| |
De
boomklever of sitta europaea
De boomklever is een bosvogel die tuinen bewoont waar grote, volgroeide
bomen staan. Hij geeft van zijn aanwezigheid blijk door een luid en
vrolijk geroep. Maar hij is ook een regelmatige gast op de voedertafel en
een echte standvogel die zomer en winter voedsel zoekt in hetzelfde
territorium.
Kenmerken
De boomklever heeft een gestroomlijnd lichaam, korte staart en zwarte
oogstreep. Lengte is 14 cm.
Voedsel
De boomklever peutert in spleten op zoek naar spinnen en insecten. In de
herfst worden hazelnoten, eikels en beukennootjes stevig in een wig
geklemd en opengebeiteld door de krachtige, priemachtige snavel. Het
kloppende geluid kan makkelijk verward worden met een specht die op een
boom tikt. Sommige noten bewaart hij ook in spleten.
Nest
Beide partners kiezen en holte in een boom of muur uit of ze zoeken een
verlaten spechtennest. Ze metselen de ingang dicht met modder of mest om
de grootte daarvan te verkleinen en zo te voorkomen dat grotere vogels of
rovers kunnen inbreken. Verder voeren ze de holte met blaadjes of stukjes
schors.
Broedgegevens
Laat april tot juli - één legsel - zes tot negen roodgestippelde, witte
eieren - broedtijd : 14-15 dagen - vliegvlug : na 23-25 dagen; enkele
dagen later zelfstandig. |
|
|
|
|
|
|