|

|
Of
de studie van de kleinste materiedeeltjes. Meer dan duizend jaar hebben
alchemisten geprobeerd om metaal in goud te veranderen. Vanaf de 7de tot de
17de eeuw hebben ze eerst in de islamitische landen en later in Europa deze
vruchteloze droom nagestreefd. goud hebben de alchemisten nooit kunnen maken
- hoewel bepaalde personen beweerden dat ze dat wel konden - maar ze
produceerden wel nuttiger zaken, waaronder salpeterzuur en zwavelzuur. Ronde
de 17de eeuw kwamen de alchemisten in diskrediet en veranderden zij hun naam
in chemisten; alchemie werd toen chemie. De vaandeldrager was de Ierse
wetenschapper Robert Boyle (1627-1691) - auteur van The
Sceptical Chymist, dat in 1661 gepubliceerd werd. Hij verwierp de algemeen
aanvaarde mening dat alle materialen waren samengesteld uit dezelfde vier
elementen : aarde, lucht, water en vuur.
Aan het begin van de 19de eeuw deed de Engelse scheikundige John
Dalton (1766-1844) het idee van de atomen herleven, een woord dat
voor het eerst rond 450 voor Christus was gebruikt door de Griekse filosoof
Democritus, om de kleinste ondeelbare materiedeeltjes te
benoemen. Dalton verklaarde dat elk element bestond uit bepaalde soorten
atomen, die verbindingen met elkaar konden aangaan. Hun fundamentele
verschil tussen de atomen zat hem in hun gewicht. In 1813 stelde de Zweedse
chemicus Johan Jacob Berzelius ( 1779-1848) de symbolen voor
atomen voor die nog altijd in gebruik zijn, gebaseerd op de beginletter van
de Latijnse naam, waar nodig aangevuld met een tweede letter. Berzelius was
ook de eerste die een systematische poging deed om atoomgewichten te meten.
Het idee van atomen en moleculen - een groep van twee of meer atomen - gaf
scheikundigen iets in handen wanneer ze konden werken, maar hun fysische
eigenschappen bleven ongrijpbaar.
Gedurende de gehele 19de eeuw bleven er concurrenten van Daltons theorie
bestaan en pas aan het begin van de 20ste eeuw kon het 'atomisme' eindelijk
zegevieren. toen had inmiddels de Russische scheikundige Dmitri
Mendelejev (1834-1907) zijn periodiek systeem gemaakt om de
elementen te ordenen. Moleculen waren te klein om te kunnen zien en chemici
moesten daarom hun structuren deduceren. Hun chemische formule kon gevonden
worden via analytische methoden, maar de ontdekking van hun driedimensionale
vormen moest nog wachten op de röntgenkristallografie, een techniek die
diffractie van röntgenstraling gebruikt om de structuur van kristallen te
bepalen. |
|
|
|
|
|
|