header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

China
geografisch

 

Terug naar overzicht AziŰ >>

 

China, Volksrepubliek (officieel: Zhonghua Renmin Gongheguo, kortweg: Zhongguo; Wade-Giles-transcriptie: Chung-Hua Jen-Min Kung-Ho Kuo), republiek in Oost-AziŰ, 9.571.300 km2, met 1,199 miljard inw. (125 inw. per km2); hoofdstad: Peking (Beijing).

Munteenheid is de renminbi of RMB-yuan, die verdeeld is in 10 jiao. De jiao is verdeeld in 10 fen. De nationale feestdag is 1 oktober, de dag waarop in 1949 de Volksrepubliek een feit werd.

1. Fysische geografie
1.1 Geologische bouw
The natural rock formation resembling the head of an elephant gives this feature its name.Een groot deel van China bestaat uit een precambrisch schild, het Chinees-Koreaanse schild, dat echter op vele plaatsen door jongere gesteenten bedekt is. In Noord-China en Mantsjoerije zijn metamorfe gesteenten ontsloten in dit precambrische schild, waarin twee belangrijke orogenen zijn te onderscheiden. De oudste, die meer dan 1000 miljoen jaar geleden gevormd werd, bevat micaschisten, kwartsieten en amfibolieten. De jongere, ongeveer 800 miljoen jaar oud, heeft veel grafietmarmers, kwartsieten, gneisen en intrusieve granieten. Beide groepen worden door een belangrijke discordantie gescheiden. Deze oude kern wordt op vele plaatsen discordant bedekt door het Sinien, een infracambrische formatie bestaande uit niet-metamorfe gesteenten, zoals conglomeraat, zandsteen, tilliet en vulkanische gesteenten.
Het Sinien wordt gevolgd door het Paleozo´cum, waarvan de afzettingen grotendeels van mariene herkomst zijn, en door het Mesozo´cum en Kaenozo´cum met sedimenten in continentale faciŰs. In Centraal- en Zuid-China is deze jongere bedekking tijdens verschillende orogenesen geplooid, nl. tijdens de Caledonische plooiing in Jinan, tijdens de Variscische plooiing van de gebergtes Nan Shan, Kunlun Shan en Qin Ling en tijdens de alpine plooiing in Tibet en de Himalaja.
In Zuidoost-China, langs de Grote Oceaan, vindt men zeer vele vulkanische en granietische gesteenten van Mesozo´sche ouderdom, die waarschijnlijk met de alpine plooiing in verband staan. Tijdens het Jong-Tertiair en Kwartair vond een belangrijke bodemdaling plaats in Noord-China en Mantsjoerije, welke aanleiding gaf tot de vorming van grote gebieden met tertiaire en kwartaire gesteenten. Opheffing vond in die tijd plaats in Tibet en de Himalaja, waardoor hoge gebergten ontstonden.
1.2 Afwatering
De twee grootste rivieren van China zijn de Huang He (4845 km) en de Yangzi Jiang (5200 km); de Huang He is berucht om zijn overstromingen, die worden bevorderd door de ru´neuze ontbossing in het binnenland, waardoor alle beheersing van de waterhuishouding ontbreekt. Door grote slibafzetting heeft de rivier haar bedding zodanig verhoogd, dat zij op verschillende plaatsen boven het omringende land is komen te liggen. In de loop van enkele tientallen jaren verlegde deze rivier herhaaldelijk haar benedenloop. Zij voert enorme hoeveelheden vruchtbare grond mee naar zee, vandaar de naam 'Gele Rivier'. De Yangzi Jiang heeft een veel geregelder waterregime en minder slibafvoer. Hierdoor is deze rivier met haar wijdvertakt stelsel van zijrivieren van veel groter betekenis voor de scheepvaart.
Grote rivieren in het noorden zijn de Songhua Jiang, de Heilong Jiang of Amoer (grensrivier met de Sovjet-Unie), de Yalu Jiang (met Korea) en de Xiliao He. In het zuiden is de Xi Jiang (1600 km) met zijn zijrivieren van regionale betekenis.
Het oosten van China telt een groot aantal meren, waarvan vooral het Poyangmeer (2800 km2) en het Dongtingmeer (4800 km2) als grootste moeten worden genoemd. De meren in het westen van het land hebben een geheel ander karakter; het zijn meestal waterverzamelplaatsen in afvoerloze gebieden, met een sterk wisselende waterstand en een hoog zoutgehalte. Het grootste is Qing Hai (Ch÷ch nuur, 4800 km2).
1.3 Landschap
China's kust heeft een lengte van ca. 5570 km en is in het zuiden, van Hainan tot ca. 30░ N.Br., bergachtig, rijk aan eilanden en sterk geleed, evenals het schiereiland Shandong. Men treft hier dan ook de beste havens aan. Grotere inhammen van de kust zijn de Golven van Liaodong en Bo Hai, de Gele Zee (Huang Hai), de baaien van Jiaozhou en Hangzhou en de Golf van Tonkin. Tot de talrijke eilanden behoren, behalve Hainan en Taiwan (Formosa), de Zhoushaneilanden voor de Hangzhoubaai en de Miaodao-eilanden voor de ingang van de Golf van Bo Hai.
China omvat een groot aantal geografisch zeer verschillende landschappen. Het is overwegend hoogland: meer dan 80% wordt door gebergten en hoogvlakten ingenomen. Het zuidoost-noordwest verlopende gebergte Qin Ling, dat een oostelijke voortzetting is van het geweldige, vnl. in Tibet en Xinjiang Uygur gelegen Kunlunsysteem, deelt het land in een noordelijk en een zuidelijk deel en het scheidt tevens de stroomgebieden van de Huang He en de Yangzi Jiang. Het lengtedal ten zuiden van de oost-west verlopende gebergteketens in Tibet bevat de bovenloop van de Brahmaputra (Tsang-po) en van de Indus.
Het noordoostelijke deel van China - Mantsjoerije - bestaat uit de vlakte van de Songhua Jiang, die naar de Golf van Liaodong een nauwe doorgang naar de zee geeft, omgeven door het Grote en het Kleine Xingangebergte en het Sichote Alin gebergte (Russische Federatie).
Oostelijk van het gebergte Qin Ling breidt zich waaiervormig de grote vlakte van de Huang He uit, die slechts onderbroken wordt door het Shandonggebergte op het schiereiland van diezelfde naam. De delta van de Chang Jiang is veel kleiner dan die van de Huang He, waarmee hij overigens geheel is vergroeid. Het noordwestelijke deel, grenzend aan MongoliŰ, wordt grotendeels ingenomen door twee woestijnen, de Ordos, in de grote bocht van de Huang He, en de veel grotere Gobiwoestijn, die zijn westelijke voortzetting (in de autonome regio Xinjiang Uygur) heeft in de Taklamakan in het Tarimbekken, dat in het noorden door het Tiangebergte wordt gescheiden van het bekken Dzoengarije. Een dikke laag vruchtbare l÷ss, dat uit de Gobi wordt aangevoerd, bedekt de oostelijk hiervan gelegen trappenlandschappen van de provincies Shanxi en Shaanxi en grote delen van Gansu. Dit gebied wordt aan de zuidzijde afgesloten door een reeks ketengebergten die onderdelen vormen van het Nansysteem.
1.4 Klimaat
Door zijn grote uitgestrektheid, zowel in noord-zuidrichting als in west-oostrichting (afstand tot de oceaan), vertoont China een grote verscheidenheid van klimatologische omstandigheden. Deze komen sterk tot uiting zowel in de temperatuur- als in de neerslagverdeling.
Het hooggelegen Tibet, waarvan overigens weinig meteorologische gegevens bekend zijn, vertoont een zeer grote dagelijkse temperatuurgang; in het noordwesten van dit land komt zelfs in de warmste maand (augustus) bij een gemiddelde temperatuur van ongeveer 17 ░C vrijwel dagelijks nachtvorst voor. In de wintermaanden zijn in het noorden en midden van het land enige malen temperaturen van -40 ░C waargenomen. In het lagere zuidoosten, waar Lhasa ligt, de enige plaats in Tibet waarvan meteorologische waarnemingen van enige jaren beschikbaar zijn, is het klimaat minder ongastvrij.
A double-decker boat, Li River cruiseDe winden zijn er meest zwak. De gemiddelde maandelijkse temperatuur bedraagt er -2 ░C in januari en 17 ░C in juni. De laatste is ook de maximale maandtemperatuur, die zo vroeg in het jaar valt doordat in de tweede helft van juni de moessonregens beginnen, die afkoeling met zich brengen. De jaarlijkse neerslag, die voor 84% in de maanden juni tot en met september valt, bedraagt in Lhasa ca. 400 mm. Naar het zuiden nemen de neerslaghoeveelheden sterk toe.
In de lager gelegen delen van het eigenlijke China is het effect van de geografische breedte duidelijk in de gemiddelde jaartemperatuur terug te vinden: Hong Kong (22░ N.Br.) met 22 ░C; Shanghai (31░ N.Br.) met 16 ░C; Peking (40░ N.Br.) met 12 ░C. De neerslaghoeveelheden nemen zowel van het zuiden naar het noorden als bij toenemende afstand tot de kust in het algemeen af: Hong Kong met een jaarsom van 2160 mm; Shanghai met 1130 mm; Peking met 610 mm. Evenals Shanghai op een breedte van ongeveer 30░, maar op toenemende afstand tot de kust gelegen: Wuhan met 1260 mm; Chongqing met 1050 mm; Chengdu met 980 mm.
China heeft een duidelijk continentaal klimaat, dat een sterk moessonkarakter vertoont, hetgeen tot uiting komt in de jaarlijkse gang van de windrichting en van de neerslag. De sterke continentaliteit blijkt uit de jaarlijkse gang van de temperatuur, die ook langs de kust groot is: Shanghai met 24 ░C, Hong Kong met 13 ░C (in Rio de Janeiro, dat op ongeveer dezelfde geografische breedte ligt en ook aan de oostzijde van een continent: 6 ░C).
De jaarlijkse gang in de windrichting is frappant. In Noord-China waait gedurende de winter de wind op 48% van de dagen uit de richtingen noord of noordwest en op 12% van de dagen uit zuid of zuidoost, terwijl de overeenkomstige percentages voor de zomer 13 en 45 bedragen.
Ook de verdeling van de neerslag over het jaar vertoont meest een sterk moessonkarakter, zoals bijv. in Peking waar bijna 90% van het jaartotaal in de maanden juni tot en met september valt. Het verschil in neerslag tussen de seizoenen hangt samen met het verschil in windrichting: 's winters wordt droge continentaal polaire lucht aangevoerd, 's zomers vochtige maritiem tropische of equatoriale lucht. De moessonstroming reikt tot betrekkelijk geringe hoogte; boven enkele kilometers hoogte zijn de winden veelal westelijk.
Met deze westelijke bovenstroming bewegen kleine storingen mee, die, voor zover ze tijdelijk tot zuidelijke winden aanleiding geven, enige neerslag veroorzaken, ook 's winters. Daardoor is, vooral in het midden en het zuiden, de winter niet geheel droog. Het noorden van China heeft tijdens de wintermaanden veel te lijden van zand- en stofstormen. De zomerneerslag is voor het belangrijkste deel van het normale moessontype waarbij stuw van de vochtige maritieme lucht tegen de kust en tegen gebergten in belangrijke mate tot de neerslagvorming bijdraagt. Voor een deel is de neerslag echter ook gekoppeld aan kleine onweersstoringen en, met name langs de kust, aan tropische cyclonen, die vooral in de maanden juli tot en met oktober voorkomen. Daardoor doen deze tyfoons hun invloed op de neerslag ook nog gelden nadat in september de zomermoesson voorbij is.
Het afnemen van de neerslag landinwaarts is een gevolg van het 'uitregenen' van de maritieme lucht naarmate deze zich van de kust verwijdert, terwijl het afnemen van de neerslag met toenemende breedte kan worden verklaard uit het feit dat oceanische lucht minder waterdamp bevat naarmate ze van hogere breedte afkomstig is en dus een lagere temperatuur bezit.
1.5 Plantengroei
Zuidoost-China is van oorsprong bedekt met een subtropisch, bij Achter-IndiŰ aansluitend regenwoud, met tropische, paleoarctische, pacifische en Himalaja-elementen. Het bos is rijk aan bamboe. In de bergen treedt het nog slechts plaatselijk op; hier overwegen coniferen, soorten van de Laurier- en de Theefamilie, eiken en magnolia's. Midden-China kent van oorsprong een gematigd, zeer soortenrijk regenwoud (mei-koe), nu teruggedrongen tot tempelhoven en gebergten, het rijkst op nevelhellingen, met o.a. paardenkastanjes, esdoorns, kers, kornoelje en coniferen.
Hier werd het merkwaardige 'levend fossiel' Metasequoia ontdekt. Een ander, reeds veel langer bekend levend fossiel, Ginkgo biloba, is als cultuurplant (bij tempels) behouden gebleven. Verder noordwaarts strekt zich het eindeloze, bijna geheel in cultuur gebrachte l÷sslandschap uit (bijv. in het dal van de Huang He), dat oorspronkelijk een gematigd loofverliezend loofwoud droeg. Resten daarvan zijn in de bergen nog aan te treffen; zij zijn buitengewoon soortenrijk en bevatten behalve vele soorten coniferen en vele soorten esdoorns, berken, paardenkastanjes, elzen, eiken, linden en walnoten ook karakteristiek Chinese bomen en struiken als Paulownia, Gleditschia, Rhododendron, enz.
Naar het noorden en noordwesten (Mantsjoerije, Gobi) strekken zich steppen en woestijnen uit met een karige begroeiing van bijv. alsemsoorten en het kameelvoer Kalidium gracile. Het zuidwestelijke hooggebergte daarentegen behoort tot de floristisch rijkste gebieden der aarde. Van beneden naar boven onderscheidt men hier eerst het subtropische savannenbos tot 1800 (soms 2800) m; de onderste montane zone (tot 2900 m) met dennenbossen en gemengde dennen-loofbossen (met eiken en kastanjes), altijdgroen bos, doornstruweel, lauriereikenbos en steppe; de bovenste montane zone (in het zuiden tot 4350 m, in het noorden tot 3700 m) met naaldbossen, Rhododendron-struwelen en hoog opschietende graslanden, en ten slotte de uitermate soortenrijke alpine zone, bijv. in Yunnan en Sichuan, waar dwergstruiken tot 4730 m hoog voorkomen en waar bijv. het geslacht Rhododendron 600 soorten, sleutelbloem 300 soorten en kartelblad 210 soorten rijk is.
1.6 Dierenwereld
"Ocean Park offers up-close-and-personal encounters with seals and sea lions""Lovely fish flit around Atoll Reefs"De grootte van China heeft een enorme variatie in landschaps- en vegetatietypen tot gevolg; de ligging in Oost-AziŰ maakt dat de fauna zowel Aziatisch-tropische als Eurosiberische elementen omvat. Overbevolking en landbouw hebben de dierenwereld sterk teruggedrongen, een proces dat overigens al eeuwen lang aan de gang is. In de dichtbevolkte laaglanden zijn nog maar weinig dieren aan te treffen; zelfs vogels zijn over het algemeen zeer schaars geworden. In de bergen en in de dunner bevolkte gebieden treft men nog de resten van een eens zeer rijke fauna aan; men schat het aantal Indische olifanten in China op nog slechts ca. 100.
Van de grote zoogdieren verdienen o.a. vermelding de beroemde reuzenpanda of bamboebeer uit de westelijke provincie Sichuan, het Pater Davidshert, dat men nimmer in het wild gekend heeft, de geweiloze waterree, een merkwaardige zoetwaterdolfijn (Lipotes vexillifer) van het Dongtingmeer en omgeving, en enige merkwaardige apen (geslacht Rhinopithecus). Verder verdient vermelding de lepelsteur van de Yangzi Jiang en de Chinese/Japanse reuzensalamander. In het zuiden sluit de fauna aan bij die van Zuid-AziŰ met olifanten, tijgers, panters, varkens en herten; in het noorden heeft de fauna meer het karakter van die van Noord-AziŰ met op de grenzen o.a. het przewalskipaard (in het wild thans vrijwel uitgestorven), de wilde kameel en de Siberische tijger (beide thans nog zeer zeldzaam). De avifauna omvat voor een belangrijk deel Euraziatische elementen.

Telefoongids China
Postcodes China

 

Naar China bevolking >>

 

Poolgebieden



uw eigen startpagina


ę copyright WorldwideBase 2005-2009