| |
De
bosrietzanger of acrocephalus palustris
Trekvogel
van mei tot september. Kleiner en slanker dan een mus. Korte,
gelige bovenoogstreep. Gezang is zeer afwisselend en met talloze
nabootsingen doorspekt; geen coupletten; vaak ook in de nacht.
Verspreiding en woongebied : broedvogel in het midden, oosten en
zuidoosten van Europa. Bij ons in het laagland soms talrijk
voorkomend. Leeft in vegetatie van brandnetels, riet, heester en
struiken. Graag bij water, maar ook in graanvelden en tuinen.
Voortplanting : het nest wordt tussen stengels gevlochten, maar
ook wel boven open water. Legtijd in mei - één legsel. Vijf tot
zes eieren met donkere olijfgroene vlekken op een lichte
ondergrond. De ouders broeden twaalf dagen en verzorgen de
jongen nog 10-14 dagen in het nest. Voedsel : insecten, soms ook
bessen. |
|
|
|
|
|
|