| |
De
buizerd is een roofvogel. Het is een sterke, gedrongen vogel.
Zijn snavel is kort en licht gebogen.
De gewone buizerd kan beschouwd worden als een typische
vertegenwoordiger van deze vogelsoort. Hij wordt om en nabij de
60 cm lang. Zijn kleur varieert per dier van licht bruin tot
bruin en zwartbruin.
Overdag zit de gewone buizerd op een verhoging, bijvoorbeeld op
een boom of een uitstekende rots. Met zijn scherpe ogen houdt
hij zijn omgeving goed in de gaten. Zijn gezichtsvermogen is
veel beter dan dat van de mens. Wanneer hij een prooidier
ontdekt schiet hij in zweefvlucht eerst schuin naar boven en dan
naar beneden. Hij het dier met zijn sterke poten die voorzien
zijn van scherpe en lange klauwen.
Kleinere dieren worden direct gedood door de kracht van zijn
aanval. Grotere dieren dood hij door hun schedel in te slaan met
zijn krachtige snavel. De boven- en ondersnavel hebben scherpe
randen, de buizerd gebruikt ze als een soort schaar. Kleinere
prooidieren worden in hun geheel doorgeslikt. Via de zeer
rekbare krop en de zogenoemde kliermaag komt het voedsel in de
maag. Door wordt de prooi de verteringssappen verteerd.
Onverteerbare gedeelten zoals veren en haren worden weer
uitgebraakt. Deze resten noemt men haarballen of braakballen.
Wanneer de gewone buizerd boven zijn jachtterrein cirkelt kan
hij lange tijd zweven zonder dat hij zijn machtige vleugels
beweegt. Net zoals bij een zweefvliegtuig dat gebruik maakt van
een opwaartse druk kan de buizerd ook door de thermiek in de
lucht blijven zweven.
Deze thermiek komt alleen in bepaalde gebieden voor, zoals
bijvoorbeeld aan de randen van gebergten of boven warm geworden
akkers. Hierdoor wordt de buizerd gedwongen binnen dit gebied te
blijven cirkelen. Het territorium dat hierdoor ontstaat is
meestal niet groter dan 1 tot 2 vierkante kilometer.
Evenals de arend bouwt ook de gewone buizerd een horst. Dit nest
wordt bekleed met mos en veren. Het nest wordt elk jaar weer
verder uitgebouwd en verbeterd. Een buizerdpaar blijft normaal
gesproken een heel leven samen. In het voorjaar legt het
vrouwtje drie eieren, ze zijn groenachtig van kleur en ze zijn
bedekt met bruine vlekken. Ze worden afwisselend door beide
ouders bebroed. De jongen hebben grijze of witte donsveertjes en
worden de eerste zes weken door de ouders gevoed. Daarna zijn ze
in staat te vliegen.
De voeding van de gewone buizerd bestaat vooral uit muizen.
Daarom zijn buizerds bijzonder nuttige dieren en moeten ze dan
ook beschermd worden. Verder eten ze ook slakken, wormen,
insecten en konijnen. |
|
|
|
|
|
|