| |
De
bruine kiekendief of circus aeruginosus
Trekvogel (maart tot oktober). Iets kleiner dan de buizerd,
slanker en met smallere vleugels. Mannetjes hebben een
lichtgrijze staart; vleugels aan de bovenzijde zijn gedeeltelijk
bruin; verder lichtgrijs met zwarte punten. Een lichte kop. De
vrouwtjes zijn donkerbruin; schouders, keel en kop licht. De
jongen zijn donkerder dan de vrouwtjes, maar ze hebben geen
lichte schouders. Alle kiekendieven zeilen met de vleugels in
V-vorm boven hun lichaam (sterker dan de buizerd).
Verspreiding en woongebied : bijna geheel Europa in open land
met rietrijk water. Voortplanting : nest in het riet of op
hoogtes in het moerasland; soms ook in weilanden of op
graanvelden. Legtijd : mei, juni - één legsel. De drie tot zeven
witte tot blauwachtige eieren worden 31-36 dagen door het
vrouwtje bebroed. De jongen zijn na ongeveer 40 dagen
zelfstandig. Voedsel : kleinere zoogdieren en vogels. |
|
|
|
|
|
|