| |
De
condor is een roofvogel die tot de familie van de gieren van de
Nieuwe Wereld behoort. Hij heeft de opvallende kenmerken van de
gieren: hij heeft namelijk een bijna naakte kop en hals, stompe
klauwen en een zeer krachtige snavel. Hij voedt zich overwegend
met aas.
Condors leven vaak in groepen. Wanneer één van hen met zijn
scherpe ogen een prooi ontdekt laat hij zich in duikvlucht naar
beneden vallen en de anderen volgen onmiddellijk. Met de
krachtige haaksnavels wordt de huid van de prooi kapot
getrokken, de klauwen zijn hiervoor te stomp. Het
lievelingsvoedsel van de condor is de guanaco of de lama. Ze
eten alleen kadavers.
De condor kan niet goed ruiken. Proeven hebben aangetoond dat de
dieren eerder op een namaakkadaver afvliegen dan op een echt
kadaver dat de onderzoekers hadden bedekt. De condor legt per
dag honderden kilometers af op zijn zoektocht naar voedsel.
De condor is naast de reuzenalbatros de grootste vliegende vogel
op aarde. De vleugels van de Andescondor, die helaas met
uitsterven wordt bedreigd, hebben bijvoorbeeld een spanwijdte
van meer dan drie meter.
Hierdoor kan de vogel bij gunstige weersomstandigheden en bij
opstijgende luchtsstromen meerdere kilometers in de lucht
glijden of zweven. De uiteinden van de slagveren, die hij kan
openen en sluiten, worden samen met de brede staart gebruikt om
te sturen.
De condor besteedt bijzonder veel tijd aan het grootbrengen van
de jongen. Het vrouwtje legt maar één keer per twee jaar één
enkel ei in een rotsspleet. De ouders broeden om de beurt 8 tot
9 weken op het ei.
Als het jong uit het ei komt heeft het een dik lichtbruin
donskleed. Dit blijft in de nek en op de kop nog enige jaren
zichtbaar. Na ongeveer een half jaar kan het jong vliegen, het
wordt echter nog meer dan een jaar door de ouders verzorgd en
gevoerd. De condor is pas geslachtsrijp als hij zes of zeven
jaar oud is. Dan zoekt hij een partner voor het leven.
Condors kunnen maximaal 50 jaar oud worden. |
|
|
|
|
|
|