De
boterbloem behoort tot het ondergeslacht Ranunculus van het
gelijknamige geslacht uit de Ranonkelfamilie. In Nederland en België
komt een tiental soorten in het wild voor; zij zijn gekenmerkt door
het bezit van vijf kelkbladen en vijf gele kroonbladen. Enkele
algemene soorten zijn: scherpe boterbloem (R. acris), een zeer
scherp smakende en door koeien niet gegeten plant van graslanden,
wegbermen e.d.; kruipende boterbloem (R. repens), op min of meer
vochtige, grazige plaatsen, lijkende op de vorige soort, maar
daarvan te onderscheiden door de overlangs gegroefde bloemstelen;
blaartrekkende boterbloem (R. scleratus), een zeer scherp smakende
plant van vochtige tot moerassige plaatsen, met kleine bloemen
waarvan de bleekgele kroonbladen slechts weinig langer zijn dan de
kelkbladen; akkerboterbloem (R. arvensis), een vooral op kalkrijke
korenakkers voorkomend onkruid met kleine bleekgele bloemen. Tot dit
ondergeslacht behoort ook de sierplant ranonkel. |
|
|
|
|
|
|
|