|
De
Brachiosauridae waren sauropoden die in de Jura
ontstonden. Ze leefden tot halverwege het Krijt. Heel karakteristiek waren de voorpoten,
die minstens net zo groot,
maar vaak ook langer waren dan de achterpoten. Brachiosauridae hadden een relatief lange
nek, de staart was in verhouding vrij kort. Opvallend waren de grote neusgaten,
die hoog boven de schedel uitstaken. Net als alle andere sauropoden waren ook de
Brachiosauriërs plantenetende viervoeters.
De meest bekende Brachiosauriër is Brachiosaurus brancai, tot op heden het grootste
complete dinosaurusskelet dat bekend is. Het fossiel werd bijna een eeuw geleden
opgegraven tijdens een expeditie van het Humboldt museum in Berlijn in de binnenlanden van
wat tegenwoordig Tanzania heet.
Brachiosauriërs zullen, mede dankzij hun hoge voorpoten en lange nek, waarschijnlijk graag
bovenin de hoogste bomen gegraasd hebben. Hun tanden zijn, voor
sauropoden althans, vrij groot.
Fossielen van Brachiosauridae zijn vooral bekend uit Tanzania, maar ook in de VS,
Portugal, Groot-Brittanië, Madagascar en Argentinië zijn hun resten gevonden.
Brachiosaurus-skeletten zijn te zien in musea in Berlijn en Chicago, maar ook in Mèze in
Frankrijk staat een model. Uit Argentinië kennen we resten van de
Brachiosauriërs Chubutisaurus. In Dino Argentino zijn er enkele botten van deze sauropode
te zien.
De
Brachiosaurus, wat zoveel betekent als 'armhagedis', is
een geslacht van
gigantische, uitgestorven reptielen, behorende tot de Saurischia. Overblijfselen zijn gevonden in de Jura
van Amerika, Oost-Afrika en Portugal. Een volledig skelet van een Brachiosaurus bevindt zich te
Berlijn. Het is van gigantische afmetingen:
halswervels van 1 m lengte, opperarmbeen van meer dan 2 m lengte, voorpoot van 4 m hoogte. De plaats van de
neusgaten, gelegen aan de bovenzijde van de schedel, doet vermoeden dat dit dier ondergedompeld in water
leefde, ademhalend terwijl de kop boven water gestoken was. Ook al in verband met het enorme lichaamsgewicht
ligt een dergelijke leefwijze voor de hand.
|
|