| |
Vermoeidheid
als algemeen verschijnsel of bij ziekte
Moeheid is een klacht die zeer veel voorkomt. Iedereen is wel eens
moe. Moeheid is zelfs voor de meesten van ons een dagelijkse ervaring.
De volgende morgen of na rust is het gewoonlijk weer over. Bij sommige
mensen blijft de vermoeidheid langere tijd aanwezig. Toch spreken we dan
nog niet van chronische vermoeidheid. Bekend is dat zeker bij 80% van de
mensen de ernstige vermoeidheid binnen enkele weken tot enkele maanden
weer overgaat. Chronische vermoeidheid als klacht komt ook zeer vaak
voor bij mensen met chronische ziekten. Chronische vermoeidheid kan
bijvoorbeeld voorkomen bij patiënten met spierziekten, patiënten met
chronische alvleesklierontsteking, patiënten met multipele sclerose,
patiënten met hartziekten of patiënten met een te traag werkende
schildklier. Chronische vermoeidheid komt ook regelmatig voor lang na
een ernstige ziekte, bijvoorbeeld na een beroerte (herseninfarct,
hersenbloeding), of soms nog lang na behandeling van kanker.
Wanneer spreken we van CVS?
Bij een klein deel (minder dan 20%) kunnen de vermoeidheidsklachten
langer dan zes maanden aanhouden. In dat geval kan sprake zijn van het
chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). CVS is niet meer dan een naam
voor ernstige vermoeidheidsklachten die niet aan een herkenbare ziekte
kunnen worden toegeschreven.
Er is sprake van het chronisch vermoeidheidssyndroom als:
- er ernstige aanhoudende of telkens terugkerende vermoeidheidsklachten
aanwezig zijn die niet aanzienlijk verbeteren door rust en niet het
gevolg zijn van voortdurende inspanning,
- de vermoeidheid heeft geleid tot forse afname van vroegere niveaus van
beroepsmatig, sociaal en/of persoonlijk functioneren,
voor deze klachten geen lichamelijk verklaring te vinden is,
- de klachten tenminste zes maanden bestaan
Bijkomende klachten
Naast de vermoeidheid kunnen één of meer van de volgende verschijnselen
aanwezig zijn: beperking in het korte termijngeheugen of
concentratieproblemen, zere keel, gevoelige hals- of okselklieren,
spierpijn, gewrichtspijn, hoofdpijn, slaapklachten, malaise klachten na
inspanning die langer dan 24 uur duren, maag - of darmklachten,
duizeligheid, slaapklachten , spierzwakte, prikkelbaarheid,
spraakstoornissen of extreem transpireren. Maar ook andere niet genoemde
klachten kunnen voorkomen.
ME of CVS?
ME (myalgische encephalomyelitis) is de naam die patiënten en
patiëntenverenigingen hanteren. Wetenschappers zijn niet gelukkig met
deze naam omdat deze naam duidt op een ontsteking van het zenuwweefsel
waarvoor geen aanwijzingen zijn gevonden. Zij gebruiken de term
Chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Ook de ME-CVS Vereniging spreekt
over ME/CVS.
Achtergronden
Door het wetenschappelijk onderzoek naar diverse aspecten van CVS hebben
wij meer inzicht gekregen in het ontstaan van CVS. Op het moment dat CVS
vastgesteld wordt, is er geen lichamelijke verklaring voor de klachten
meer te vinden. Wel gaan we er van uit dat er een lichamelijk beginpunt
kan zijn (bijv. een infectie, een operatie, een bevalling ). Soms ook
kunnen de klachten begonnen zijn na een belangrijke gebeurtenis in
iemands leven (bijvoorbeeld overlijden van een naaste, verhuizing, een
andere baan,). Als de klachten lang bestaan is vaak niet meer te
achterhalen waarmee de klachten begonnen zijn. In de loop van de tijd
zijn er andere factoren ontstaan die de huidige klachten instandhouden.
Een behandeling is meestal gericht op deze instandhoudende factoren.
Invloed van klachten op het dagelijks leven
CVS patiënten ondervinden ernstige gevolgen van hun klachten op het
dagelijks leven:
- Na een lange nachtrust voelen veel patiënten zich bij het opstaan niet
uitgerust.
- De meeste patiënten zijn veel minder actief dan zij voor het ontstaan
van de klachten waren.
- De dagelijkse zelfzorg kan men meestal nog, zij het met moeite,
zelfstandig uitvoeren.
- Gevolgen voor werk: CVS patiënten zijn vaak geheel of gedeeltelijk in
de ziektewet of de WAO.
- De sociale contacten van patiënten lopen ten gevolge van de klachten
sterk terug.
- De ernstige lichamelijke klachten en de toegenomen beperkingen in het
dagelijks leven kunnen er bij sommige patiënten toe leiden dat zij zich
lusteloos, somber en machteloos voelen.
Hoe vaak komt het voor?
Recent onderzoek naar het voorkomen van CVS in de huisartsenpraktijk
laat zien dat er tenminste 27.000 CVS patiënten in Nederland zijn.
Vergeleken met een aantal jaren geleden weten huisartsen nu meer van CVS,
herkennen zij CVS vaker bij hun patiënten en achten zich vaker in staat
de diagnose CVS te stellen. Toch is er op dit punt zeker nog verbetering
mogelijk.
CVS komt vaker bij vrouwen dan bij mannen voor. Hooguit een kwart van de
patiënten is mannelijk. Ook bij jongeren vanaf 10 jaar wordt de diagnose
CVS gesteld. |
|
|
|
|
|