Deze
helder gekleurde vis uit de familie van de Callionymidae komt voor
in de Middellandse, Adriatische en Zwarte Zee. Het mannetje wordt
veertien cm. lang. Hij leeft op een diepte van één tot drie meter en
beweegt zich voort door over de zandige bodem te schieten. De
paaitijd is in juli en augustus. Vrouwtjes die gereed zijn om te
paaien, zetten hun eerste rugvin op. Tijdens het paaien zwemt het
paar naar de oppervlakte, waar de vissen hun eieren en hom
uitstoten. Druppels olie in een voedzame dooier zorgen er voor dat
de eieren aan de oppervlakte blijven. In gevangenschap heeft deze
vis water met veel zuurstof nodig. Hij eet allerlei soorten dierlijk
voedsel.