header landen en staten

 


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

China
bevolking

 

Terug naar overzicht Azië >>  

2. Bevolking
2.1 Algemeen
"Bride of Tu Ethnic Minority"De schattingen over omvang en groei van de bevolking lopen nogal uiteen. Officieel woonden eind 1994 1199 miljoen mensen in China (incl. Hong Kong, Macau en Taiwan), maar onofficiële bronnen wezen een inwoneraantal van 1300 miljoen aan. De bevolkingsgroei bedroeg 1,4%. Meer dan een kwart (28%) is jonger dan 15 jaar. Na 1953 is het geboortecijfer teruggelopen (van 3,7% tot 1,8% in 1994) als gevolg van een intensieve campagne voor gezinsplanning en van maatschappelijke veranderingen (o.a. één-kind-politiek, inschakeling van de gehuwde vrouw in het productieproces en uitbreiding van het onderwijs). Ook het sterftecijfer is in deze periode sterk gedaald (van 22‰ tot 6,5‰) als gevolg van verbeteringen in de sanitaire en hygiënische omstandigheden en een uitbreiding van de medische voorzieningen. In 1994 bedroeg de geschatte gemiddelde levensverwachting bij geboorte 70 jaar voor mannen en 71 jaar voor vrouwen. In 1930 bedroeg de gemiddelde levensduur nog 24 jaar.
Uitgezonderd Hong Kong, Macau en Taiwan, worden er geacht 15 tot 30 miljoen Chinezen in het buitenland (in hoofdzaak in Zuidoost-Azië) te wonen. De Chinezen zelf geven hogere cijfers op dan de landen waar zij wonen. In deze landen worden Chinezen die in het land geboren zijn, vaak niet meer als Chinezen beschouwd.
2.2 Samenstelling en spreiding
De eigenlijke Chinezen (Han) vormen ca. 92% van de totale bevolking. De resterende 8% bestaat uit een groot aantal groepen (ca. 55) waarvan de voornaamste zijn de Zhuang, Hui, Uyguren (Oejgoeren), Yi, Miao, Man (Mantsjoes), Xizang (Tibetanen) en Menggu (Mongolen).
"Special dress of the Tibetan"De politieke betekenis van deze 'nationale minderheden' is belangrijk, omdat ze strategisch belangrijke grensgebieden bewonen en in de regel tot de volken behoren die ook in de buurstaten wonen.
Het is echter bekend dat naar deze gebieden (o.a. Xinjiang Uygur, Heilongjiang, Jilin en Binnen-Mongolië) een sterke migratie van eigenlijke Chinezen heeft plaatsgevonden om de ontwikkeling te versnellen, maar wellicht ook om een zekere 'sinicizatie' van de niet-Chinese streken te bewerkstelligen.
De grootste bevolkingsconcentraties bevinden zich in de kustgebieden en in de vruchtbare valleien van de Huang He en Yangzi Jiang. De urbanisering is gering: ca. 29% van de bevolking leeft in de steden. Weliswaar is voor de jaren vijftig een sterke trek naar de steden gemeld (1950: 10% van de totale bevolking woonachtig in steden; 1960: 15%), doch later is aan deze ontwikkeling een halt toegeroepen (o.a. door het verbod zich in de stad te vestigen zonder werkvergunning) en zijn zelfs aanzienlijke groepen mensen uit de steden naar het platteland overgebracht.
Shanghai is met zijn (1994) 13, 6 miljoen inwoners de grootste stad van China, gevolgd door Peking (11, 3 miljoen inw.). Andere steden waarvan het bevolkingsaantal de 1 miljoen overschrijdt, zijn o.m. Tianjin (9,4 miljoen), Chengdu (9,4 miljoen), Wuhan (6,8 miljoen), Changhun (6,5 miljoen), Chongqing (6,5 miljoen), Xi'an (6,2 miljoen) en Kanton (Guangzhou) (6, 1 miljoen).
2.3 Taal
De officiële taal is het standaard-Mandarijn (Putonghua of Guoyu), het basisdialect van Noord-China. Deze taal is verstaanbaar voor de meerderheid van de bewoners van de Chinese Volksrepubliek (70%). Elke provincie heeft een eigen 'dialect'; vele daarvan, zoals die bijv. worden gesproken in de provincies Hunan en Guangdong, zouden binnen Europese verhoudingen talen worden genoemd. Alle grote minderheidsvolkeren, met uitzondering van de Hui, hebben een eigen taal.
Sinds 1958 wordt via scholen en radio het standaard-Mandarijn als spreektaal voor heel China bevorderd. Ook wordt nog steeds voortgegaan met een vereenvoudiging van de Chinese lettertekens. De vereenvoudigde romanisering of fonetische transcriptie van de Chinese lettertekens (de zgn. Hanyu-Pinyen-spelling) werd per 1 jan. 1979 officieel geaccepteerd. Zie verder Chinese taal.
2.4 Religie
"Festival dress with silver ornaments of Miao Minority Ethnic girlsDe moderne ontwikkelingen vanaf het midden van de twintigste eeuw hebben een sterk desintegrerend effect gehad op het taoïsme (zie tauïsme) en boeddhisme, de traditionele godsdiensten van China. Met name tijdens en na de Culturele Revolutie werd van staatswege actief campagne gevoerd tegen de godsdienst in het algemeen, alsook tegen het confucianisme; de meeste religieuze instellingen werden gesloten. Na 1977 veranderde deze politiek, in 1982 culminerend in een grondwetswijziging die het recht van de Chinese burger op vrije geloofsbelijdenis vastlegde. Vele kerken, tempels en moskeeën werden heropend.
De met ceremonies omgeven voorouderverering komt - los van de traditionele godsdiensten - nog vrij algemeen voor. Over het aantal aanhangers van de traditionele godsdiensten zijn geen exacte gegevens bekend, maar geschat wordt dat het boeddhisme ca. 100 miljoen aanhangers heeft en het taoïsme ca. 30 miljoen; het confucianisme is wijd verbreid.
Het aantal islamieten wordt geschat op 20 miljoen. Zij zijn het sterkst vertegenwoordigd in de autonome gebieden Ninxia Hui en Xinjiang Uygur.
In 1988 waren er ca. 2 miljoen geregistreerde christenen in het land, van wie ca. 60% lid was van de Nationale Katholieke Kerk (ontstaan in 1958, toen deze zich losmaakte van Rome). De Evangelische Kerk van China heeft een sterk groeiende aanhang (1994: ca. 20 miljoen). Zie voor de historische ontwikkeling van de godsdiensten Chinese cultuur.

 

Naar China bestuur en samenleving >>  

Poolgebieden

 

 

 
 

uw eigen startpagina
© copyright Wisetogo 2006
Privacy Statement