| |
Het
opvallende silhouet van de in Noord-Amerika voorkomende grote
blauwe reiger is slechts een van zijn vele opvallende
lichamelijke kenmerken. Reigers jagen op hun prooi, die varieert
van kleine zoogdieren tot soms zeer grote vissen, amfibiën,
slangen en andere vogels, die met hun lange scherpe snavel
worden doorboord. Tijdens het broedseizoen krijgen de snavel en
de poten van de grote blauwe reiger een dieproze of rode kleur.
Niet minder interesant is de manier waarop de de grote blauwe
reiger zijn veren verzorgt: speciale veren vallen uiteen tot
poeder waarmee de reiger zijn veren inwrijft en dat hij daarna
met zijn poetsklauw weer uitkamt.
Reigers behoren tot de orde van de reigerachtigen. Ze komen
overal op aarde voor. De blauwe reiger komt ook in ons land
voor. Hij wordt 90 cm lang.
Zijn verenkleed is grijs en hij is aan de onderkant bijna wit.
Op de kop zit een zwarte streep die bij het oog begint en verder
loopt tot de kuif. De buitenste vleugelrand is eveneens zwart
omzoomd.
De bewegingen van de blauwe reiger zijn zeer elegant. Hij heeft
een lange hals en hij "schrijdt" met zijn lange poten door het
water. De blauwe reiger staat vaak tot aan de knieën in het
water terwijl hij op zijn prooi wacht. Soms loopt hij ook
langzaam langs de oever en probeert hij op deze manier een prooi
te bemachtigen. Hij eet vissen en kikkers, muizen en mollen. Tot
zijn slachtoffers behoren ook palingen , jonge vogels en
slangen.
De mens heeft lang op de blauwe reiger gejaagd omdat hij als
visdief werd beschouwd. Zijn natuurlijke omgeving is gedurende
de laatste decennia drastisch ingekrompen door kanaliseringen,
uitbreidende nederzettingen en milieuverontreiniging.
Blauwe reigers broeden graag ongestoord in de toppen van bomen
of op sterke takken. Ze vormen kolonies waar zich ook vaak
andere vogels, zoals kraaien en roofvogels, bij aansluiten.
Eind maart leggen de vrouwtjes 3-5 eieren. Deze worden ongeveer
4 weken bebroed. De jonge vogels worden door beide ouders
verzorgd en fel verdedigd tegen vijanden.
In de herfst vliegen de vogels die in onze regionen leven in
grote groepen naar het zuiden (Afrika). Andere reigers zijn de
kwak, de zilverreiger, de roerdomp, het woudaapje en de
koereiger. |
|
|
|
|
|
|