header landen en staten

Totaal bezoekers:
Totaal pagevieuws:
Online bezoekers:
 
 
 
   


 maak van deze website uw startpagina !

WorldwideBase
Alle wwbase pagina's

 

Costa Rica

 

Terug naar overzicht Noord-Amerika >>

 


 

Costa Rica (officieel: República de Costa Rica), republiek in Midden-Amerika, 51.100 km2, met (schatting 1995) 3.420.000 inw. (ca. 67 inw. per km2); hoofdstad: San José. Munteenheid is de Costaricaanse colón, verdeeld in 100 céntimos. Nationale feestdag is 15 september, Onafhankelijkheidsdag.

1. Fysische geografie
Costa Rica vertoont een opmerkelijke landschappelijke verscheidenheid. In de noordwest-zuidoost lopende centrale bergketen (Cordillera) zijn drie massieven te onderscheiden: het vulkanische Guanacaste, het Centrale Gebergte (hoogste top de nog werkende vulkaan Irazú, 3432 m) en het Talamancagebergte. De beide laatste gebergten sluiten een centrale vallei in (Meseta Central), die grotendeels bedekt is met vulkanische as. Ten oosten van de Cordillera liggen het Noordelijk en Caribisch Laagland en ten westen het Laagland van Guanacaste en het Zuidelijk Bergland. Costa Rica is rijk aan rivieren; de voornaamste is de San Juan.
De temperatuurverschillen tussen de warmste en de koudste maand bedragen niet meer dan 4 °C. De jaargemiddelden liggen aan de kust op 26 à 27 °C, op 1000 m hoogte op ca. 20 °C en op 3000 m hoogte op 7 à 8 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheden schommelen tussen 2000 mm minimaal en 4000 mm maximaal.
De begroeiing varieert van tropisch regenoerwoud in de oostelijke laagvlakten tot droge steppen in Guanacaste. Costa Rica is bekend om zijn weelderige plantengroei, in het bijzonder de vele soorten orchideeën.
Het land heeft een zeer rijke dierenwereld als gevolg van de verschillende vegetatietypen en omvat o.m. veel soorten apen en 800 vogelsoorten, waaronder talrijke kolibri's. Van de roofdieren verdienen de jaguar en de poema vermelding.

2. Bevolking
In tegenstelling tot de bevolking van de andere republieken op de Centraalamerikaanse istmus, is die van Costa Rica uitermate homogeen: 94% is van Europese afstamming (vnl. Spaans en Italiaans). Van de oorspronkelijke, Indiaanse bevolking leven nog ca. 3000 Chibcha-Indianen in de afgelegen oerwouden. Ca. 50% woont in de steden. Bijna tweederde van de totale bevolking woont in het centrale hoogland (Meseta Central). De bevolkingsgroei bedraagt gemiddeld 2,5% per jaar.
De officiële taal is het Spaans. De afgelegen Indiaanse gemeenschappen spreken nog een autochtone taal en aan de oostkust bevinden zich enkele enclaves waar neger- of pidgin-Engels de voertaal is.
Staatskerk is de Rooms-Katholieke Kerk, waartoe meer dan 90% van de bevolking zich rekent. De grondwet garandeert vrijheid van godsdienstuitoefening. Een aantal kleine protestantse groeperingen (ca. 40.000 gelovigen omvattend) is geconcentreerd in de steden.

3. Bestuur en samenleving
3.1 Staatsinrichting en administratieve indeling
Costa Rica heeft een democratische traditie; de constitutie is vastgelegd in 1949. Costa Rica is een presidentiële republiek, administratief ingedeeld in een zevental provincies, met elk een gouverneur. Om de vier jaar zijn er presidentsverkiezingen. Herverkiezing van de zittende president is niet mogelijk. Bij de president ligt als hoofd van de republiek de uitvoerende macht. Hij stelt het kabinet samen, voert bevel over de Guardia Civil en legt jaarlijks zijn regeringsprogramma voor aan de wetgevende Nationale Vergadering, die uit één Kamer bestaat en 57 zetels telt. Costa Rica heeft geen leger (opgeheven in 1948).
3.2 Lidmaatschap van internationale organisaties
Costa Rica is lid van de Verenigde Naties en haar suborganisaties, van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de Latijns-Amerikaanse Integratie Associatie (ALADI) en van het Latijns-Amerikaanse Economische Systeem (SELA). Sinds 1963 maakt het deel uit van de Centraal-Amerikaanse Gemeenschappelijke Markt (MCCA).
3.3 Politieke partijen
Costa Rica behoort politiek gezien tot de meest stabiele landen van Latijns-Amerika. Sinds 1948 zijn er steeds democratische verkiezingen gehouden. De belangrijkste politieke groeperingen zijn de sociaal-democratische Partido Liberación Nacional (PLN) en de conservatieve Partido Unidad Social Cristiana (PUSC).

4. Economie
Algemeen. De op export gerichte koffieverbouw overleefde, mede dankzij overheidsingrijpen, de crisis van de jaren dertig en vormt samen met andere landbouwgewassen de voornaamste bron van inkomsten. Ca. 23% van alle werknemers vindt een bestaan in de agrarische sector, die (1994) 15% van de waarde van het bruto nationaal product vertegenwoordigt. Naast de expansieve landbouwsector is er ook een begin gemaakt met een industrialisatieprogramma (lichte industrie en assemblage). Sinds de inflatie van de jaren zeventig en tachtig was er van een reële inkomensstijging voor de bevolking nauwelijks meer sprake, maar door een strikt beleid is de inflatie teruggedrongen tot 18,2% (over de periode 1985-1994). Overheidsinvesteringen spelen een belangrijke rol en de staatssector levert een belangrijk aandeel in de kapitaalvorming. In de jaren tachtig is in het kader van het bezuinigingsbeleid een proces van privatisering en vermindering van overheidsuitgaven in gang gezet. Het toerisme vult de schatkist aan (700.000 bezoekers per jaar).
De landbouw wordt uitgeoefend door eigenboerende kolonisten. Pacht komt slechts sporadisch voor. Exportgewassen zijn koffie, bananen, suiker en cacao. De Amerikaanse ondernemingen United Brands en Standard Fruit namen in de bananenproductie een monopoliepositie in; deze wordt echter langzamerhand teruggedrongen. Goede landbouwgrond is vooral op het bevolkingsdichte hoogland schaars en van overheidswege wordt de rundveehouderij in het laagland (vooral in de provincie Guanacaste) gepropageerd: deze is nu nog te verwaarlozen.
De industrie, waarin (met inbegrip van de mijnbouw) ca. 25% van de economisch actieve bevolking werkzaam is, levert een bijdrage van 24% aan het bnp (1994). De voornaamste industriële activiteit is de verwerking van landbouwproducten. Niet-duurzame verbruiksgoederen worden door lokale industrieën vervaardigd en vnl. buitenlandse bedrijven assembleren elektrische apparaten en vrachtauto's.
De mijnbouw is van weinig betekenis. Voor de verwerking van de bauxietvoorraden is een aluminiumsmelter in San Isidro gebouwd. De schaarste aan grondstoffen vormt een van de meest nijpende economische problemen. Op het gebied van energievoorziening (waterkrachtcentrales, geconcentreerd in het centrale hoogland) neemt Costa Rica een belangrijke plaats in onder de Centraal-Amerikaanse staten. Ondanks de gemeenschappelijke tariefmuren van de Centraalamerikaanse markt blijven de westerse industrielanden (m.n. de Verenigde Staten, gevolgd door de Benelux, Duitsland en Japan) de voornaamste handelspartners. De handelsbalans was in de jaren tachtig als gevolg van dalende exportprijzen negatief.
De Banco Central is de staatsbank en reguleert invoerprijzen, accijnzen en kredieten. De vijf handelsbanken zijn sinds 1948 genationaliseerd. Er zijn evenveel privé-banken bijgekomen. Begin jaren tachtig leidden de betalingen op de sterk gestegen buitenlandse schuld (in 1993 $ 4,5 miljard) tot economische problemen. Vanaf 1983 kwam de regering nieuwe afbetalingsregelingen overeen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de particuliere banken. Van de westerse landen (m.n. de Verenigde Staten) ontving Costa Rica grote bedragen aan ontwikkelingshulp (1969 tot 1991 totaal $ 2 miljard).
De Inter-Amerikaanse autoweg vormt de noord-zuidverbinding. Vanuit San José lopen spoorwegen naar de zeehavens Puerto Limón aan de Caribische kust en Puntarenas aan de kust van de Atlantische Oceaan. De nationale luchtvaartmaatschappij LACSA vliegt vanaf El Coco bij San José naar Noord- en Midden-Amerika en het Caribisch gebied. Particuliere maatschappijen onderhouden het binnenlands verkeer. Er zijn ca. 15 vliegvelden.

5. Geschiedenis
5.1 Ontdekking, koloniale tijd en onafhankelijkheid
Click to See Next ImageDe kust werd door Columbus op zijn vierde reis (1502) ontdekt en Nieuw Carthago genoemd. Later werd de aanduiding voor heel het gebied rondom de Golf van Mexico, 'de Rijke Kust', beperkt tot deze streek, in later jaren een geliefd toevluchtsoord voor zeerovers. Het land werd na 1520 in langzaam tempo vanuit Panama veroverd. Sedert 1540 was het een provincie van het onderkoninkrijk Mexico en deel van het kapitein-generaalschap Guatemala, dat in 1821 zijn onafhankelijkheid uitriep, waarop ook Costa Rica een eigen bestuur vormde. Spoedig daarna werd het door José Iturbide bij zijn Mexicaans keizerrijk ingelijfd, totdat het in 1823 toetrad tot de Republiek der Verenigde Provincies van Centraal-Amerika en in 1838 voorgoed onafhankelijk werd.
De Spaanse bevolking vermengde zich weinig met de inboorlingen en was toen reeds eeuwen in de meerderheid. Dit en het feit dat het grootgrondbezit geen extravagante vormen had aangenomen, waren de redenen dat er betrekkelijk weinig staatsgrepen plaatsvonden. Internationaal had het slechts nu en dan grensgeschillen met Nicaragua en Panama (voor 1903 Colombia). Nadat Costa Rica in het geschil met Panama bij arbitrale uitspraak zijn rechten meermalen had erkend gezien, ging het in 1921 over tot bezetting van het betwiste gebied. Het geschil met Nicaragua werd in het jaar 1956 bij verdrag geregeld.
Hoewel Costa Rica in de beide wereldoorlogen Duitsland en zijn bondgenoten de oorlog verklaarde, nam het land geen deel aan krijgsverrichtingen.
5.2 Naoorlogse periode
De politieke en economische stabiliteit werd in de jaren 1948-1949 verstoord door staatsgrepen. Herstel volgde tijdens het bewind van president O. Ulate (1949-1952) en van José Figueres (1953-1958, die ook in 1948-1949 president was) van de centrum-linkse Partij Nationale Bevrijding (PLN). Figueres werd in 1970 opnieuw gekozen, na een periode waarin vnl. conservatieve regeringen aan het bewind waren geweest. Bij de presidentsverkiezingen van 1974 bleef de PLN aan de macht. In 1978 kwam een centrum-rechtse coalitie onder leiding van R. Carazo tot stand.
Onder zijn presidentschap brak in het buurland Nicaragua een opstand uit tegen dictator Somoza, die in 1978 en 1979 herhaaldelijk dreigde Costa Rica, dat als uitvalsbasis diende voor sandinistische opstandelingen, binnen te vallen. Na het aan de macht komen van het Sandinistisch Bevrijdingsfront (FSLN) in Nicaragua in juli 1979, verbeterden de relaties tussen beide landen aanvankelijk, maar tijdens de presidentschappen van L.A. Monge (1982-1986) en Oscar Arias Sánchez (1986-1990), beiden van de PLN, verslechterden de betrekkingen met Nicaragua, dat Costa Rica beschuldigde steun te verlenen aan contrarebellen die vanuit Costa Rica opereerden. Ook de economische crisis van de jaren tachtig vormde een bedreiging voor de relatieve politieke stabiliteit van het land.
De PLN-regeringen streefden naar een 'actieve neutraliteit' ten aanzien van de gewapende conflicten in de regio. President Arias ontving in 1987 de Nobelprijs voor de vrede vanwege zijn rol bij het totstandkomen van het vredesplan Esquipulas II, dat in aug. 1987 door vijf Midden-Amerikaanse presidenten (die van El Salvador, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica) ondertekend werd. De toenemende afhankelijkheid van financiële hulp van de Verenigde Staten stelde echter beperkingen aan de neutraliteitspolitiek van Costa Rica. In 1990 werd de christen-democraat Rafael Angel Calderón tot president gekozen. Het op bezuinigingen gerichte economisch beleid leidde in 1992 tot demonstraties, ten gevolge waarvan een aantal maatregelen werd ingetrokken. Een aardbeving in april 1992 richtte grote schade aan en veroorzaakte minstens 90 doden.
Centrumlinks kwam in mei 1994 weer aan de macht door de verkiezing van José María Figueres, die zich in zijn verkiezingscampagne had gekeerd tegen de neoliberale economische hervormingen van zijn voorganger Calderón, die volgens hem ten koste gingen van de armere bevolkingsgroepen. In maart 1995 werden de presidentiële ambtstermijn en de zittingsperiode van het parlement verlengd van vier naar vijf jaar. In hetzelfde jaar namen de spanningen met buurland Nicaragua toe naar aanleiding van de illegale aanwezigheid van naar schatting 300.000 Nicaraguanen in het noorden van Costa Rica.

Telefoongids Costa Rica
Postcodes Costa Rica

 
   

Poolgebieden



uw eigen startpagina


© copyright WorldwideBase 2005-2009