header vogels

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Blauwborst

 
   
  De blauwborst of luscinia svecica
Trekvogel van maart tot oktober. Ongeveer de grootte van een mus, maar slanker, met langere poten en een tere snavel. De basis van de staartpennen is in alle kleden kastanjerood. De witte keel en borst in rustkleed bij het mannetje kleuren in de broedtijd naar lichtend blauw met een duidelijke zwarte en roestrode band, gescheiden van de buik. Bij de roodgesterde blauwborst, de ondersoort die in ScandinaviŽ en Rusland voorkomt, zit een roestrode vlek in het blauwe veld van de keel. Bij de witgesterde blauwborst, de West- en Middeneuropese soort die wij kennen, is dat een witte vlek.
Zit rechtop met afhangende vleugels, meestal in het kreupelhout, maar bij het zoeken naar voedsel ook wel open op de grond. Zingt tijdens een korte glijvlucht of vanaf een open zitplaats. Verspreiding en woongebied : Noord-ScandinaviŽ en Noordoost-Europa, Midden-Europa, Frankrijk en een enkele keer in Spanje. Neemt toe. Leeft in het riet en weiden van vochtige gebieden, in waterrijke bossen en veen. Tijdens de trek neemt de blauwborst soms genoegen met akkers of tuinen. Voortplanting : komvormig nest in dicht struikgewas bij de grond. Leg vanaf mei - ťťn tot twee legsels per jaar. Vijf tot zeven eieren, grijsgroen tot roestkleurig, met een zwakke glans. Het vrouwtje broedt de meeste tijd van de 13-15 dgen; de ouders voederen de jongen 13-14 dagen in het nest, maar daarna kunnen de jongen nog niet vliegen. Voedsel : insecten, ongewervelde kleine dieren, bessen.
 
   

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009