Natuur worldwidebase

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Cedar
 

 

Bomensoorten klik hier

 

Deze naam wordt gegeven aan het hout van verschillende soorten van het geslacht levensboom ten onrechte in het Nederlands wel als ceder aangeduid. De bekendste soort is western red cedar van Thuja plicata, vnl. groeiend in westelijk Noord-Amerika. Het kernhout vertoont kleurvariaties van licht- tot donkerbruin; door de inwerking van licht en lucht wordt het rozeachtig. In technisch opzicht is het donkere en lichte hout gelijk. Western red cedar is meestal rechtdradig, soms wat grof van structuur; het is zacht en licht (de gemiddelde volumieke massa 370 kg/m3), doch duurzaam. Zowel met de hand als machinaal is het goed te bewerken en het trekt en werkt weinig, zodat het voor lichte, duurzame constructies zowel binnens- als buitenshuis wordt toegepast, o.a. voor betimmeringen, plafonds en kozijnen.
Ook soorten van de verwante geslachten dwergcipres en Libocedrus worden wel als cedar aangeduid; resp. als Port Orford cedar (van Chamaecyparis lawsoniana) en incense cedar (van L. decurrens).
Als eastern red cedar wordt het hout van Juniperus virginiana (= cederhoutboom) en J. silicicola (zie jeneverbes) verhandeld.
dwergcipres, het plantengeslacht Chamaecyparis (v. Gr. chamai = laag; kuparissos = cipres) uit de Cipresfamilie. Er zijn zes soorten, die voorkomen in Noord-Amerika en Oost-AziŽ. Dit geslacht heeft platte twijgen met schubvormige bladen met bijna altijd witte huidmondvlekken op de achterzijde. De vrouwelijke kegels bezitten slechts twee tot vier zaadknoppen per schub. Enkele soorten worden als sierboom of sierheester geteeld. Zeer algemeen is de Californische cipres (C. lawsoniana) uit Noord-Amerika. Andere zijn de Hinoki-cipres (C. obtusa) en de Japanse cipres (C. pisifera) uit Japan, en de Alaskaceder (C. nootkatensis) uit Noord-Amerika. Alle worden in diverse cultivars geteeld, verschillend in groeiwijze en kleur. Bijzondere vormen zijn bekend als Retinospora, het zijn gefixeerde jeugdvormen die hun jeugdbladen (meer naaldvormig) behouden. Enkele soorten van het geslacht kunnen tot hoge bomen uitgroeien en zijn belangrijk voor de bosbouw. Het hout is in de handel bekend als cederhout (ceder, cedar, Port Orford cedar, Alaska ceder, Saware-ceder).
Port Orford cedar, het hout van de Californische cipres (Chamaecyparis lawsoniana, een soort uit het geslacht dwergcipres van de Cipresfamilie), groeiend in het westen van Noord-Amerika. Geelwit tot geelbruin hout. Vrij licht (gemiddelde volumieke massa 460 kg/m3), vrij zacht, grofnervig, recht van draad. Het duurzame hout kan voor allerlei soorten binnen- en buitentimmerwerk worden toegepast.
levensboom [plantkunde], het boomgeslacht Thuja (v. Gr. plantennaam thuia, een boom met geurig hout) uit de Cipresfamilie. Er zijn ca. zes soorten, die voorkomen in Oost-AziŽ en Noord-Amerika. De vrouwelijke kegels bestaan uit slechts enkele schubben. De westerse levensboom (T. occidentalis), afkomstig uit Noord-Amerika, wordt veel als sierboom of -heester aangeplant; er zijn vele cultivars. De soort is goed te snoeien en daardoor geschikt voor heggen. De oosterse levensboom (T. orientalis), uit China en Japan, onderscheidt zich o.a. door de vertakking in een verticaal vlak (bij T. occidentalis in een horizontaal vlak). Het hout van o.a. T. plicata staat bekend als cedar, maar wordt ook wel ceder genoemd. In de bosbouw wordt deze soort veel toegepast voor onderplanting en voor groepsgewijze aanplant tegelijk met en tussen douglasspar, sitkaspar en lariks.

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009