De
vorige eeuw was de laatste voor de zeehond die al 15 miljoen jaar
bestond. De Caribische of West Indische monniksrob heeft net zijn
laatste millennium meegemaakt.
Er was maar weinig informatie verzameld door wetenschappers
voordat de Caribische monniksrob verdween. Mannetjes konden een
lengte bereiken van 2,1 tot 2,4 meter, vrouwtjes waren een stukje
kleiner. De bovenkant van de volwassen zeehonden was bruin en
grijze tint. De onderkant was bleek geel. De vacht van de
pasgeborenen was lang en donker. Bewijzen suggereren dat de jongen
in december geboren werden met een gewicht tussen de 16 en 18
kilogram en een lengte tot 1 meter. Alle monniksrobben rusten en
laten hun jongen geboren worden op zandige kusten. Vooral op
afgelegen eilanden of op onverstoorde stranden van het vasteland.
De Caribische monniksrob leefde in de Caribische Zee,
noordwestelijk in de Golf van Mexico, maar ook van de Bahamas tot
het Yucatan Schiereiland, zuidelijk langs de Centraal Amerikaanse
kust en oostelijk naar de noordelijke Antillen.
De Caribische monniksrob was het eerste zoogdier in de Nieuwe
Wereld dat door
Columbus
en zijn gezelschap werd ontdekt aan de kust van Santo Domingo in
1494. Het stond in het verslag van de tweede reis naar Amerika
door Columbus. Columbus beviel zijn werknemers om 8 dieren te
doden voor voedsel. Deze waren de eerste van de vele die volgden
door de exploitatie van de soort door Europese immigranten. De
eens zo talrijke zeehond werd bejaagd voor zijn vet om olie van te
maken en afgeslacht door vissers die de dieren als competitie
zagen.
H. Sloan schreef in 1707: " De Bahama-eilanden zijn gevuld met
zeehonden; soms vangen vissers er wel honderd in een nacht". The
Caribische monniksrob was beschreven als makkelijk te benaderen en
niet agressief. Ze werden gemakkelijk gedood tijdens gerichte
jachten in de 17e en 18e eeuw. Het is ook bekend dat zeevaarders,
walvisvaarders en vissers de zeehonden opportunistisch doodde als
ze deze tegenkwamen. Ook werden Caribische monniksrobben gedood
door museum verzamelaars en ze werden gevangen voor dierentuinen.
Alle monniksrob soorten blijken gevoelig te zijn voor verstoring,
en vroege leefgebied uitsluiting door mensen in hun
verspreidingsgebied kan hun achteruitgang versnelt hebben. Aan het
einde van de 19e eeuw waren er meedogenloze slachtingen en de
soort was al zeldzaam geworden in de jaren 1880, voordat het dier
behoorlijk bekend was bij de wetenschap.
De laatste bevestigde waarneming in 1952 was van een kleine
kolonie op Seranilla Bank, een groep van hele kleine
koraaleilandjes halverwege tussen Jamaica en Honduras. Een
zoektocht in 1973, door de U.S. Fish and Wildlife Sevice, vonden
een veelomvattende visserij in het voormalige leefgebied van de
Caribische monniksrob. Een latere zoektocht door de Golf van
Mexico en rond het Yucatan Schiereiland faalde in het vinden van
een Caribische monniksrob. Er zijn zoektochten gehouden tot in
1993, allemaal zonder succes.
De Caribische monniksrob is formeel uitgestorven verklaard in de
1996 IUCN Rode Lijst van Bedreigde Diersoorten (1996 IUCN Red List
of Threatened Animals).
De meest verwante soorten:
Er komen na de Caribische monniksrob nog twee andere soorten
monniksrobben: de Hawaï monniksrob en de Mediterrane monniksrob.
Deze drie soorten leefden ver van elkaar in tropische en
subtropische gebieden. De Hawaï monniksrob leeft in de
Hawaï-archipel in de Grote Oceaan en de Mediterrane monniksrob in
de Middellandse Zee. Nu de mens echter overal komt, lijkt het lot
ook voor de nog twee overgebleven soorten bezegeld. Ook zij nemen
sterk in aantal af en als er niks gedaan wordt zullen de twee
laatste monniksrob soorten net als de Caribische monniksrob ook
uitsterven binnen niet al te lange tijd.
Mediterrane
Monniksrob - Monachus monachus
 |
Hawaï
Monniksrob - Monachus schauinslandi
 |
|
|
|
|
|
|
|