De
kleinste goerami (de honinggoerami) komt uit het noordoosten van
Inda. Zijn lichaam is slechts 4 tot 4,6 cm. lang. Doordat hij in de
natuur zo wijdverspreid is, zijn er vele kleurvariëteiten bekend.
Ook is er kunstmatig een gouden honinggoerami gekweekt. Kweken in
gevangenschap is eenvoudig. De paren paaien bij een relatief lage
temperatuur van ongeveer 24 graden C. Het aantal jongen is wel
gering, zo'n 150 tot 250. In de eerste twee weken eten de jongen
zeer fijn levend voer in poedervorm. Misschien zijn raderdiertjes
nog wel het beste, want de jongen hebben er moeite mee om de
rondspringende naupliën van de Cyclops te vangen. Nog niet
geslachtsrijpe vissen hebben een brede, bruine, langwerpige streep
op de zijkant waarmee ze zich duidelijk onderscheiden van
geslachtsrijpe exemplaren. |
|
|
|
|
|
|
|