
Oppervlakte
27.834 km2 (0,8 x Nederland)
Hoofdstad Bujumbura
Inwonertal 6,75 miljoen (2002, schatting EIU)
Bevolkingsdichtheid 242 inwoners per km2
Godsdienst
Christelijk (67%, waarvan 62% rooms katholiek), inheemse
godsdiensten (32%), islamitisch(1%)
Taal Kirundi, Frans
Nationale feestdag(en) 1 juli (onafhankelijkheidsdag)
Klimatologische gesteldheid Tropisch
|
 |
|
Geschiedenis
Anders
dan de meeste andere Afrikaanse landen was Burundi, toen het
gekoloniseerd werd, al een staatkundige eenheid. Het koninkrijk Burundi
werd in 1899 toegevoegd aan Duits Oost-Afrika en kwam in 1916 onder
Belgisch bestuur. In januari 1962 werd Burundi onafhankelijk en won de
Union pour le progrès national(Uprona), aanvankelijk geleid door prins
Rwagasore, de verkiezingen. Rwagasore werd in oktober 1961 vermoord door
aanhangers van de rivaliserende Parti démocrate chrétien en daarmee
begon het openlijke conflict tussen het Hutu- en het Tutsi-deel van de
bevolking. In 1965 werd wederom de premier vermoord. De politieke crisis
en een couppoging die daarop volgde, leidden tot het afslachten van
vrijwel de hele politieke bovenlaag van de Hutu-bevolking. Een volgende
couppoging in 1972 mondde uit in een massamoord waarbij tussen de
100.000 en 200.000 Hutu's omkwamen. Ca. 200.000 mensen vluchtten naar de
DRC, het toenmalige Zaïre.
In 1987 pleegde majoor Pierre Buyoya een geslaagde staatsgreep. In juni
1992 vonden voor het eerst weer presidentiële verkiezingen plaats en de
kandidaat, Melchior Ndadaye, van de Front pour la Démocratie au Burundi(Frodebu)
won. Ook de parlementsverkiezingen werden door Frodebu gewonnen.
In oktober 1993 werd Ndadaye vermoord bij een mislukte legercoup.
Cyprien Ntaryamira(Frodebu) werd door de Nationale
Assemblee als opvolger aangewezen. Hij kwam om samen met de Rwandese
president in het toestel dat in april 1994 bij Kigali werd
neergeschoten. Na diverse politieke crises en etnische gewelddadigheden
greep op 25 juli 1996 majoor Buyoya
(foto rechts)
opnieuw de macht. Omringende landen stelden vervolgens een economische
boycot in tegen Burundi. Een groot deel van de leiding en leden van
diverse Hutu-oppositiepartijen waren inmiddels naar het buitenland
gevlucht.
In juni 1998 begonnen in Arusha vredesbesprekingen met bemiddeling van
oud-president Nyerere van Tanzania In januari 1999 werden de economische
sancties opgeschort. Na het overlijden van Nyerere nam eind 1999
oud-president Mandela van Zuid-Afrika de bemiddeling over. Dit
resulteerde in augustus 2000 in het Akkoord van Arusha, ondertekend door
de Burundese regering en alle 17 politieke partijen. Het gewapend verzet
van de Forces pour la Défense de la Démocratie (FDD) en de Forces
Nationales pour la Libération (FNL) nam niet deel aan de
onderhandelingen en distantiëert zich van het Akkoord. Op 1 november
2001 trad onder president Buyoya een overgangsregering aan, samengesteld
uit bijna alle politieke partijen. Na anderhalf jaar zal Buyoya het
presidentschap voor de tweede helft van de periode overdragen aan een
kandidaat van Hutu-origine. Na de overgangsperiode van drie jaar zullen
verkiezingen worden gehouden.
Staatsinrichting
Burundi is een republiek met een president en een vice-president, geen
premier, 23 ministers en een Assemblée Nationale met leden, waarvan er
40 niet zijn gekozen maar benoemd. In oktober 2001 is een
overgangsgrondwet in werking getreden. Nieuwe verkiezingen zullen aan
het eind van de overgangsperiode, op zijn vroegst in 2004, plaatsvinden.
De wetgeving is gebaseerd op de Belgische.
Binnenlandse politiek
De belangrijkste partijen zijn het Front pour la démocratie au Burundi(Frodebu-van
Hutu origine) en Union pour le progrès national(Uprona van Tutsi-origine).
Het leger wordt gedomineerd door Tutsi's. Daarnaast zijn er zowel
radicale Tutsi- als Hutu-milities actief. De laatste opereerden vroeger
vooral vanuit de DR Congo, maar vanwege de oorlog aldaar opereren zij nu
ook in toenemende mate vanuit Tanzania.
Mensenrechten
De
mensenrechtensituatie in Burundi is slecht. Ca. driekwart van de
gevangenen is niet aangeklaagd of veroordeeld. Het justitieel apparaat
is onderbezet en etnisch onevenwichtig samengesteld. Willekeurige
arrestaties zijn aan de orde van de dag. Driehonderd personen hebben in
processen van dubieuze kwaliteit de doodstraf gekregen. Tot op heden is
geen daarvan ten uitvoer gebracht. .
In de Burundese conflictsituatie worden de mensenrechten door alle
partijen over het hele land op grote schaal geschonden. De
oorlogssituatie heerst al onafgebroken sinds 1993 en de economische
verloedering draagt ook een steeds grotere steen bij. De slachtoffers
zijn vooral te vinden onder alle segmenten van de burgerbevolking.Van
persvrijheid is weinig sprake.
Sociale situatie
Door wat de facto een burgeroorlog is, is de sociale situatie
verslechterd. Met name onder de vele interne en externe vluchtelingen is
de sociale situatie slecht. Ondervoeding, HIV-besmetting, cholera en
andere ziektes eisen hun tol.
Economische situatie
Na de opheffing van de economische sancties begin 1999 was er sprake van
een kleine opleving van de economie. Door het geweld verkeert de
economie in een voortdurende crisis. Er is een chronisch j gebrek aan
buitenlandse valuta.
Er heerst grote werkeloosheid. De landbouw heeft drie achtereenvolgende
jaren te lijden gehad van gebrek aan regen. Ook de voortdurende
rebellenaanslagen door het hele land doen de landbouw geen goed.
Milieubeleid
Gezien de binnenlandse situatie is er geen sprake van een milieubeleid.
Buitenlands beleid en veiligheidsbeleid
Burundi is betrokken bij het conflict in de DR Congo. Burundese troepen
bevinden zich in de DR Congo, maar zullen zich waarschijnlijk binnenkort
terugtrekken. De verhouding met Tanzania is gespannen, omdat de
Burundese regering de Tanzaniaanse regering herhaaldelijk ervan
beschuldigd Hutu-milities in de vluchtelingenkampen te bewapenen en te
trainen. In deze kampen verblijven al jaren honderdduizenden
vluchtelingen. Ook in het Oosten van de DRC verblijven sinds 1972 een
paar honderdduizend Burundezen, die echter door de ontwikkelingen in de
DRC voor een deel naar Tanzania zijn gevlucht.
|