De
familie der Bladhaantjes telt over de hele wereld ongeveer 35.000
soorten. Het aantal nog niet beschreven soorten wordt op nog eens
15.000 geraamd. In Europa komen meer dan vijfhonderd soorten voor :
meestal rondachtige en vaak zeer kleurrijke kevers. De bekende
coloradokever is ongeveer tien mm. groot en heeft op elk van zijn
gele vleugels vijf zwarte lengtestrepen. Op het halsschild staan
zwarte stippen.
Verspreiding : oorspronkelijk alleen in Noord-Amerika, tegenwoordig
wereldwijd te vinden op aardappelvelden en af en toe ook ver daarvan
op andere planten van de nachtschadefamilie.
De tweejarige kevers vliegen van april tot oktober en overwinteren
in de grond. Kever en larven vreten de bladeren van de
aardappelplanten. De wijfjes leggen meer dan tweeduizend eitjes in
kleine pakketjes op de onderkant van de bladeren.
Jeugdstadia : de larven zijn eerst wijnrood, later oranjerood met
zwarte stippen. Reeds na twee tot vier weken verpoppen ze zich in de
bodem en nog drie weken later komen de kevers reeds uit. In warme
jaren zelfs twee generaties. Vroeger veroorzaakten ze aanzienlijke
schade bij massaal optreden, nu komen ze nauwelijks nog in
dergelijke grote aantallen voor.