header_science

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Carthago

 

De Romeinen klik hier

 

Carthago (Fenicisch: Qart Hadasht = Nieuwe stad; Gr.: Karchèdon), in de oudheid een machtige handelsstad aan de baai van Tunis (16 km ten noordoosten van het huidige Tunis). Zij lag om een acropolis (Byra) op een schiereiland met een binnenhaven (oorlog) en een buitenhaven (handel). Volgens een overlevering was zij in 814 v.C. gesticht door kolonisten uit Tyrus, die zich met inheemse Berberstammen vermengden; Carthago werd dus, evenals de naburige Fenicische kolonies als het oudere Utica, merendeels door Libyofeniciërs bewoond. Het had een oligarchische staatsregeling, met als hoogste magistraten twee jaarlijks gekozen suffeten (gelatiniseerde vorm van sjofets, = ‘richteren’), bijgestaan door een voor het leven benoemde Raad van 300 leden ( ‘Senaat’), waarin de aristocratie van rijke koopmansgeslachten de toon aangaf. De volksvergadering daarentegen koos, behalve de suffeten e.a. beambten, ook de invloedrijke opperbevelhebber, meestal afkomstig uit de familie der Magoniden, later uit het geslacht Barcas.

De bescherming van hun ruilhandel (pas begin 3de eeuw v.C. begon Carthago zelf munten te slaan) tussen het westen (grondstoffen) en het oosten van de Middellandse Zee (industrieproducten) tegen concurrerende Griekse steden als Massilia (Marseille) maakte, behalve een sterke vloot, kostbare huurlegers (met olifanten en Numidische ruiters) noodzakelijk; dit werkte weer het streven naar monopolies in de hand. Het voornaamste exportartikel was purperverf; ook hun olijventeelt was vermaard; zij introduceerden in Italië de granaatappel. De zgn. tegenstelling tussen de imperialistische politiek van de Barciden, die uitbreiding van handelsconnecties overzee diende, en de groep van plantagebezitters als Hanno, die expansie te land in Afrika voorstond, is grotendeels een fictie, daar de meeste senatoren zowel agrarische als commerciële belangen hadden. Ter beveiliging van hun handelsroutes kregen de Carthagers in de 6de eeuw vaste voet in West-Sicilië, Sardinië en de kuststrook van Zuid-Spanje. In 540 stuitten zij – in verbond met de Etrusken – door de zeeslag bij de Phocaeïsche kolonie Aleria (Alalia) op Corsica, de Griekse expansie in het westen. Vanaf de 5de eeuw begonnen de Carthagers in Afrika contacten te leggen naar het oosten (langs de Libische kust tot voorbij Tripoli) en het westen tot buiten de Straat van Gibraltar. Het was hun daarbij minder om volksplantingen te doen dan om handelsfaktorijen voor producten uit het binnenland als goud en ivoor.

Op Sicilië waren zij door Gelo, tiran van Syracuse, in de Slag bij Himera (480) tijdelijk tot staan gebracht, drongen na ca. 400 weer op, maar konden Syracuse niet innemen. Hoewel sinds de 4de eeuw in verdragen met Rome de wederzijdse invloedssferen meermalen waren afgebakend, werden de Carthagers in de Eerste Punische (d.i. Fenicische) Oorlog (264–241) door de Romeinen definitief uit Sicilië verdreven; ook profiteerde Rome van de huurlingenopstand, die in 241–238 Carthago teisterde om hun Sardinië te ontrukken. Als compensatie veroverde Hamilcar Barcas ca. 235 Zuid-Spanje (met zijn zilvermijnen) tot de Taag; zijn zoon Hannibal kon echter in de Tweede Punische Oorlog (218–201) niet beletten dat het in 206 aan de Romeinen verloren ging. Bij de vrede bleef Carthago's gebied tot Noord-Tunesië beperkt. Niettemin werd de gevreesde handelsconcurrent na de mede op aandringen van Cato de Oudere (ceterum censeo…) door de Romeinen begonnen Derde Punische Oorlog (149–146) door Scipio Africanus Minor volledig verwoest en zijn gebied als provincie Africa (hoofdstad Utica) geannexeerd (zie Punische oorlogen). Gaius Gracchus’ poging tot wederopbouw van Carthago als Colonia Junonia (122–121) mislukte; pas in 44 stichtte Caesar het opnieuw als Colonia Julia Cartago; onder Augustus (29 v.C.) ging een Punische nederzetting hierin op.

Het nieuwe Carthago werd een van de grootste steden van het Romeinse Rijk, centrum van handel en onderwijs en later bolwerk van het christendom (geboorteplaats van Tertullianus, bisschopszetel van Cyprianus, lange tijd woonplaats van Augustinus). In 439 werd het door de Vandalen onder Geiserik veroverd, in 533 door Belisarius (bevelhebber van de Oost-Romeinse keizer Justinianus) en ten slotte in 697 door de Arabieren onder Hassan.

De Carthagers stonden bekend om hun intense, sombere devotie. Zij vereerden vooral de oppergod Baäl Hammon en de (waarschijnlijk Libische) godin Taanit; beiden bleven onder de namen Saturnus en Juno Caelestis ook in de Romeinse tijd populair (hun dienst werd eerst in de 5de eeuw n.C. met moeite uitgeroeid). Het fanatisme van hun religie, die vele primitieve (o.a. de mensenoffers voor Baäl) en Libische elementen bevatte (het binnenland bleef in taal en zeden grotendeels Berbers), lijken zij op het christendom aldaar te hebben overgedragen. Door bevooroordeelde getuigenissen van hun Griekse en Romeinse erfvijanden werden ook Punische wreedheid en kwade trouw (Punica fides) spreekwoordelijk. Hun cultuur, nauwelijks gehelleniseerd en met vele archaïsche trekken, bleef in het Middellandse-Zeegebied min of meer geïsoleerd; ondanks latere romanisering werd de Fenicische taal vooral op het platteland nog tot in de 5de eeuw gesproken.

Uit de Punische tijd zijn nog de ronde militaire en de rechthoekige handelshaven te onderscheiden en er zijn enige necropolen en tofets (heilige plaatsen waar kleine kinderen geofferd en begraven werden). Van de Punische kunst zijn de apotropeïsche maskers van gebakken aarde en van glas het meest opmerkelijk. De overblijfselen uit Romeinse tijd zijn schaars: een deel van het aquaduct van Hadrianus en de imposante onderbouw van de reusachtige thermen van Antoninus Pius (beide uit de 2de eeuw), resten van theater, amfitheater en circus, van enige villa's met fraaie mozaïeken en van woonwijken. Van de tempels is zelfs de plaats niet met zekerheid te bepalen; wel is er een geromaniseerd-inheems openluchtheiligdom gevonden en zijn er grootse resten van vroeg-christelijke basilieken. Naast Romeinse sculpturen zijn er ook Neo-Punische van inheemse stijl. De rijke vondsten zijn voor het grootste deel te zien in het museum ter plaatse en in het Bardo-Museum in Tunis.
 

 

De Romeinen klik hier

 

Footer worldwidebase



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009