| |
De
boomkruiper of certhia brachydactyla
Tuinen met volgroeide bomen zullen beslist boomkruipers
aantrekken, vooral in de winter. In tegenstelling tot
boomklevers en mezen, die ook in de schors naar voedsel zoeken,
hangen boomkruipers nooit ondersteboven. Ze klimmen alleen met
korte rukjes omhoog, hun sterke staart gebruikend als steun. Let
op de stammen van dode bomen.Slaapplaatsen worden vaak
gemarkeerd door de uitwerpselen.
Kenmerken
Een lange, naar beneden gebogen snavel. Lengte van de vogel :
12,5 cm.
Voedsel
Het menu bestaat bijna helemaal uit kleine insecten en spinnen.
Wintervoedering
Boomkruipers komen wel op de voedertafel, maar geven de voorkeur
aan een mengsel van gehakte noten en vet, uitgesmeerd over een
boomstam of in een holte gegoten.
Nest
Beide partners bouwen een nest van takjes, gras en mos. Ze
voeren het met veertjes. Ze verstoppen het achter een losgeraakt
stuk boomschors of in een spleet van een gebouw, een holte en
een enkele keer in dichte vegetatie zoals klimop. Als ze eenmaal
vliegvlug zijn, mengen hele families zich met rondzwervende
mezen en goudhaantjes.
Broedgegevens
Maanden april tot juni - één of twee legsels - vijf tot zeven
bruingestippelde, witte eieren - broedtijd : 14-15 dagen, door
het vrouwtje - vliegvlug : na 14-15 dagen; de tijd tot dat ze
zelfstandig zijn is niet bekend. |
|
|
|
|
|
|