|
In het land
van de Roetsjbanen ......
 Ten
zuiden van de grote inkeping die de Samber en de Maas door ons land trekken,
verheft zich tot op 250 meter hoogte het plateau van de Condroz : een groen
landschap met bossen, weiden en bruisende riviertjes dat golvend als de
oceaan naar de einder rijkt. Liefhebbers van roetsjbanen moeten absoluut
eens de weg van Namen naar Marche volgen. Onvermoeibaar lossen afgeronde
heuveltjes die bestaan uit harde zandsteen - men noemt ze 'tidges' - en
brede laagtes ( de 'chavées) die door de erosie werden uitgesleten in de
zachtere kalklagen, elkaar af. De rivieren volgen het reliëf. In de holte
van de chavées nestelen zich kleine riviertjes die soms stiekem verdwijnen
in de kalksteen en dan schuchter wat verder opnieuw aan de oppervlakte
komen. Maar de Condroz heeft ook zijn grote rivieren : de Maas, de Eau
d'Heure, de Samson, de Hoyoux en de Ourthe. Ze stromen van zuid naar noord
en snijden diepe valleien in het plateau. Hun schilderachtigheid maakt er
ideale vakantieoorden van. Hier zijn de hellingen steiler, hier stroomt het
water sneller en als de lente ten einde loopt, wassen de rivieren soms
gevaarlijk.
De mens heeft de indruk van schijnbare eentonigheid nog versterkt door de
aanwijzingen van de natuur te volgen. De kammen met hun dun laagje zandgrond
dat ontstond door de verwering van de zandsteen, zijn bedekt met bossen die
afdalen langs de hellingen die zijn blootgesteld aan de vochtige, koude
noordoostenwind. De dorpjes, die zijn opgetrokken in kalksteen, vlijen zich
tegen de zuid-oostzijde van de tidge, hoewelze ook daar niet erg beschut
liggen. In de laagtes werd de kalk uit de kalksteen weggespoeld, zodat enkel
een kleiige rest overbleef die een geschikte bodem levert voor vochtige
beemden.
Grote, vierkante hoeves (vaak oudere herehoeves) staan wat verloren in de
lagere gedeelten. Soms ligt er een kasteel in de buurt. Met de grachten die
hen omsluiten en de torentjes die hun hoeken beschermen, lijken deze
boerderijen net vestingen, indrukwekkende schildwachten en wakers over een
verleden waarin de voornaamste landbouwactiviteit de graanteelt was. Enkel
een paar leemgronden dragen vandaag nog korenvelden. Overal elders zijn het
weiden, voedergewassen en groenten die de oppervlakte onder elkaar verdelen.
Geleidelijk aan heeft de streek haar plattelandsbevolking zien vertrekken.
De grote stad lokte en hier lag geen toekomst meer. Bij hun uittocht
kruisten de plattelanders, de stedelingen die hier kwamen zoeken wat de
anderen achterlieten : de golvende kuiven van het blonde koren, de groene
vlekken van klavervelden, de bossen die als een schrijn het paarlemoeren
grijs van de rotsen omvatten. In de Condroz is de monotonie van de steeds
weerkerende golvingen maar schijn : telkens valt weer een ander liefelijk
dorpje te ontdekken, zingt weer een ander riviertje zijn eeuwige lied, roept
weer een andere oude hoeve herinneringen op aan vroegere tijden ...... |