De door menselijke activiteit in de samenstelling van de bodem
teweeggebrachte veranderingen, waardoor direct of indirect
schade aan de gezondheid van plant, dier of mens kan worden
veroorzaakt.
Tot de belangrijkste bodemvervuilers behoren de
kunstmeststoffen, de organische meststoffen, de
bestrijdingsmiddelen (pesticiden, insecticiden, herbiciden),
niet-natuurlijk afbreekbare verpakkingsartikelen (glas, blik,
plastics), op onverantwoorde wijze gestort huisvuil en
industriële afvalproducten en het persen van afvalwater door
boorgaten in watervoerende geologische formaties.
Bodemverontreiniging wordt veroorzaakt door storten van
huishoudelijke en industriële afvalstoffen (in het bijzonder
door schadelijke chemische afvalstoffen, maar ook door
verontreinigd riool-/zuiveringsslib) door moderne
landbouwtechnieken, door verkeer (uitlaatgassen met o.a. lood
die op de bodem neerslaan), door wegenzout, door ondergrondse
pijpleidingen en olietanks, en door incidentele ongelukken,
bijv. bij het transport van schadelijke stoffen.
Plaatselijk sterke verontreiniging van bodem en grondwater is te
vinden in vrijwel alle geïndustrialiseerde landen waar grote
hoeveelheden chemische afvalstoffen zijn gestort op talloze
afvalstortplaatsen.
Verontreiniging door de landbouw heeft vaak een diffuus
karakter. Vooral bemesting en het toepassen van
bestrijdingsmiddelen veroorzaken problemen. De
bodemvruchtbaarheid wordt hierdoor geschaad hetgeen weer schade
doet aan de landbouw zelf. Door het gebruik van zowel kunstmest
als organische mest nemen de gehaltes aan fosfor, stikstof (zie
zure regen) en koper (uit varkensvoer) toe. Riool- en
zuiveringsslib, dat vaak als bodemverbeteraar wordt toegevoegd,
kan zware metalen en chloorhoudende koolwaterstoffen (o.a. PCB's)
bevatten. De geaccumuleerde hoeveelheden van met name stikstof
in de bodem zijn op bepaalde plekken al zo hoog, dat het
grondwater in toenemende mate wordt verontreinigd.
1 Nederland
Het aantal plaatsen met verontreinigde grond werd in 1988
geschat op 6000 tot 7000, waarvan tot het jaar 2000 een 1600-tal
lokaties moet worden gesaneerd. Naar schatting gaat het om 14
miljoen m3 vervuilde grond, waarvan ruim 6 miljoen zal worden
afgegraven.
Spectaculair waren de vondsten van chemisch afval onder
woonwijken in Lekkerkerk, Dordrecht, Gouderak, Hengelo en
Maassluis. In Lekkerkerk werd de verontreinigde grond onder de
huizen afgegraven (kosten ƒ 160 miljoen); in Dordrecht moesten
106 vrij nieuwe huizen worden afgebroken. In Gouderak werden in
de bodem en het grondwater (te) hoge gehalten van de zeer
schadelijke bestrijdingsmiddelen aldrin en dieldrin aangetoond;
de bewoners van 330 huizen werden geëvacueerd.
In de Volgermeerpolder (ten noorden van Amsterdam) werden op een
stortplaats voor huishoudelijke afvalstoffen onder andere
doorgeroeste vaten met chemisch afval aangetroffen. Die vaten
bleken afvalstoffen te bevatten, ontstaan bij de fabricage van
het bestrijdingsmiddel 2,4,5-T in een fabriek van Philips-Duphar
aan het Noordzeekanaal, o.m. chloorbenzenen, chloorfenolen,
alsmede sporen van het uiterst giftige dioxine. Ook de grond van
de polder bleek met deze stoffen besmet. De Volgermeerpolder
werd na een actie door bewoners van Broek in Waterland – na
tussenkomst van de Raad van State – waterstaatkundig geïsoleerd.
Andere gevallen van bodemverontreiniging betreffen HCH (hexachloorcyclohexaan,
m.n. lindaan)-afvallen in Enschede en aldrin (dieldrin-residuen
in tuingrond Schiedam, broomverbindingen in een voormalig
fabrieksterrein in Wierden e.d.). Op terreinen van voormalige
gasfabrieken worden vaak resten van aromatische verbindingen als
benzeen aangetroffen. Het voormalig fabrieksterrein van het
afvalverwerkingsbedrijf EMK in Krimpen aan de IJssel is ernstig
verontreinigd. De Broekpolder nabij Vlaardingen door opspuiten
van verontreinigd slib in het verleden zeer sterk verontreinigd,
o.a. met PCB's. Teelt van bepaalde gewassen is daar niet zonder
meer mogelijk. Speciaal in het oosten van Noord-Brabant (rond de
Peel) en in delen van de Veluwe en de Achterhoek worden zo hoge
hoeveelheden mest geproduceerd dat de emissie van ammoniak op
die plekken zeer hoog is.
2 België
De talrijke problemen van bodemverontreiniging verschillen naar
hun aard, omvang en aanpak duidelijk van die in Nederland.
De verontreiniging van een aantal gronden hangt samen met het
onoordeelkundig storten van huishoudelijk en industrieel afval
op al dan niet toegelaten plaatsen. Daarbij dient evenwel een
onderscheid gemaakt te worden tussen de werkelijk optredende
migratie van anorganische en organische stoffen vanuit de
stortplaats naar de omgeving (o.m. drinkwaterputten) toe en de
vaak emotionele wijze waarop het storten door de lokale
bevolking werd ervaren. Vooral de massale invoer van Nederlands
vuil wekte nogal wat oppositie op.
De feitelijke gevolgen voor het leefmilieu vallen in Vlaanderen
meestal nogal mee, vanwege een vrij behoorlijke absorptie en
verdunning van verontreiniging in de bodem, waardoor deze op
vele plaatsen ruimtelijk beperkt is gebleven. Andere positieve
factoren zijn de in vergelijking met Nederland minder hoge
grondwaterstand, de vrij algemene aanwezigheid van klei-, leem-
en groenzandlagen in de bodem, en het (voor zover bekend)
ontbreken van bouwprojecten op sterk verontreinigde grond. Toch
moet elk terrein apart aan een hydrogeologische beoordeling
onderworpen worden. In dit verband werden (i.v.m. het
grondwater) bodemkwetsbaarheidskaarten opgesteld, zowel in
Vlaanderen als in Wallonië.
In Wallonië is de situatie vaak minder rooskleurig, vooral in
die gebieden, waarin kalksteen of rotsformaties voorkomen; door
karstvorming in kalksteenlagen ontstaan stromingswegen, langs
welke de verontreiniging zich snel kan uitbreiden. Snelle
verspreiding kan ook plaatsvinden via breuken in rotsformaties
of in de natuurlijke ondoordringbare lagen (o.m. in voormalige
kolenmijngebieden).
In België zijn vele ernstige gevallen van bodemverontreiniging
gerelateerd aan de sterk verbreide metallurgische nijverheid.
Zware metalen hebben zich verspreid door het meesleuren van
deeltjes vanuit erts- en slakkenhopen en door thermische
emissie, gevolgd door depositie. Bij de ca. 50 ‘black points’ in
Vlaanderen, aangewezen door de OVAM, zijn o.m. te melden: een
industriële stort op eigen bedrijfsterrein met slakken uit de
lood- en antimoonsmelting te Beerse, een stilgelegde fabriek van
arseenverbindingen te Bocholt, metaalslakken, sintels en
reststoffen van de zinkertsbewerking te Dilsen-Stokkem en te
Nieuwpoort.
Een vrij alleenstaand geval van fluorverontreiniging deed zich
voor rond de voormalige Bayer-Rickman emailfabriek (nu
Brugge-Email) te Brugge.
Een belangrijk probleem betreft het achterlaten van vaak
‘giftig’ afval (bedoeld wordt de afvalstoffen, aangegeven in het
K.B. van 14 februari 1976) op verlaten fabrieksterreinen.
In het Waalse Gewest werden ongeveer 8000 terreinen als
verontreinigd aangewezen.
De
sanering van vervuilde grond kan geschieden volgens drie
technieken, al dan niet in combinatie toegepast: isoleren, ter
plaatse zuiveren en afgraven en opslag of storten.
1 Isoleren
Lokaties met verontreinigde bodems moeten in het algemeen
allereerst waterstaatkundig worden geïsoleerd. Daar zijn nieuwe
technieken voor ontwikkeld, o.a. het slaan van damwanden en het
oppompen van grondwater vanuit het vervuilde gebied, zodat de
verontreiniging niet meer kan diffunderen in de omgeving. Voor
de kleinere lokaties kan men evenwel niet volstaan met het
‘inpakken en isoleren’ van een hoeveelheid vervuilde grond.
2 Zuiveren
Dit kan geschieden met één van de volgende
technieken:
a.
thermische behandeling, hetzij uitdampen door directe
verhitting, hetzij direct verbranden van de vrijgekomen stoffen
bij hoge temperaturen (700–1200 °C) of door stoomstrippen;
b.
extractietechnieken, bijv. extractie met water;
c.
microbiologische afbraakmethoden. Elk van deze methoden kan
worden toegepast voor bepaalde stoffen. Zo kunnen metaalionen
goed door extractie worden verwijderd, maar moeten
weinig-vluchtige organische verbindingen als PAK's en PCB's
thermisch worden behandeld. De microbiologische reiniging moet
nog meer worden uitgewerkt, maar met het zuiveren van
verontreiniging door olie zijn al goede resultaten bereikt.
3 Opslag of storten
De afgegraven grond kan worden opgeslagen (in tijdelijke
opslagplaatsen: TOP's) totdat zuivering mogelijk is, dan wel
definitief gestort worden. De opslagplaats, c.q. stortplaats
moet zodanig van de omgeving geïsoleerd worden dat de
verontreiniging zich niet naar het grondwater (zie hiervóór:
Isoleren) of naar de omgeving kan uitbreiden.
|