Het tweekleurig
hooibeestje komt verspreid voor in Europa en in het westelijk deel van Azië.
Als de vlinder vliegt, vallen de oranje voorvleugels en de donkergrijze
achtervleugels op. Het vlindertje leeft van nectar uit bloemen van struiken die
op vrij droge grond staan. Op een aantal soorten grassen en zeggen worden de
eitjes gelegd. De rups van het tweekleurig hooibeestje groeit langzaam. Hij
verpopt eind mei, begin juni. De pop hangt in de vegetatie. Er is ieder jaar één
generatie. De vlinders vliegen eind juni, begin juli plaatselijk in grote
aantallen.