon-stupa), de voormalige hoofdstad van het Mon-koninkrijk Pegu, Mandalay en het op 1500 m hoogte gelegen Taunggy, van waaruit tochten gemaakt kunnen worden naar het fraaie Inlemeer, omgeven door oude tempels en houten paleizen van de vroegere Shan-koningen; Sandoway aan de westkust is een badplaats. De beste tijd voor een bezoek aan Birma zijn de maanden sept. tot april.

6. Geschiedenis
6.1 Ontstaan; perioden van onderlinge strijd
Birma kwam reeds in de eerste eeuwen n.C. in aanraking met de hindoebeschaving. In de 5de eeuw deed het Mahayanaboeddhisme zijn intrede. Het oudste volk was dat van de Pjoe (Pyu), dat een rijk stichtte, waarvan het centrum te Prome (Sjriksjetra) lag. In het zuiden, in de Irrawaddydelta, lagen de koninkrijken van de Mon; hun machtscentrum lag te Pegu (Hamsavati). Sinds de 8ste eeuw was het noorden van Birma bewoond door de Shan, onderworpen aan het Thai-vorstendom Nantsjao, in de tegenwoordige Chinese prov. Yunnan. De eigenlijke Birmanen kwamen in de tweede helft van de 9de eeuw vanuit Zuid-China naar het zuiden, waar zij zich vooral vestigden in het gebied van de middenloop van de Irrawaddy, rond Kyaukse (de 'rijstvoorraadschuur'). De stichter van het rijk, Anawrahta (1044-1077), onderwierp de Mon. De verovering van Thaton bracht hem in contact met het Ceylonees Hinayanaboeddhisme, dat het Mahayana ging vervangen. Onder de koningen van de Pagan-dynastie bereikte Birma de eerste periode van eenheid en grote bloei (1044-1287).
De Mongoleninvallen van de 13de eeuw hadden ook invloed in Achter-IndiŽ. In 1253 veroverde Koebilai Chan Nantsjao. De sterkere binnenstroming van Thaivolken (vnl. Shan) leidde tot het verval en de versnippering van Birma. Toen de laatste vorst van de Pagan-dynastie was vermoord (1287), veroverden de Chinezen het noorden van het land; na hun aftocht waren de Shan er heer en meester. Enige eeuwen was Birma verdeeld in diverse staatjes. In de delta herrees het Mon-koninkrijk van Pegu, dat langdurige oorlogen voerde tegen de Siamezen en de Shan, tot het in 1539 door de Birmanen werd onderworpen. Aan de middenloop van de Irrawaddy ontstond een vorstendom te Ava (1350).
Ca. 1280 vestigde zich een Birmaanse dynastie te Toungoo. Deze verenigde in het begin van de 16de eeuw geheel Birma onder haar gezag. Birma begon zijn veroveringen onder Tabinsjwehti, die in 1539 Pegu onderwierp. De grootste uitbreiding bereikte het rijk onder Bayinnaung (1551-1581). Onder hem vielen de eerste grote oorlogen tegen Siam (Thailand), die tot de verovering van dat land leidden. Deze verovering was echter niet blijvend, zoals ook de eenheid van Birma zelf slechts uiterlijk en oppervlakkig was: er waren altijd wel ergens opstanden te onderdrukken. De hoofdstad, oorspronkelijk te Pegu, werd in 1635 overgebracht naar Ava; op het moment dus dat in Zuidoost-AziŽ het zeeverkeer toenam, vestigden de Birmaanse vorsten zich in het binnenland, waardoor zij zich (anders dan de Siamese koningen) afsloten van het internationale verkeer. Overigens lag Birma toch al voor de westerse handel enigszins buiten de route. Er waren in de 17de eeuw weliswaar Portugese avonturiers en soms waren er vestigingen van Engelsen, Fransen en Nederlanders, maar de handel werd zeer bemoeilijkt door de isolationistische politiek van de Birmaanse koningen en de rigoureuze wijze waarop zij hun handelsmonopolie handhaafden.
De Toungoo-dynastie kwam ten val toen in 1740 een algemene Mon-opstand de Birmaanse overheersers uit de delta verjoeg. In 1752 veroverden de Mon Ava. Hun hegemonie duurde echter kort: in datzelfde jaar begon Alaungpaya een tegenoffensief. In de loop van enkele jaren heroverden de Birmanen de verloren gegane gebieden in een afschuwelijke oorlog, die vrijwel tot de uitroeiing van de Mon leidde. Onder de Konbaung-dynastie (1752-1885) trad Birma, voor de derde maal tot eenheid gesmeed, uitermate agressief op. In 1767 veroverde het Siam, waarbij Ayuthia volledig werd verwoest. De onderwerping van Siam was ook nu niet definitief. Onder de hardvochtige Bodawpaya (1782-1819) bereikte Birma de grootste uitbreiding: Assam en Arakan werden onderworpen. Na zijn dood kwam men in conflict met de Engelsen.
6.2 Onder Brits bestuur
In een drietal oorlogen werd Birma door de Engelsen veroverd en ten slotte als provincie van Brits-IndiŽ bestuurd. Birma maakte nu een belangrijke economische ontwikkeling door. Het meest opvallend was de uitbreiding van de rijstproductie in de delta. Daarentegen leidden de nieuwe kapitalistische invloeden tot vervreemding van het landbezit van de boeren en een toenemende macht van de - vnl. Indische - geldschieters. Belangrijk was de exploitatie van de olievelden te Yenangyaung. In de 20ste eeuw kwam de nationalistische beweging op, vooral in de jaren van de wereldcrisis. Deze was tegelijk anti-Brits en anti-Indisch. De meest radicale opstelling kozen de aanhangers van de studentenleider Thakin Nu, gegroepeerd in de Do Ba Ma Asiayone (Eng. = We Burmans Association), ook wel de Thakin-beweging genoemd. Van de belangrijkste nationalistische leiders Aung San, U Nu en Ba Maw behoorden beide eerstgenoemden tot deze beweging.
In 1937 werd Birma administratief van Brits-IndiŽ afgescheiden. Het kreeg een eigen regering onder Ba Maw. De Japanse bezetting (1942) speelde de nationalistische beweging in de kaart. Steunden regering en Thakin-beweging aanvankelijk het Japanse regime, dat ze als een kracht zagen die hen van de Britten zou bevrijden, toen eenmaal zijn uitbuitende karakter bleek, organiseerde zich een sterke oppositie in de Anti-Fascist People's Freedom League (AFPFL), geleid door Aung San. In 1945 heroverden de Engelsen Birma. De AFPFL bleek nu de belangrijkste kracht in de strijd voor de onafhankelijkheid. De Britse regering zegde op een conferentie in Londen in 1946 volledige onafhankelijkheid toe. Nog voor de onafhankelijkheid werd Aung San, inmiddels premier geworden, door uiterst rechtse elementen onder U Saw vermoord, tezamen met een aantal leden van zijn kabinet (19 juli 1947). U Nu werd premier.
6.3 Birma als onafhankelijke staat
Op 4 jan. 1948 werd Birma onafhankelijk. Het maakte zich los uit het Britse Gemenebest. De problemen van de regering waren vele; opstandigheid van communistische groepen bracht het land aan de rand van de afgrond. Economisch baarde de positie van het land zorgen door de verminderde afzetmogelijkheden voor rijst. Op het platteland bleef het onrustig. Onder druk hiervan en tegen de achtergrond van het zich aftekenende conflict tussen Washington en Moskou gingen communistische groeperingen in de illegaliteit.
Een andere rebellie kwam uit een totaal andere hoek en wel die van de Karen, sinds eeuwen een minderheidsgroep. Gedurende het Britse bewind had de zending in een aantal Karen-gebieden een zekere aanhang gekregen. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog waren de Britten er steeds op uit om de Karen als tegenwicht tegen Birmaanse nationalistische aspiraties te gebruiken. Ten gevolge van de opstanden strekte het gebied van U Nu's regering zich in deze dagen niet veel verder uit dan de onmiddellijke omgeving van Rangoon. Maar als gevolg van de onderlinge verdeeldheid van de verschillende opstandige bewegingen bleef de regering in het zadel. Een legereenheid van de Kwo-min-tang week na de nederlaag tegen de Chinese communisten in 1949 naar Birmaans gebied (in de Shan-staten) uit en opereerde daarvandaan op eigen gezag, kennelijk met steun van Amerikaanse en Taiwanese zijde. Deze Kwo-min-tang-troepen konden zich vrij lang in het noorden van Birma handhaven. Dit leidde tot een Birmaans-Amerikaanse verkoeling. In maart 1953 weigerde Birma daarom om nog verder Amerikaanse economische hulp te accepteren. Met de verkoeling van de verhouding tussen Birma en de Verenigde Staten ging een zekere mate van toenadering tot de Volksrepubliek China gepaard. Birma geraakte geleidelijk in het vaarwater van het zgn. neutralisme en werd mede in verband hiermee een van de initiatiefnemers van de A.A.-Conferentie (zie niet-gebonden landen). De neutralistische U Nu moest echter, nadat in april 1956 bij verkiezingen de communisten een grote winst hadden geboekt, het veld ruimen voor de meer pro-Westerse U Ba Swe in wat als een semi-staatsgreep kan worden aangeduid. In jan. 1958 keerde hij echter weer als premier terug. Maar de meningsverschillen tussen hem en de factie van U Ba Swe, die vice-premier werd, bleven aanhouden. Als arbiter trad in juni 1958 op de opperbevelhebber van het leger, Ne Win, indertijd Aung Sans militaire assistent. In okt. 'verzocht' U Nu deze een interimregering te vormen. Begin 1960 werden nieuwe verkiezingen gehouden, waarin U Nu een grote overwinning behaalde. U Nu werd opnieuw premier. Ne Win liet in maart 1962 U Nu en de regering arresteren en stelde een revolutionaire raad onder eigen voorzitterschap samen, waarvan de meerderheid van de leden militair was. Birma werd nu een militaire dictatuur. De junta volgde in de jaren daarna een economische politiek van staatsingrijpen en nationalisaties van buitenlandse en veel binnenlandse ondernemingen. De in 1972 in gang gezette hervormingen leidden in 1974 tot verkiezingen voor het parlement en een nieuwe grondwet. Ne Win trad in 1981 af als president na aanhoudende protesten als gevolg van de onvrede onder de bevolking over het gevoerde beleid. Na verkiezingen werd in nov. een nieuwe regering onder San Yu geÔnstalleerd. San Yu werd bij de verkiezingen van 1985 herkozen (hij was de enige kandidaat). De onrust in het land leidde tot zijn aftreden. In juli 1988 werd Sein Lwin aangewezen als nieuwe president. Na de bloedig onderdrukte volksopstand van 12 aug. trad hij af. Op 19 aug. werd de eerste burgerpresident sinds 26 jaar, Maung Maung, geÔnstalleerd. De militairen zagen hun macht teruglopen en op 18 sept. 1988 pleegde generaal Saw Maung een staatsgreep, waarna hij de Unie van Birma uitriep. Hij werd in 1992 vervangen door generaal Than Shwe. Generaal Ne Win, in 1962 via een militaire staatsgreep aan de macht gekomen, oefent nog steeds macht uit achter de schermen.
De oppositie onder leiding van Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi - zie foto, die in 1990 de democratische verkiezingen gewonnen had, werd door de militairen niet tot de regering toegelaten. Mensenrechtenschendingen worden veelvuldig gerapporteerd.
Nadat de Staatsraad voor Herstel van Orde en Gezag (SLORC) in okt. 1993 een bestand had gesloten met de Kachin-rebellen, en de Shan-onafhankelijkheidsbeweging zich diezelfde maand met de junta had verzoend, veroverde het regeringsleger in jan. 1995 na jarenlange strijd Manerplaw, het hoofdkwartier van de Karen National Union, de oudste en een van de machtigste oppositiegroepen. Daarmee viel de oppositionele Democratische Alliantie van Birma definitief uiteen. In hetzelfde jaar gaf de afscheidingsbeweging Mong Tai Army (MTA) van opiumkoning Khun Sa zich zonder verzet over aan de regeringstroepen. Het huisarrest van Aung San Suu Kyi werd in 1995 na bijna zes jaar opgeheven, maar een congres van haar partij werd in 1996 verhinderd door massale arrestaties van vooraanstaande partijleden. Volgens Amerikaanse schattingen besteedde de overheid bijna de helft van haar uitgaven aan de strijdkrachten.

Telefoongids Birma
Postcodes Birma

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009